Apologetiek, Geloofsverdediging en Waarheid - Gefundeerd Geloof

Ga naar de inhoud

Hoofdmenu:

Overzicht
Apologetiek, Geloofsverdediging en Waarheid
“Wees altijd bereid verantwoording af te leggen van de verwachting waaruit U leeft, als daarom gevraagd wordt.”                    
1 Petrus 3:15                             
Het Christendom is een op feiten gebaseerde godsdienst

Het Christendom is verankerd in feiten, historisch zowel als wetenschappelijk. Zijn stellingen over God, Gods schepping, Gods verlossingsplan, het leven en bovenal – de opstanding van Jezus, kunnen objectief worden geverifieerd met behulp van het bestuderen van astronomie, fysica, moleculaire biologie en erfelijkheidsleer, archeologie, geschiedenis, de Bijbel en andere niet Bijbelse documenten. Deze aanspraken zijn niet louter gemaakt naar aanleiding van één of andere openbaring aan een enkel persoon. Het Christendom (en Judaïsme) is gebaseerd op grondslagen die totaal verschillen van alle andere religies. Islam bijvoorbeeld,  het Boeddhisme, Hindoeïsme en alle overige religies van de wereld baseren hun grondslagen grotendeels op een openbaring die aan een ‘profeet’ is gegeven. Deze profeet heeft dan vervolgens deze openbaringen in een boek geschreven dat hun “bijbel” wordt, waarop dan het geloof van de volgelingen rust.
Jezus daarentegen heeft nooit een boek geschreven, waarschijnlijk niet eens een brief. Hoe heeft Jezus eigenlijk zijn ‘driejarige campagne’ gevoerd en hoe is dat in vergelijking met de manier waarop mensen vandaag aan de dag hun boodschap aan andere mensen overbrengen?
Als we deze fundamentele feiten over Zijn leven in aanmerking nemen, is de enorme invloed die Hij heeft gehad, niets minder dan ongelooflijk.
Jezus onderwees Zijn volgelingen, die na Zijn opstanding het evangelie over de hele wereld hebben verspreid. Vandaag de dag wordt deze boodschap nog steeds door Christenen verspreid. In tegenstelling tot de aanpak van de meeste andere geloven, worden ongelovigen uitgenodigd om het Woord te horen, de boodschap voor zichzelf te beoordelen en door hun eigen vrije wilsbeschikking te kiezen om Christen te worden (en te blijven). In tegenstelling tot de Islam, houdt het Christendom haar volgelingen niet weg van de invloed van andere religies. Het Christendom leert zijn volgelingen juist om onderscheid te maken tussen ware en onware leerstellingen. Om dit te doen behoort een Christen de fundamentele waarheden over het geloof te onderzoeken en ter discussie te stellen om deze eerste beginselen te kunnen verifiëren en te beoordelen. Iedereen behoort voor zichzelf tot deze conclusie te komen. Accepteer niet iets als waarheid omdat iemand je dat vertelt. Accepteer alleen deze waarheden als u zelf, nadat u deze zorgvuldig heeft overwogen, kunt geloven dat ze WAAR zijn. Dat is de enige manier waarop u deze waarheden kunt begrijpen, deze ook eerlijk als zodanig kunt accepteren en waardoor u sterker in uw geloof komt te staan, want de Bijbel zegt:  (Efeziërs 6:14) ”Stelt u dan op, uw lendenen omgord met de waarheid, bekleed met het pantser der gerechtigheid”.
 
De studie over de bewijzen voor het Christelijke geloof wordt apologetiek of geloofsverdediging genoemd. Dit woord komt van het Griekse woord απολογία (“apologie”, verdediging van het geloof, toespraak of brief waarin u uzelf of iemand anders verdedigt). De Christelijke geloofsverdediging houdt zich bezig met alle onderwerpen die ingaan tegen, of twijfel zaaien over,  de openbaringen van God in Jezus Christus en de Bijbel. Het omvat ingewikkelde onderwerpen zoals het doorgeven van de Bijbelse heilige schriften, filosofie, biologie, mathematica (wiskunde), evolutie en logica, maar het kan ook bestaan uit eenvoudige antwoorden op vragen over Jezus of een hoofdstuk uit de Bijbel.
Het is belangrijk om deze vragen en problematiek zonder vooroordeel te benaderen. Probeer objectief te zijn zodat u de informatie ook op bovengenoemde manier kunt beoordelen. Probeer vooringenomenheid over eerdere, misschien voorbarige oordelen te vermijden. We gaan uit van onschuld totdat schuld is bewezen. Plaats uzelf als jurylid (of rechter) in een rechtszaak en sta op objectieve bewijzen. Vergeet niet dat de geloofsovertuigingen van het Christendom niet bang hoeven te zijn voor open en eerlijke vragen. Geen enkele waarheid is bang voor onderzoek.

