3 Auteurschap en datering Oude Testament - Gefundeerd Geloof

Ga naar de inhoud

Hoofdmenu:

Is de Bijbel waar?
Auteurschap en datering Oude Testament
De Here zeide tot Mozes: Schrijf u deze woorden op, want op grond van deze woorden heb Ik met u en met Israël een verbond gesloten. En hij was daar bij de Here veertig dagen en veertig nachten, brood at hij niet en water dronk hij niet, en Hij schreef op de tafelen de woorden van het verbond, de Tien Woorden.’
(Exodus 34: 27-28)
 
Wie schreef het Oude Testament?

Strikt genomen zijn veel van de boeken van het Oude Testament anoniem. Slechts weinig boeken vermelden uitdrukkelijk hun schrijvers. Uitsluitend door traditie hebben de meeste boeken een schrijver toegewezen gekregen. Neem bijvoorbeeld de Pentateuch (de eerste vijf boeken van de Bijbel), ook wel de Thora genoemd (het Hebreeuwse woord voor ‘de Wet’). In de tekst zelf staat niet dat deze door Mozes geschreven is. Volgens eeuwenlange traditie schreef Mozes deze boeken gedurende de veertig jaar in de woestijn, ten dele om de ontvangen instructies van God vast te leggen en ten dele om de geschiedenis van het Joodse volk te bewaren.
De vraag over het auteurschap van de overige boeken van het Oude Testament is niet echt eenvoudiger te beantwoorden. Tradities van de Joodse Talmoed verbinden sommige boeken met bekende Bijbelse personen; de meeste boeken vermelden echter niet hun schrijvers en er is geen ondubbelzinnige (extern) bevestiging voor het auteurschap.
De enige ondersteuning voor de traditionele aanspraak op het auteurschap (en ook de datering) van de boeken wordt gevonden door in de tekst zelf naar bevestigingen te zoeken door middel van de stijl, details en historische referenties.
De zeventien grote en kleine profetische boeken maken de sterkste aanspraken op hun auteurschap doordat de meeste van deze boeken de persoon identificeren die de goddelijke woorden of visioenen heeft ontvangen die in deze boeken zijn beschreven. Kritische Bijbelgeleerden hebben verschillende redenen om de authenticiteit van deze aanspraken in twijfel te trekken.
Kortom: als we uitsluitend uitgaan van het beschikbare bewijs, dan zullen we de boeken van het Oude Testament bijna geheel als anoniem moeten zien. De autoriteit van de oudheidkundige bronnen en de integriteit van de schrijvers die zich daarop baseerden bij het samenstellen van de Hebreeuwse Schrift zullen door deze formele anonimiteit zeker niet worden verminderd.
Het bestek van dit boek leent zich niet voor een uitgebreid onderzoek naar de problematiek van het auteurschap en de datering van elk boek uit het Oude Testament. We zullen echter het auteurschap en de datering van de meest betwiste en felst aangevallen boeken behandelen: de Pentateuch-Thora en de profeten Jesaja en Daniël.
☼ Bewijsstuk 4: Het auteurschap van de Pentateuch
De Pentateuch beschrijft de schepping van de aarde, de zondvloed, Gods verbond met de aartsvaders, de uittocht uit Egypte, de geschiedenis van Israël en de wetten geopenbaard aan Mozes. Als gevolg daarvan heeft het auteurschap en de historische betrouwbaarheid veel aandacht van geleerden gekregen en zal dat blijven krijgen.
De schrijver van de Pentateuch is niet eenduidig geïdentificeerd. Volgens de overlevering wordt Mozes onbetwist als schrijver – rond 1400 v.Chr. – erkend. Er zijn echter duidelijk raadselachtige passages gevonden, zoals in Genesis 12:6: ‘de Kanaänieten waren toen in het land’ hoe kon Mozes dat weten? Of nog intrigerender: hoe kon Mozes zijn eigen dood in Deuteronomium 3:4-5 beschrijven? Aan de andere kant is Mozes vanaf het boek Exodus duidelijk de meest vooraanstaande figuur.
Aan het einde van de negentiende eeuw ontwikkelden sceptici de zogenaamde bronnenhypothese. Volgens deze theorie werd de Pentateuch door vier verschillende schrijvers geschreven; elk schreef gedurende een andere tijdsperiode in de geschiedenis van Israël en lang nadat Mozes was overleden. De auteurs zouden kunnen worden geïdentificeerd op basis van de verschillende namen die ze voor God gebruikten. Deze theorie vooronderstelt dat het oudste document in de negende of tiende eeuw v.Chr. en het laatste boek na de Babylonische ballingschap in de vierde eeuw v.Chr. is geschreven.
Een theorie die ook hiermee in verband wordt gebracht suggereert zelfs dat Ezra in het midden van de vijfde eeuw v.Chr. de boeken van de Thora heeft geschreven. Volgens deze theorie werden vele verhalen (zoals dat van de zondvloed) gekopieerd en bewerkt vanuit soortgelijke verhalen uit de Babylonische geschiedenis en cultuur. 
Anderen daarentegen hebben krachtige bewijzen geleverd voor het auteurschap van Mozes. Zoals Gleason L. Archer verklaarde:
 
