5.2 Jezus stief aan het Kruis - Gefundeerd Geloof

Ga naar de inhoud

Hoofdmenu:

Is Jezus God? > De Opstanding
 Bewijsstuk 4: Jezus werd gekruisigd onder Pontius Pilatus 
Zowel Bijbelse als buitenbijbelse bronnen geven ons meerdere bevestigingen dat Jezus van Nazaret onder de Romeinse gouverneur Pontius Pilatus werd gekruisigd:
 
Bijbelse bronnen
Evangelie naar Marcus. ‘Pilatus oordeelde het geraden de schare haar zin te geven en hij liet hun daarom Barabbas los en gaf Jezus, na Hem gegeseld te hebben, over om gekruisigd te worden’ (Marcus 15:15).
Evangelie naar Matteüs. ‘Toen liet hij hun Barabbas los, maar Jezus geselde hij en hij gaf Hem over om gekruisigd te worden’ (Matteüs 27:26).
Evangelie naar Lucas. ‘En toen zij aan de plaats gekomen waren, die Schedel genoemd wordt, kruisigden zij Hem daar, en ook de misdadigers, de ene aan zijn rechterzijde en de andere aan zijn linkerzijde’ (Lucas 23:33).
Evangelie naar Johannes. ‘Toen gaf hij Hem aan hen over om gekruisigd te worden’ (Johannes 19:16a).
Paulus. ‘Maar ik moge ervoor bewaard blijven te roemen anders dan in het kruis van onze Here Jezus Christus, door wie de wereld mij gekruisigd is en ik der wereld’ (Galaten 6:14).
 
Vroege kerkleiders
Ignatius die aan de Tralliërs schrijft (ca. 105 n.Chr.). ‘Op de dag van de voorbereiding, dan, gedurende het derde uur, ontving Hij het vonnis van Pilatus, de Vader stond het toe dat dit gebeurde; op het zesde uur werd Hij gekruisigd; op het negende uur gaf Hij zijn geest; en voor de zon onderging werd Hij begraven.’
Justinus de Martelaar in zijn eerste Apologia (ca. 150 n.Chr.). ‘Onze leraar over deze dingen is Jezus Christus, die ook voor dit doel was geboren, en werd gekruisigd onder Pontius Pilatus, procureur van Judea, in de tijd van Tiberius Caesar.’
Irenaeus in Adversus Haereses (ca. 180 n.Chr.). ‘(…) dat Hij Jezus Christus was, die onder Pontius Pilatus werd gekruisigd.’
 
Niet-Bijbelse schrijvers
Joodse geschiedkundige Josephus (ca. 70-90 n.Chr.). ‘(…) wanneer Pilatus, op aanraden van de leiders onder ons, Hem tot het kruis had veroordeeld.’
Romeinse geschiedkundige Tacitus (ca. 116 n.Chr.). ‘Christus, van wie de naam was afgeleid, werd veroordeeld tot de doodstraf gedurende het regime van Tiberius onder de handen van één van onze procurators, Pontius Pilatus.’
De Joodse Talmoed (ca. 100-200 n.Chr.). ‘Op de avond van het paasfeest werd Yeshu (Jezus) opgehangen (gekruisigd).’
De historische bevestigingen zijn onbetwist. Zelfs de meest sceptische critici die betogen dat de Bijbel slechts een verzameling van verzonnen verhalen is en dat de opstanding nooit heeft plaatsgevonden, accepteren dat de kruisiging een historisch feit is. John Dominic Crossan, een van de grondleggers van het liberale Jesus Seminar, geeft toe dat de kruisiging ‘zo zeker is als welk historisch gegeven dan ook ooit zou kunnen zijn.’

 Bewijsstuk 5: De Romeinse kruisiging leidde onvermijdelijk tot de dood
The origin of Roman crucifixion