De grote mannen uit de geschiedenis

Vraag een willekeurig persoon: “Wie zijn de grote mannen uit de geschiedenis?”  En waarschijnlijk krijg je namen te horen zoals Alexander de Grote, Julius Ceasar, George Washington, Abraham Lincoln, Theodore Roosevelt, John F. Kennedy of misschien zelfs Ronald Reagan. Wat hebben al deze mannen gemeen? Wat heeft hen zo “groot” gemaakt? Ze waren succesvol omdat ze machtig waren en met deze macht waren ze in staat, door middel van heldhaftige daden, om de loop van de geschiedenis te wijzigen en daardoor meerdere landen en zelfs hele werelddelen te beïnvloeden en/of te overheersen.
Hoe totaal anders zijn deze ‘grote mannen’ als ze worden vergeleken met de persoon van Jezus van Nazareth!
Jezus bezat heel erg weinig van hetgeen dat deze grote mannen uit de geschiedenis groot heeft gemaakt: zeker geen politieke macht, geen militair apparaat, geen oorlogskas. De meeste van ons kennen al de essentiële feiten over Jezus’ leven en Zijn bediening, maar toch is het goed om de volgende samenvatting te lezen over de geweldige invloed die Zijn woord, Zijn dood en Zijn opstanding hebben gehad: 

“Jezus werd geboren in een obscuur plaatsje als kind van een plattelandsvrouw. Hij groeide op in een ander dorp waar Hij als timmerman werkte totdat Hij dertig jaar oud was. Drie jaar lang was Hij een reizend predikant. Hij heeft nooit een boek geschreven. Hij zat niet in de regering. Hij had geen gezin. Hij bezat geen huis. Hij volgde geen hogere beroepsopleiding. Hij heeft nooit een bezoek aan een grote stad gebracht. Hij heeft nooit verder dan 300 kilometer van zijn geboorteplaats gereisd. Hij heeft nooit één van de dingen gedaan die normaal gesproken met grootheid samengaan. Hij had alleen Zichzelf als geloofsbrief. Hij was slechts 33 jaar oud toen de golf van de publieke opinie zich tegen Hem keerde. Zijn vrienden gingen er van door. Eén van hen verloochende Hem. Hij werd overgedragen aan Zijn vijanden en werd het voorwerp van spot in een schijnproces. Hij werd tussen twee dieven aan een kruis gehangen. Terwijl Hij stervende was, vergokten Zijn beulen het enige bezit was Hij op aarde had: Zijn kleding. Nadat Hij was gestorven is Hij, door het medelijden van een vriend, in een geleend graf gelegd. Twintig eeuwen zijn gekomen en voorbij gegaan, en vandaag de dag is Hij nog steeds de centrale figuur van het menselijke ras.
Alle legers die ooit hebben gemarcheerd, al de oorlogsvloten die ooit zijn uitgevaren, al de volksvertegenwoordigingen die ooit hebben bestaan,  alle koningen die ooit hebben geregeerd, al deze tezamen, hebben niet zo’n effect op het leven van de mens hier op aarde gehad als dit ene enkele leven.”

Hoe anders is Jezus als we Hem vergelijken met de grote leiders van de wereld. Alexander de Grote en Napoleon waren reusachtige krijgslieden – Jezus heeft nooit een zwaard gehanteerd of een leger aangevoerd. George Washington bevrijdde zijn mensen van buitenlandse bezetters -  Jezus heeft zelfs zijn stem niet verheven tegen de Romeinse bezetters van Zijn land. Abraham Lincoln, Theodore Roosevelt, John F. Kennedy and Ronald Reagan waren allemaal gekozen om machtige regeringen te leiden – Jezus heeft nooit naar een zetel in de regering gedongen. Hij heeft zich nooit geschaard achter een regering om sociale veranderingen door te voeren. De meeste bekende leiders waren rijk – Jezus bezat weinig en leefde met de armen. En tenslotte, alle grote wereldleiders waren beroemd tijdens hun leven, maar zijn nu dood – Jezus stierf als  misdadiger en werd ter dood veroordeeld door middel van kruisiging, maar Zijn dood was de geboorte van het Christendom.
Jezus van Nazareth is nu veruit de grootste persoonlijkheid in onze geschiedenis. Hij had niet de plannen die anderen zo groot maakten en toch ging Hij hen verre te boven. Hij zette de wereld op zijn kop zoals nog nooit iemand voordien dat had gedaan en ook niemand na Hem ooit heeft kunnen doen. Vandaag de dag verklaart een derde van de wereldbevolking zich als Zijn volgelingen, de Christenen, en zelfs degenen die Hem niet volgen ervaren nog steeds het effect dat Hij had, heeft gehad, en altijd zal hebben in de wereld. Alleen al deze enkele constatering maakt Hem al zo anders dan alle anderen.

