6.1 De verloren boeken van het Nieuwe Testament - Gefundeerd Geloof

Ga naar de inhoud

Hoofdmenu:

Is de Bijbel waar? > Verloren Boeken?
De ‘Verloren boeken’ van het Nieuwe Testament
Maar toetst alles en behoudt het goede.’
(1 Tessalonicenzen 5:21)
Wat zijn de verloren boeken’ van het Nieuwe Testament? Is het mogelijk dat God inderdaad boeken verloren heeft laten gaan? Of zijn deze boeken niet verloren gegaan maar wellicht afgewezen door de vroege kerk?
Geholpen door de grotere beschikbaarheid van onderzoeksmiddelen en recentelijk ontdekte oudheidkundige teksten (zoals de Dode Zeerollen en de bibliotheek van Nag Hammadi), zijn veel Bijbelcritici nu op zoek naar nieuwe ontdekkingen in een poging om het Nieuwe Testament en de persoon van Jezus Christus in diskrediet te brengen.
In dit hoofdstuk zullen we deze teksten, die nu volop media-aandacht krijgen, onderzoeken. Zijn er echt ‘verloren-en-nu-gevonden’ teksten? Staan we aan de rand van een herdefinitie van het christendom? Of zijn deze boeken en ‘evangeliën’, die door de vroege kerkleiders werden verworpen, inderdaad niet relevant, door latere generaties geschreven of wellicht zelfs uit anti-christelijke bronnen afkomstig?
Waarom zijn deze boeken niet in het Nieuwe Testament opgenomen?

Indien deze pas ‘ontdekte’ boeken inderdaad betekenisvolle inzichten verschaffen of een serieuze historische waarde hebben, dan zou de vroege kerk daarvan op de hoogte geweest moeten zijn. De veronderstelling dat een authentiek evangelie of een betrouwbare brief onbekend zou zijn gebleven en niet tenminste zou zijn overwogen als kandidaat voor de canon, is niet aannemelijk.
Waarom staan deze geschriften niet in het Nieuwe Testament? Logischerwijs zijn er slechts drie alternatieve verklaringen:
Ze zijn later geschreven. De datum waarop iets is geschreven, is de voornaamste reden om welke tekst dan ook wel of niet in het Nieuwe Testament op te nemen. Alle documenten in de canon zijn tijdens het leven van de apostelen geschreven, in principe allemaal vóór 90 n.Chr., maar zeker niet later dan het jaar 100 n.Chr. Veel authentieke christelijke geschriften (zoals de eerder uitgebreid besproken en vaak aangehaalde correspondentie van de leiders van de vroege kerk) zijn niet in de canon opgenomen omdat ze te laat zijn geschreven en daarom te ver verwijderd zijn van de generatie van ooggetuigen. Enkele Bijbelgeleerden betogen dat sommige boeken van het Nieuwe Testament ook later zijn geschreven, maar dit is slechts de mening van een minderheid en het wordt niet ondersteund door objectieve informatie. De vier evangeliën, Handelingen en de brieven van Paulus voldoen allemaal zonder moeite aan dit criterium. Derhalve kunnen ‘verloren boeken’ die niet gedateerd zijn in de eerste eeuw, nooit gelijk zijn in betekenis en autoriteit aan de boeken die wél in het Nieuwe Testament zijn opgenomen.
Ze komen niet uit een apostolische bron voort. Zelfs als een document teruggevoerd kon worden naar de eerste eeuw, zou het nog moeten voldoen aan een tweede criterium: de schrijver moest nauw betrokken zijn geweest bij Jezus of een van de apostelen. Dit was immers de enige manier waarop waarheidsgetrouwe informatie zeker gesteld kon worden en mythen en legenden (of zelfs ketterijen) vermeden konden worden. De brief van Clemens van Rome aan de kerk in Korinte bijvoorbeeld werd uiteindelijk om deze reden verworpen voor de canon. Deze brief is zeker authentiek maar niet geschreven door iemand die zelf dicht genoeg bij Jezus was geweest.
Ze werden als niet relevant of als ketterij beschouwd. Zelfs als een document dateerde uit de eerste eeuw en was geschreven door iemand dicht bij Jezus, dan zou het nog zijn verworpen indien het als irrelevant of als ketterij werd beschouwd. Documenten in deze categorie verdienen serieuze aandacht omdat ze wellicht nieuwe informatie bevatten en/of door de eeuwen heen (opzettelijk) zijn weggestopt.
Onder de eerder genoemde correspondentie van de vroege kerkleiders bevonden zich talrijke teksten met aanspraken op apostolische autoriteit, maar de meeste waren overduidelijk vals. Er verschenen zelfs zo veel van dit soort documenten dat men kon spreken van een ‘apocriefe drukkerij’. De meeste van deze documenten zijn waarschijnlijk geschreven door goedbedoelende gelovigen die probeerden de ‘leemten’ in het Nieuwe Testament op te vullen. Het bekende Kindheidsevangelie van Thomas uit de tweede eeuw bijvoorbeeld, beschrijft de kinderjaren van Jezus. Verhalen zoals het Evangelie van Nicodemus (waarschijnlijk derde eeuw), de Handelingen van Johannes (tweede tot derde eeuw), de Handelingen van Petrus (einde tweede eeuw) en de Handelingen van Paulus (tweede tot derde eeuw)1 beschrijven allemaal wonderbaarlijke maar tevens fictieve avonturen van de apostelen Johannes, Petrus en Paulus. Deze ‘apocriefe drukkerij’-verhalen zijn zelden serieus in overweging genomen. Ze hebben een goedgedocumenteerde late datering en de zwaar overdreven verhalen diskwalificeren ze nagenoeg onmiddellijk.
We zullen eerst het begrip gnosticisme definiëren dat alom wordt beschouwd als de meest overheersende ketterij in de tijd van de vroege kerk. Daarna zullen we de bron en achtergrond van veel van de recent ontdekte teksten, de Nag Hammadiverzameling, verder bespreken.