Voordat we gaan kijken naar de bevestigingen van de dood van Jezus in de Bijbel is het belangrijk om te weten wat kruisiging precies inhoudt. Dood door kruisiging was de wijze van executie van misdagers, slaven en opstandelingen, waar de Romeinen de voorkeur aan gaven. Vanwege deze veelvuldige en veelvoorkomende toepassing zijn er uitgebreide historische verslagen van deze procedure.
Dood door kruisiging werd door de Perzen rond het jaar 400 v.Chr. ‘uitgevonden’ en werd later aan de Carthagenen en de Feniciërs doorgegeven. Alexander de Grote introduceerde kruisigingen over het gehele Griekse Rijk. De Romeinen perfectioneerden het als methode voor de doodstraf, waarbij zo veel mogelijk pijn en lijden gedurende een lange periode werd veroorzaakt. De Romeinen gaven de voorkeur aan kruisiging boven andere methoden voor terechtstellingen vanwege het veroorzaakte ‘angsteffect’. De keuze van een drukbezochte plaats zoals bij een belangrijke stadspoort (Golgota) gaf de zekerheid dat de lange, gruwelijke lijdensweg meerdere malen door zo veel mogelijk mensen gezien zou worden. Deze maximale publiciteit weerhield mensen ervan om risico’s te nemen die tot een dergelijke marteldood zouden kunnen leiden. Dood door kruisiging werd door keizer Constantijn in de vierde eeuw afgeschaft. Geschiedkundigen schatten dat zo’n 10.000 tot 100.000 mensen (waarschijnlijk meer in de buurt van het hogere aantal) door de Romeinen zijn gekruisigd. 
Kruisiging begon meestal met het geselen of afranselen van de rug van het slachtoffer. Dit wordt uitdrukkelijk in de evangeliën vermeld, zoals in Marcus 15:15 (cursivering toegevoegd): ‘Pilatus oordeelde het geraden de schare haar zin te geven en hij liet hun daarom Barabbas los en gaf Jezus, na Hem gegeseld te hebben, over om gekruisigd te worden.’ De Romeinen gebruikten een zweep (flagrum genaamd) die bestond uit kleine stukjes bot of metaal die aan diverse leren strengen waren gebonden. Het aantal slagen dat aan Jezus werd gegeven is niet vastgelegd. Volgens de Joodse wet werden maximaal negenendertig slagen gegeven (één minder dan de veertig die door de Thora werd voorgeschreven, om te voorkomen dat een mistelling tot te veel slagen zou leiden). De geseling trok de huid van de rug, wat een bloedige massa van weefsel en bot creëerde. Extreem bloedverlies trad op, wat vaak de dood of, op zijn minst, bewusteloosheid veroorzaakte.

De ongeveer 2,10 meter lange verticale paal (ook wel de stipes genoemd) was meestal al op de plaats van executie aanwezig. Dit was vaak een boom, vandaar de regelmatige referentie naar kruisiging als ‘het hangen aan een boom’. Het dwarshout (of patibulum) werd vaak door het slachtoffer naar de plaats van terechtstelling gedragen. Het patibulum kon makkelijk 40 tot 50 kilogram wegen. Na de geseling was Jezus in een verzwakte staat en het is geen wonder dat Hij hulp nodig had. Marcus 15:21: ‘En zij presten een voorbijganger om zijn kruis te dragen, een zekere Simon van Cyrene, die van het land kwam, de vader van Alexander en Rufus.’ Zodra het slachtoffer eenmaal op de plaats van executie was aangekomen, werd het patibulum op de grond geplaatst en werd het slachtoffer gedwongen om erop te gaan liggen. Vervolgens werden ongeveer 20 centimeter lange spijkers met een doorsnee van ongeveer 0,8 centimeter door de polsen geslagen. Het patibulum werd daarna aan de stipes opgehesen waar het lichaam zodanig werd gedraaid dat de voeten tegen de stipes geslagen konden worden.

Behalve de verschrikkelijke pijn bemoeilijkte de kruisiging het ademhalen, vooral het uitademen. Om uit te kunnen ademen moest het slachtoffer het lichaam omhoog brengen door zich met de voeten op te duwen, de ellebogen te buigen en de schouderbladen bij elkaar te brengen. Deze beweging plaatst echter het hele lichaamsgewicht op de voeten, wat een brandende pijn veroorzaakt. Daarnaast veroorzaakt het buigen van de ellebogen een scherpe pijn langs de beschadigde zenuwen van de polsen doordat deze om de ijzeren spijkers heen draaiden. Het ophijsen van het lichaam zorgde ook voor het pijnlijk schrapen van de gegeselde rug tegen de houten palen. Met als gevolg dat elke poging om adem te halen een onvoorstelbare pijn veroorzaakt en tot verdere uitputting leidt.

Diverse factoren dragen bij tot de uiteindelijke dood van een gekruisigde en variëren van geval tot geval, maar de twee belangrijkste zijn hypovolemische shock (shock veroorzaakt door het verminderen van de hoeveelheid bloed) en asfyxie (verstikking door uitputting). Andere aannemelijke factoren zijn onder meer uitdroging, door de stress veroorzaakte hartritmestoornissen en hartstilstand.
 Bewijsstuk 6: Jezus stierf werkelijk aan het kruisExhibit #6: Jesus Died on the Cross
Door de eeuwen heen is door sceptici een aantal malen de zogenaamde bezwijmtheorie als verklaring voor Jezus’ opstanding aangevoerd. In diverse variaties stelt deze theorie dat Jezus niet echt stierf, maar dat men Hem had bedwelmd, waardoor Hij alleen maar dood leek te zijn. Hij werd in het graf weer tot bewustzijn gebracht. Het is geen wonder wanneer een levende man uit het graf loopt. Objectief gezien zijn de bewijzen dat Jezus werkelijk aan het kruis stierf echter zeer overtuigend:

De Romeinse soldaten waren professionals. Het succes van het Romeinse Rijk was gebaseerd op de ijzeren discipline van zijn leger. Normaal gesproken waren soldaten hun leven lang beroepsmilitairen, getraind in het doden. De groep soldaten die Jezus kruisigden was hoogstwaarschijnlijk een kruisigingsteam en geroutineerd in de procedure. Ze wisten dus heel goed waar ze mee bezig waren. Ze wisten hoe de positie van een persoon moest zijn om hem aan het kruis te nagelen en ze wisten ook wanneer hij was overleden. De Romeinse legerdiscipline maakte het maken van fouten zeer onwaarschijnlijk. Wanneer een soldaat niet op de juiste manier een opgelegde straf tot uitvoering bracht, dan werd, volgens de Romeinse regels, dezelfde straf aan deze soldaat opgelegd. Met andere woorden: wanneer door toedoen van een Romeinse soldaat het slachtoffer de kruisiging overleefde, dan was hijzelf de eerstvolgende die werd gekruisigd. Deze soldaten waren dus zeer gemotiveerd om hun taak goed te vervullen! Van de vele duizenden kruisigingen is er geen enkel geval bekend, noch in bewaard gebleven teksten, noch in de mondeling doorgegeven overleveringen, waar het slachtoffer een Romeinse kruisiging heeft overleefd.
De Joden wilde dat Jezus stierf. De tegenstanders van Jezus keken toe. Ze hadden veel tijd en energie geïnvesteerd om Jezus te laten arresteren en kruisigen. Er is niet veel fantasie voor nodig om te beseffen dat ze er absoluut zeker van wilden zijn dat Jezus inderdaad was gestorven. Ze hebben dit waarschijnlijk zelf gecontroleerd. De Joden hebben de dood van Jezus ook nooit betwist.
De evangeliën en Paulus getuigen van zijn dood. Alle evangeliën spreken uitdrukkelijk over het sterven van Jezus:
– Marcus 15:37: ‘En Jezus slaakte een luide kreet en gaf de geest.’
– Matteüs 27:50: ‘Jezus riep wederom met luider stem en gaf de geest.’
– Lucas 23:46: ‘En Jezus riep met luider stem: Vader, in uw handen beveel Ik mijn geest. En toen Hij dat gezegd had, gaf Hij de geest.’
– Johannes 19:30: ‘(…) zeide Hij: Het is volbracht! En Hij boog het hoofd en gaf de geest.’
1 Korintiërs 15:3: ‘(…) Christus is gestorven…’
De soldaten braken zijn benen niet. In Johannes 19:32-33 lezen we: ‘De soldaten dan kwamen en braken de benen van de eerste en van de andere, die met Hem gekruisigd waren; maar toen zij bij Jezus gekomen waren en zagen, dat Hij reeds gestorven was, braken zij zijn benen niet.’ De normale procedure om de dood van een gekruisigde te bespoedigen was dat de benen van het slachtoffer onder de knieën gebroken werden (ook wel crucifracture genoemd), zodat hij zichzelf niet meer kon opduwen om uit te ademen. Het slachtoffer stikte dan doordat de longen zich met koolstofdioxide vulden. De soldaten braken de benen van de twee misdadigers. Jezus werd echter, zonder dat zijn benen gebroken werden, door de Romeinse beulen dood verklaard.
Het steken in de zij van Jezus. In Johannes 19:34 lezen we: ‘Maar één van de soldaten stak met een speer in zijn zijde en terstond kwam er bloed en water uit.’ Toen zijn zijde met een speer doorstoken werd, vloeide er water en bloed uit. Het is duidelijk dat dit een speerstoot van een Romeinse soldaat was om de dood te garanderen. De speer werd in de ribbenkast, door de rechterlong, de zak rond het hart en het hart zelf gestoken, waarbij zowel bloed als vocht uit de borstkas vrijkwam. Medische analyse duidt erop dat het vloeien van het waterachtige vocht een indicatie was dat Jezus al dood was voordat de speerwond zelf ontstond. Als dat niet het geval geweest zou zijn, dan zou de wond in zijn zij zelf wel fataal zijn geweest.
De reactie van Pilatus op de dood van Jezus. Marcus 15:44-45 vermeldt: ‘En het bevreemdde Pilatus, dat Hij reeds gestorven zou zijn, en hij ontbood de hoofdman en vroeg hem, of Hij reeds lang gestorven was. En toen hij het van de hoofdman vernomen had, schonk hij het lichaam aan Jozef.’
Windmill Ministries
Terug naar de inhoud | Terug naar het hoofdmenu