Waarheid en absolute waarheid

Het Christendom is gebaseerd op feiten en bewijzen, en de aanspraken ervan vragen om niets minder dan de Waarheid. Door de hele Bijbel heen zien we dat het Woord van God er aanspraak op maakt waar te zijn, zoals Jezus Zelf zei in Johannes 14:6: “Jezus zeide tot hem: Ik ben de weg en de waarheid en het leven; niemand komt tot de Vader dan door Mij.” 

Jezus werd gearresteerd door de Joden en veroordeeld door de Romeinen. Ondervraagd door Pilatus, de stadhouder: “Jezus antwoordde: Gij zegt, dat Ik koning ben. Hiertoe ben Ik geboren en hiertoe ben Ik in de wereld gekomen, opdat Ik voor de waarheid zou getuigen; een ieder, die uit de waarheid is, hoort naar Mijn stem” (Johannes 18:37).

Let vooral op Pilatus’ antwoord als hij op een eigenaardige manier aan Hem vraagt: ”Pilatus zeide tot Hem: Wat is waarheid?”  (Johannes 18:38).

Vandaag de dag is de waarheid een heel gevoelig onderwerp. Veel mensen zeggen dat de waarheid hetgeen is wat je zelf verklaart het te zijn en dat er geen absolute waarheid bestaat. Elk argument ter verdediging van de absolute waarheid wordt beschouwd als een politieke blunder, een zichzelf bezwarende verklaring, of als religieuze onverdraagzaamheid. Echter, absolute waarheid bestaat wel degelijk, logisch bewezen door de verklaring: “Er bestaat een absolute waarheid.” Stelt u zich voor dat we verklaren dat dit niet waar is, dan zou dat betekenen dat er niet zoiets als een absolute waarheid bestaat. Door dat beweren, maken we ook aanspraak op het feit dat de zin “Er is geen absolute waarheid”, absoluut waar is. Deze verklaring spreekt zichzelf tegen en daarom is hetgeen dat wordt ontkend waar: “Er bestaat een absolute waarheid”.
Hetzelfde concept kunnen we voor de Christelijke overtuigingen gebruiken. Objectief bewijs dat het Christendom is gebaseerd op ware en geldige feiten, impliceert dat andere religies en/of geloven niet tegelijkertijd ook waar kunnen zijn. Onze moderne maatschappij noemt dat onverdraagzaamheid, maar het is het logische gevolg van de absolute waarheid.
De discussie over de waarheid en de absolute waarheid heeft menig boek gevuld en is ook aanleiding geweest tot lange discussies. Voor het doel waarvoor we het hier gebruiken is het belangrijk dat we ons realiseren dat waarheid, en zelfs absolute waarheid bestaat en het is daarom noodzakelijk om sommige kenmerken van de waarheid te herkennen die niet altijd goed door onze maatschappij worden geaccepteerd:

De waarheid is onverdraagzaam:
Dat is een noodzakelijke gevolgtrekking. Twee plus twee is vier en het antwoord kan niet drie of vijf zijn. Vandaar dat het correcte antwoord alleen maar vier kan zijn en dat is een absolute waarheid. Er zijn niet diverse “mogelijkheden” en het kan ook niet worden veranderd zodat het “maatschappelijk aanvaardbaar” wordt. Dat geldt ook voor  het Christendom. Als de aanspraken van het Christendom waar zijn, dan kunnen tegenstrijdige aanspraken alleen maar onwaar zijn. Dus is het logisch gezien onmogelijk rekening te houden met de mogelijkheid dat “alle godsdiensten hetzelfde zijn en het niet uitmaakt in welke je wilt geloven”. Elke godsdienst maakt aanspraken die strijdig zijn met die van andere godsdiensten, en ze kunnen niet allemaal waar zijn.

