6.2 De Gnostische Beweging - Gefundeerd Geloof

Ga naar de inhoud

Hoofdmenu:

Is de Bijbel waar? > Verloren Boeken?
De gnostische beweging
De meest bekende – vanaf het begin als ketterij beschouwde – stroming in de tijd van de vroege kerk is de gnostische beweging. Wat gelooft iemand die een gnosticus is? Helaas is hierop geen eenvoudig antwoord te geven. De term is afgeleid van het Griekse woord gnosis, hetgeen simpelweg ‘kennis’ betekent. Het gnosticisme ontstond in de mediterrane wereld en het Nabije Oosten ongeveer in dezelfde tijd als het primitieve christendom, maar onafhankelijk daarvan. Het bereikte zijn hoogtepunt in de derde eeuw. In de breedste zin is gnosticisme een religieus dogma gebaseerd op een gezichtspunt van speciale kennis. Door de tijd heen is het een verzamelbegrip geworden voor alles wat ingaat tegen het orthodoxe christendom. Een goede illustratie hiervan is de verwarring rond de Nag Hammadidocumenten. De documenten worden als gnostisch beschouwd, maar tonen onderling aanzienlijke verschillen.
Onze aanpak bestaat eruit enige gemeenschappelijke kenmerken van gnostische documenten te definiëren:

Dualisme: de ware en ‘goede’ God is een andere dan de ‘slechte’ Schepper God in Genesis.
Kosmogonie: de fysieke materiële wereld is slecht; licht, ziel, geest en kennis zijn goed.
Verlossing: verlossing en vergeving kunnen alleen worden ervaren door kennis; het vlees (het fysieke) kan niet verlost worden, daarom is er geen opstanding van het lichaam uit de dood mogelijk.
Eschatologie: het begrip waar het bestaan naartoe leidt, namelijk: de verlossing van de ziel en het herstel van de schepping in haar volledigheid, waar goedheid leeft (gescheiden van de slechte fysieke wereld van materie en vlees).
Sekte en gemeenschap: de erediensten, sacramenten en de mensen die deze wereldvisie geloven en beleven.
 
Het gnosticisme begon de wijdverspreide christelijke gemeenschap tegen het einde van de eerste eeuw te beïnvloeden. Kijk bijvoorbeeld eens nader naar 1 Johannes 4:2-3 (nadruk toegevoegd): ‘Hieraan onderkent gij de Geest Gods: iedere geest, die belijdt, dat Jezus Christus in het vlees gekomen is, is uit God; en iedere geest, die Jezus niet belijdt, is niet uit God. En dit is de geest van de antichrist, waarvan gij gehoord hebt, dat hij komen zal, en hij is nu reeds in de wereld.’ Deze tekst, geschreven door de apostel Johannes in de periode 80-90 n.Chr., ontkent gnostische beweringen dat de Goddelijke Jezus geen mens (‘vlees’) kon zijn geweest. Gnostici redeneerden dat alle vlees, ofwel de gehele fysieke wereld, slecht is.
De bekende ‘Apostolische geloofsbelijdenis’ dateert uit de derde eeuw en was afgeleid van de Oude Romeinse geloofsbelijdenis uit de tweede helft van de tweede eeuw. Deze Oude Romeinse geloofsbelijdenis was ontwikkeld in de christelijke gemeenschap om met name het gnosticisme te bestrijden (de antignostische uitspraken zijn cursief gezet):
 
Ik geloof in God de Vader Almachtig. En in Jezus Christus zijn enige Zoon onze Heer, die ontvangen is van de Heilige Geest, geboren uit de Maagd Maria; Die is gekruisigd onder Pontius Pilatus en begraven. Ten derden dage opgestaan uit de doden, Die opgestegen is ten Hemel, zit aan de rechterhand van God de Almachtige Vader, vanwaar Hij komen zal om te oordelen de levenden en de doden. Ik geloof in de Heilige Geest; de heilige Kerk; de vergeving van zonden; de opstanding van het lichaam.
 
Een nog vroeger fragment van dit credo – waarschijnlijk geschreven tegen het einde van de eerste eeuw – zegt simpelweg (ook hier zijn de antignostische uitspraken benadrukt):
 
Ik geloof in God de Vader Almachtig. En in Jezus Christus Zijn enige Zoon onze Heer. En in de Heilige Geest; de heilige Kerk,  de opstanding van het lichaam.
 
Vele schrijvers van de vroege kerk bestreden met hand en tand de gnostische invloeden in hun brieven aan de christelijke gemeenschap. Voorbeelden hiervan kunnen gevonden worden in twee brieven van Ignatius (ca. 105-107 n.Chr.) en de vele werken van Justinus de Martelaar (ca. 160 n.Chr.), Hegesippus (ca. 170 n.Chr.), Irenaeus (ca. 170-180 n.Chr.), Clemens van Alexandrië (ca. 195 n.Chr.) en Tertullianus (ca. 210 n.Chr.).
 
‘Gnostisch christendom’ versus ‘traditioneel christendom’
Enkele Bijbelcritici van vandaag – door sommigen ook wel ‘de Nieuwe School’ genoemd – stellen dat in de tijd van de geboorte van het christelijk geloof het huidige christendom niet de enige interpretatie van Jezus’ onderricht was. Zij beweren dat alternatieven, zoals de gnostische interpretaties (‘gnostisch christendom’) ook in beschouwing werden genomen. Na een strijd tussen de diverse concepten won de visie van het ‘traditionele christendom’ en werden de andere vroege vormen van het christendom onderdrukt, hervormd of zelfs vergeten. De Nieuwe School claimt dat recente ontdekkingen van nieuwe evangeliën deze alternatieven aan het licht brengen. Veel mensen willen graag een ‘opknapbeurt’ van het traditionele geloof als een bevrijding van het huidige christendom dat volgens sommigen een oud, vermoeiend, beperkend en bekrompen geloof is.
Zoals we hebben gezien streed de vroege kerk agressief tegen de gnostische claims en invloeden. De antignostische verzen worden echter alleen gevonden in de later geschreven boeken van het Nieuwe Testament, zoals 1 Johannes, tegen het eind van de eerste eeuw. Indien inderdaad het gnosticisme een grote zorg voor de apostelen was geweest, dan zouden we veel meer antignostische verzen in de Bijbelboeken hebben aangetroffen. Derhalve is het logisch te veronderstellen dat de gnostische invloeden pas 50 tot 60 jaar na de geboorte van het christendom het geloof begonnen te beïnvloeden. Dit impliceert het volgende:
• Het ‘traditioneel christendom’ en het ‘gnostisch christendom’ zijn niet parallel ontwikkeld. Het traditioneel christendom was reeds op grote schaal geaccepteerd; alle (behalve een paar) boeken van het Nieuwe Testament waren reeds geschreven ruim voor de gnostische concepten begonnen op te spelen. Daarom kan gnostisch christendom geen alternatieve interpretatie van het onderricht van Christus zijn met dezelfde historische basis als het op de Bijbel gebaseerde christendom. Nee, het is een sekte die additionele openbaring claimt om wijzigingen aan het bestaande geloof te kunnen aanbrengen.
• Gnostische christelijke ‘evangeliën’ kunnen niet geschreven zijn vóór het eind van de eerste eeuw, omdat het gnostisch christendom voor die tijd nog niet bestond. Onze bespreking van de diverse ‘evangeliën’ en de argumenten voor hun authenticiteit zou deze conclusie moeten bevestigen.

Lees verder: The Nag Hammadi Library
Windmill Ministries
Terug naar de inhoud | Terug naar het hoofdmenu