Als we alle gegevens van de tekst in de Pentateuch zorgvuldig in overweging nemen, en alle bewijzen, zowel interne als externe, eerlijk hebben gewogen, is nauwelijks aan de indruk te ontkomen dat het auteurschap van Mozes de theorie is die het beste overeenkomt met de historische gegevens. Zonder uitgebreide demonstraties of illustraties zullen we een vereenvoudigd overzicht weergeven van de diverse bewijzen die tot deze conclusie leiden,.
 
Het overzicht van Archers bewijzen bevat o.a.:
 
1. De Pentateuch zelf impliceert het auteurschap van Mozes (Exodus 7:14; 24:4; 34:27; Deuteronomium 31:9).
2. De samenhang van de eerste vijf boeken suggereert een enkele schrijver.
3. De overlevering (inclusief verwijzingen in het Nieuwe en Oude Testament) identificeert Mozes als de schrijver.
4. Mozes is de hoofdpersoon.
5. De overvloed aan details wijzen op Mozes als ooggetuige. Een schat aan details in oudheidkundige geschriften en getuigenissen wordt in het algemeen als een overtuigend argument voor een eerlijk en betrouwbaar ooggetuigenverslag geaccepteerd.
6. De schrijver is goed op de hoogte van Egypte en de woestijn, maar is niet vertrouwd met Palestina/Kanaän.
7. Veel gewoonten uit het tweede millennium v.Chr. (zoals de zegeningen van de eerstgeboren zoon) zijn juist beschreven.
8. Er is een behoorlijk hoog percentage Egyptische woorden gebruikt.
9. Mozes had de kwalificaties (opleiding, achtergrond, ervaring) om de schrijver te zijn.
10. Archeologische opgravingen en historische ontdekkingen bevestigen details, zoals het bestaan van de zonen van Heths, Ur, Betel, Shechem, Sodom en Gomorra, het gebruik van kamelen, de prijs van een slaaf in de dagen van Jozef, en Mozes als een Egyptische naam.
 
De ontdekking van twee zilveren amuletten in 1979, die teruggaan tot vóór het jaar 586 v.Chr. (later meer hierover) en die een tekst van het boek Numeri bevatten, is een ander argument tegen de redenering van een latere datering van de Pentateuch omdat dit specifieke gedeelte niet eerder dan 500 v.Chr. geschreven zou zijn.

Naar overheersende Joodse overlevering wordt de Pentateuch aan Mozes toegeschreven. Wanneer we daar dan nog aan toevoegen dat Mozes zonder twijfel de hoofdrolspeler in al deze verhalen was, leidt dat tot een door de meerderheid van de Bijbelgeleerden ondersteunde conclusie:
 
Of Mozes nu wel of niet in de letterlijk zin van het woord de schrijver van wat dan ook maar in de Pentateuch kan worden genoemd, het ligt voor de hand om zijn werk en onderwijs als de initiële aansporing tot het schrijven van de Pentateuch te zien.
 