Waarheid hoeft niet noodzakelijkerwijs prettig gevonden te worden of populair te zijn om waar te zijn:
Veel mensen wijzen God en het Christendom af omdat:
  1. ze niet houden van een God die het kwaad en lijden toestaat.
  2. ze een hekel hebben aan Gods geboden.
  3. ze een God, die opdracht gaf om kinderen te vermoorden en zelfs opdracht gaf om hele naties te vernietigen, niet zien zitten.
  4. ze een God, die alleen degenen die geloven in het offer dat Christus heeft gebracht voor onze zonden, naar de Hemel laat gaan, niet aantrekkelijk vinden.
  5. ze denken dat de kerken vol zitten met schijnheilige mensen.
  6. en ga zo maar door….
De waarheid niet leuk vinden maakt deze niet minder waar! Ik vind misschien de maximum snelheid op de snelwegen niet prettig of het niet leuk dat ik belasting moet betalen, maar dat wil niet zeggen dat dit geen regels zijn en dus zal ik me er aan moeten houden. Als ik besluit om me hier niet aan te houden wil dat niet zeggen dat deze regels dan niet meer gelden. Als ik de snelheid overtreed krijg ik een bekeuring, en als ik mijn belasting niet betaal zal ik zelf de gevolgen daarvan moeten dragen.

Waarheid hoeft niet de mening van de meerderheid te zijn:
de waarheid heeft geen  instemming van de meerderheid nodig. Bijvoorbeeld, gedurende een hele lange tijd dachten de meeste mensen dat de aarde plat was, maar al lang geleden hebben we ontdekt dat dit niet zo is. Vijftig jaar geleden verkondigde de wetenschappelijke gemeenschap dat de mens al meer dan 1 miljoen jaar bestond. Vandaag de dag is de wetenschappelijke mening verschoven naar minder dan 100.000 jaar en velen geloven zelfs dat de mensheid minder dan 50.000 jaar bestaat. De mening van de meerderheid is veranderd, maar niet de waarheid zelf. Als we zoeken naar de waarheid moeten we dus zorgvuldig te werk gaan en er voor zorgen dat onze conclusie wordt ondersteund door harde bewijzen en nuchtere feiten en dat is gewoon niet wat de meerderheid wil.
De beroemde schrijver G.K. Chesterton vatte onze neiging om de waarheid niet prettig te vinden als volgt samen:
“Waarheid moet, uiteraard, en noodzakelijkerwijs vreemder zijn dan fantasie, want we hebben fantasie verzonnen omdat het ons beter uitkomt”.

Uiteindelijk zijn er maar drie redenen waarom mensen de waarheid niet willen accepteren en/of willen volgen:

Onwetendheid:
Ze weten gewoon de waarheid niet omdat ze nooit in de gelegenheid zijn geweest om er over te horen (zoals mensen die in ver afgelegen plaatsen wonen waar het evangelie nog niet is gebracht), of ze zijn verkeerd geïnformeerd (zoals Moslims, want ze worden onderwezen in een leer die hen van eerlijk onderzoek en verificatie zal weerhouden).

Opstandigheid:
Ze hebben de waarheid gehoord en hebben besloten om het niet te accepteren. Veel mensen in onze hedendaagse maatschappij vinden de manier waarop ze nu leven gewoon goed zoals het is en willen, om egoïstische redenen, hun gedrag niet veranderen.

Onverschilligheid:
Het kan hen eigenlijk niet veel schelen. Het interesseert hen gewoon niet. Ze zijn onverschillig. Ik denk dat in de tijd waarin we leven dit de grootste (en snelst groeiende) groep van ongelovigen is, omdat mensen zich steeds gaan bezighouden met zichzelf. Ze worden zo afgeleid door de dagelijkse dingen van het leven, dat het niet in hun opkomt om er zelfs maar over na te denken. Zulke dingen worden op hun radarscherm niet opgepakt.

De eens agnostische, maar later Christelijke geloofsverdediger geworden, en geschiedkundige C.S. Lewis heeft de huidige neiging tot onverschilligheid samengevat in de volgende uitspraak:
“De veiligste weg naar de hel is de geleidelijke weg  – lichtelijk glooiend, zacht onder de voeten, zonder onvoorziene bochten, zonder kilometerpalen, zonder wegwijzer.”

Van degene die de waarheid wil vinden wordt objectiviteit, eerlijkheid en een niet-vooringenomenheid gevraagd. Alleen als men gewillig is om alle feiten en bewijzen zonder vooringenomenheid in overweging te nemen, zal men de waarheid vinden. Dat klinkt simpel en voor de hand liggend, maar het is altijd veel moeilijker om dit werkelijk in de praktijk toe te passen.