Lees verder over: het Gnosticisme
De apostelen waarschuwden voor valse leer

Al gedurende het leven van de apostelen staken valse leringen over Christus en het evangelie de kop op in de jonge christelijke gemeenschap. Expliciete waarschuwingen tegen ketterij kunnen worden gevonden in de teksten van Lucas, Paulus en Johannes:
‘Ziet dan toe op uzelf en op de gehele kudde, waarover de Heilige Geest u tot opzieners gesteld heeft, om de gemeente Gods te weiden, die Hij Zich door het bloed van zijn Eigene verworven heeft. Zelf weet ik, dat na mijn heengaan grimmige wolven bij u zullen binnenkomen die de kudde niet zullen sparen; en uit uw eigen midden zullen mannen opstaan, die verkeerde dingen spreken om de discipelen achter zich aan te trekken’ (afscheidspreek van Paulus aan de oudsten van de gemeente in Efeze, Handelingen 20:28-30).
‘En dat is geen evangelie. Er zijn echter sommigen, die u in verwarring brengen en het evangelie van Christus willen verdraaien. Maar ook al zouden wij, of een engel uit de hemel, u een evangelie verkondigen, afwijkend van hetgeen wij u verkondigd hebben, die zij vervloekt! Gelijk wij vroeger reeds gezegd hebben, zeg ik thans nog eens: indien iemand u een evangelie predikt, afwijkend van hetgeen gij ontvangen hebt, die zij vervloekt!’ (de woorden van Paulus in de opening van zijn brief aan de gemeenten in Galatië, Galaten 1:7-9).
‘Geliefden, vertrouwt niet iedere geest, maar beproeft de geesten, of zij uit God zijn; want vele valse profeten zijn in de wereld uitgegaan. Hieraan onderkent gij de Geest Gods: iedere geest, die belijdt, dat Jezus Christus in het vlees gekomen is, is uit God; en iedere geest, die Jezus niet belijdt, is niet uit God. En dit is de geest van de antichrist, waarvan gij gehoord hebt, dat hij komen zal, en hij is nu reeds in de wereld’ (1 Johannes 4:1-3).
Windmill Ministries
Terug naar de inhoud | Terug naar het hoofdmenu