De onderbouwde en wijd en zijd geaccepteerde rol van Mozes in het samenstellen van de Pentateuch impliceert dat op zijn minst een gedeelte van de boeken dateert uit de periode van de uittocht uit Egypte: ongeveer 1440-1400 v.Chr
☼ BEWIJSSTUK 5: AUTEURSCHAP VAN HET BOEK JESAJA
Net als de Pentateuch wordt ook het boek Jesaja aan nogal wat kritische onderzoeken door Bijbelgeleerden blootgesteld. Dit vanwege de vele profetieën over Israël, Babylonië en de Messias.
De schrijver wordt geïdentificeerd als Jesaja, zoon van Amoz (‘Het gezicht van Jesaja, de zoon van Amoz, dat hij heeft gezien over Juda en Jeruzalem in de dagen van Uzzia, Jotam, Achaz en Jechizkia, koningen van Juda’ – Jesaja 1:1). Dit geeft aan dat het boek op zijn minst honderd jaar vóór de val van Jeruzalem door de Babyloniërs en de daaruit voortvloeiende ballingschap van zeventig jaar, in de periode van 790 v.Chr. tot 686 v.Chr. geschreven moet zijn. Jesaja profeteerde uitgebreid over deze gebeurtenis alsmede over Gods oordeel over de Syriërs (die in 722 v.Chr., gedurende Jesaja’s leven, het noordelijke koninkrijk van Israël veroverden) en de Babyloniërs.
Omdat liberale Bijbelgeleerden sceptisch staan tegenover alles wat maar enigszins op bovennatuurlijke inspiratie van de Bijbel wijst, heeft men geprobeerd om de vervulde profetieën uit dit boek uit te leggen door deze te herdateren tot ná de gebeurtenissen. Aan het eind van de achttiende eeuw kwam men met de theorie van Deutero-Jesaja (of tweede Jesaja) op de proppen. Volgens deze theorie heeft Jesaja zelf de eerste 39 hoofdstukken geschreven en heeft hij daarna zijn pen aan een van zijn studenten overhandigd, die het tweede gedeelte (hoofdstuk 40-66) schreef nadat de Babylonische ballingschap was begonnen (ongeveer na 586 v.Chr.). Deze latere datum zou de voorzeggingen over ‘Kores, koning van Perzië’ in Jesaja 44:28-45:1 verklaren.
Volgens de Deutero-Jesajatheorie bevatten, dit in sterke tegenstelling tot de hoofdstukken 1-39, de hoofdstukken 40-55 geen persoonlijke gegevens over de profeet. Het eerste gedeelte bevat diverse verhalen over Jesaja die met name gaan over zijn omgang met koningen en andere personen in Jeruzalem. Daarnaast stelt men dat de stijl en taal van Jesaja 40-55 behoorlijk verschilt van de eerdere hoofdstukken (het is interessant dat juist de eenheid in stijl wordt aangedragen door degenen die Jesaja als schrijver steunen) en dat specifieke verwijzingen naar Kores hun oorsprong vinden in de ervaringen tijdens de ballingschap in Babylonië.
Veel Bijbelgeleerden wijzen de Deutero-Jesajatheorie af. Hun lange lijst van argumenten bevat o.a. de eenheid van schrijfstijl in beide delen, het consistente gebruik van dezelfde woorden, en de bekendheid van de schrijver met Palestina maar niet met Babylonië. Joodse tradities schrijven het hele boek uniform aan Jesaja toe. De Dode Zeerollen bevatten een complete rol van Jesaja uit de tweede eeuw v.Chr. die het boek als één geheel weergeven (het eind van hoofdstuk 39 en het begin van hoofdstuk 40 zijn als een doorgaande, in elkaar overvloeiende tekst geschreven).
De Joodse schrijvers van deze rollen hebben blijkbaar nooit aan de eenheid van het boek getwijfeld. Noch de schrijvers van het Nieuwe Testament noch de vroege christelijke kerk twijfelde aan deze eenheid, want citaten uit beide delen werden aan Jesaja toegekend.