Twee belangrijke argumenten tegen het Christendom

Ongelovigen brengen talrijke bezwaren tegen het Christendom naar voren. Hiervan zijn twee argumenten waarschijnlijk het meest populair en lijken het meest overtuigend:

 1)  Het probleem van het kwaad:
Hoe kan een goede, almachtige God toestaan dat het kwaad bestaat? Er is geen eenvoudig antwoord op deze vraag. En eigenlijk is het niet eens belangrijk. God heeft onze goedkeuring of onze toestemming niet nodig voor een wereld die Hij Zelf heeft geschapen. Een goede uitleg kan worden gegeven als we begrijpen dat:
1. Het kwaad van de mens komt en niet van God. Doorgaans is het kwaad het resultaat van verkeerde keuzes door de mens.
2. Het kwaad is niet door God geschapen, maar het kan worden beschouwd als het niet aanwezig zijn van het goede, zoals duisternis de afwezigheid van licht is.
3. Zonder het kwaad zou onze wereld zinloos en saai zijn. Het kwaad stelt ons in staat te begrijpen wat ‘goed’ is en geeft ons de mogelijkeheid tussen beide te kiezen.
     
 2)  De wetenschap heeft de plaats van godsdienst ingenomen:
De wetenschap heeft veel uitgelegd over wat ooit als bovennatuurlijk werd beschouwd en dat schijnt heel vaak niet in overeenstemming te zijn met wat er in de Bijbel staat geschreven. Ja, we beschikken nu over meer kennis dan ooit tevoren, maar de feiten uit de moderne wetenschap spreken het bestaan van God of de inspiratie van de Bijbel niet tegen.  De wetenschap geeft ons in feite steeds meer inzicht over het onvoorstelbare ontwerp en de verbazingwekkende details van zowel het heelal, als de levende organismen, welke allemaal wijzen op het werk van een Schepper die veel grootser en veel machtiger is dan voorheen werd aangenomen. In de volgende hoofdstukken zullen we hier vele voorbeelden van zien.  

De grote vragen van het leven

Voor zover ik weet, worstelt elk mens op een gegeven ogenblik in zijn leven met één of andere variant op deze vier fundamentele vragen:
  1. Wie ben ik?
  2. Waar kom ik vandaan?
  3. Waar ga ik naar toe?
  4. Aan wie ben ik verantwoording schuldig?

Gedurende de hele geschiedenis van de mensheid hebben we geprobeerd om antwoorden op deze vragen te vinden. Wetenschap en filosofie zwijgen over deze vragen. Slechts ons geloof, samen met de daaraan verbonden wereldbeschouwing, is in staat het doel te laten zien en kan daarop veelbetekenende antwoorden geven.
In vroegere tijden verbonden de meer primitieve beschavingen het bovennatuurlijke met verschijnselen zoals de zon, de maan en de sterren. De wereldreligies van vandaag richten zich op drie verschillende denkbeelden over God:
Ø De oosterse religies (Hindoeïsme, Boeddhisme) geloven dat God in alles is dat ze om zich heen hebben – dit is het Pantheïsme (“pan” betekent alles) – en ze zoeken het antwoord op de bovenstaande vragen in elk individu.
Ø Judaïsme, het Christendom en de Islam erkennen het bestaan van één God – in het algemeen Monotheïsme genoemd.
Ø Het Atheïsme gelooft dat de wereld en de mensheid het resultaat is van een combinatie van willekeurige processen, kansen en heel veel tijd, en wijst daarom het bestaan van een goddelijk kracht/Schepper helemaal af.

Dit voert tot het volgende (simpele) overzicht van mogelijke antwoorden op de grote ‘vragen’ van het leven.

 

Wie ben ik?

Onderdeel van God

God’s schepping

Een “ongeluk”

Waar kom ik vandaan?

Ik heb altijd bestaan

Ik ben door God geschapen

Ik ben het product van kans en tijd

Waar ga ik naar toe?

Eindeloze cirkels van reincarnatie

Hemel of Hel

Nergens, ik hou op te bestaan

Aan wie leg ik verantwoording af?

Aan mezelf, want ik ben onderdeel van God

God

Niemand, ik kan doen wat ik wil

Het zal duidelijk zijn dat deze antwoorden sterk kunnen verschillen omdat ze afhankelijk zijn van de visie die men van God heeft. Daarom is het logisch om onze zoektocht naar de waarheid te beginnen met een diepgaand onderzoek naar het bestaan van God. In de volgende hoofdstukken zal dit het onderwerp van onze eerste discussie zijn.
Lees verder:  Bestaat God?
Windmill Ministries
Terug naar de inhoud | Terug naar het hoofdmenu