Jesaja bevat uitgebreide en expliciete voorzeggingen over de komst van de Messias alsmede over het leven en de kruisiging van Jezus. In het kort zijn deze: het heersen van Jezus in het Koninkrijk (2:3-5); de maagdelijke geboorte van Jezus (7:14); het heersen van Jezus (9:2,7); zijn bestuur over de wereld (9:4); Christus als een afstammeling van David (11:1,10); Christus gevuld met de Heilige Geest (11:2; 42:1); Christus die rechtvaardig zal oordelen (11:3-5; 42:1,4); Christus die over de volkeren zal regeren (11:10); Christus die zachtaardig voor de zwakken zal zijn (42:3); Christus die een nieuw verbond mogelijk zal maken (42:6; 49:8); Christus die een licht voor de niet-Joden zal zijn en door hen zal worden aanbeden (42:6; 49:6-7; 52:15); Christus die door Israël zal worden afgewezen (49:7; 53:1-3); Christus die gehoorzaam aan God zal zijn en lijden zal ondergaan (50:6; 53:7-8); Christus die zal worden verheven (52:13; 53:12); Christus die Israël zal herstellen en de zondaars zal oordelen (61:1-3).
Messiaanse profetieën zijn overtuigende en belangrijke bewijsstukken voor Jezus’ uitspraken dat Hij God is (meer over de profetieën zal worden behandeld tijdens het bespreken van de bewijzen voor Christus). Omdat het boek Jesaja vele jaren vóór de geboorte van Jezus werd geschreven, kunnen deze profetieën niet weggeredeneerd worden. Zoals u zich wellicht herinnert, bevatten de Dode Zeerollen meer dan een complete rol van dit boek, wat de oorspronkelijke samenstelling hiervan ver vóór de geboorte van Jezus plaatst. En het boek Jesaja is ook opgenomen in de LXX die tenminste meer dan 130 jaar v.Chr. werd vertaald. 
☼ BEWIJSSTUK 6: AUTEURSCHAP VAN HET BOEK DANIËL
Het boek Daniël bevat drie gedetailleerde voorzeggingen over het veroveren van het Babylonische rijk door Medo-Perzië. Het profeteert ook het Griekse rijk onder Alexander de Grote, het opbreken van het rijk in vier kleinere machten na de dood van Alexander en het vervolgens opkomen van het Romeinse Rijk (Daniël 7-12). Als het boek Daniël inderdaad door Daniël is geschreven – rond het jaar 535 v.Chr. gedurende de ballingschap in Babylonië – dan zijn deze profetieën eeuwen vóór de gebeurtenissen gedaan.
In een poging om de profetieën in dit boek over het Griekse en Romeinse Rijk in diskrediet te brengen, proberen critici de datum waarop het boek Daniël is geschreven naar 165 v.Chr. op te schuiven. Hun stelling is echter verre van bewezen.
De bewijzen voor een vroegere datum zijn o.a. de gedetailleerde beschrijvingen van de gebeurtenissen in de zesde eeuw v.Chr. die een latere schrijver niet zou hebben kunnen weten, diverse archeologische ontdekkingen die de namen van personen/koningen in het boek bevestigen, het gebruik van een vroegere Aramese taal door de schrijver en de overeenkomst in theologie tussen Daniël en de andere boeken van het Oude Testament die zijn geschreven in de periode 700-500 v.Chr. Ezechiël, de profeet uit de zesde eeuw v.Chr., ook wel bekend als een tijdgenoot van Daniël, verwijst in zijn boek drie keer naar Daniël (Ezechiël 14:14; 14:20 en 28:30) en deze verwijzingen bevestigen de traditionele datering. Als we in overweging nemen dat het boek Daniël ook in de LXX (vertaald vóór het jaar 250 v.Chr.) was opgenomen, wordt het heel duidelijk dat de datum van 165 v.Chr. gewoon niet kán kloppen. Ten slotte, tussen de Dode Zeerollen overleefden ook acht geschriften van het boek Daniël, één van deze werd rond het einde van de tweede eeuw v.Chr. gedateerd. Het is hoogst onwaarschijnlijk dat het boek als Bijbeltekst zou zijn geaccepteerd door de Qumran-leefgemeenschap en daar naast de andere heilige boeken opgenomen zou zijn slechts een paar jaar nadat het was geschreven.
Zelfs als de datum van 165 v.Chr. in overweging genomen zou worden, zouden de profetieën over ‘het vierde beest’ (Rome) nog altijd honderd jaar voordat de gebeurtenissen plaatsvonden, zijn opgeschreven (het Romeinse Rijk vestigde zich als wereldmacht rond het jaar 60 v.Chr.).
Naast de vele profetieën over wereldgebeurtenissen bevat het boek Daniël ook nauwkeurige voorzeggingen over Christus. Zoals ook met het boek Jesaja het geval is, leveren de Dode Zee-rollen en de LXX overtuigende aanwijzingen dat dit boek eeuwen vóór de geboorte van Christus werd geschreven.

Windmill Ministries
Terug naar de inhoud | Terug naar het hoofdmenu