5.3 HET BEWIJS VAN HET MISSENDE LICHAAM - Gefundeerd Geloof

Ga naar de inhoud

Hoofdmenu:

Is Jezus God? > De Opstanding
 Bewijsstuk 7: Het bewijs van het missende lichaam
Alle vier evangelisten vermelden unaniem dat Jozef van Arimatea het lichaam van Jezus na zijn dood opeiste. Hier is het verslag van Lucas 23:50-56 (zie ook Matteüs 27:57-61; Marcus 15:42-47 en Johannes 19:38-42):
 
En zie, een man, genaamd Jozef, die raadsheer was, een goed en rechtvaardig man – deze had niet ingestemd met hun raad en bedrijf –, van Arimatea, een stad der Joden, die het Koninkrijk Gods verwachtte, deze ging naar Pilatus en vroeg hem om het lichaam van Jezus. En na het te hebben afgenomen, wikkelde hij het in linnen en legde Hem in een rotsgraf, waarin nog nooit iemand gelegd was. En het was de dag der voorbereiding en de sabbat brak aan. En de vrouwen, die met Hem uit Galilea gekomen waren, volgden en zij bezagen het graf en hoe zijn lichaam gelegd werd; en toen zij teruggekeerd waren, maakten zij specerijen en mirre gereed. En op de sabbat rustten zij naar het gebod.
Paulus noemt ook de begrafenis van Jezus in 1 Korintiërs 15:4: ‘… en Hij is begraven...’ Gewoonlijk bleven de ontbindende en verminkte lichamen van de gekruisigde slachtoffers aan het kruis hangen als een waarschuwing voor anderen. Uiteindelijk vielen de lichamen ten prooi aan vogels en beesten of werden ze in een massagraf gegooid. Er zijn echter ook verslagen van familieleden of zelfs vrienden bekend, die het lichaam van het slachtoffer opeisten. Gezien de onafhankelijke, maar consistente getuigenis in alle evangeliën en door Paulus is er geen aanleiding om het begrafenisverhaal als fictief af te wijzen.
Het is belangrijk om op te merken dat alle evangeliën de aanwezigheid van vrouwen vermelden (Maria Magdalena, Maria de moeder van Jezus, Salome en anderen) tijdens de begrafenis op ‘de dag der voorbereiding’ (nog steeds vrijdag, dezelfde dag als de kruisiging). Zoals alle evangeliën bevestigen waren zij (Maria Magdalena) ook degenen die het lege graf ontdekten. Sommigen beweren dat de vrouwen op zondagmorgen het graf leeg vonden omdat ze ‘naar het verkeerde graf’ waren gegaan. Dat is heel erg onwaarschijnlijk als men zich realiseert dat alle vrouwen twee dagen eerder bij de begrafenis aanwezig waren. Matteüs noemt ook het plaatsen van bewakers bij het graf.
Het vinden van een leeg graf is nog geen bewijs voor de opstanding. Het feit dat het graf leeg was is echter wel essentieel voor de geloofwaardigheid van de opstanding. Als iemand ooit het lichaam van Jezus zou kunnen vinden, dan zou dat elke aanspraak op een opstanding wegnemen

Getuigenis over het lege graf

 

 

Begrafenis

Bewakers

Lege graf

Matthëus

27:57-61

27:62-66, 28:11-15

28:1-10

Marcus

15:42-47

 

16:1-8

Lucas

23:50-56

 

24:1-12

Johannes

19:38-42

 

20:1-9

De zaak voor het lege graf en het ontbrekende lichaam van Jezus wordt door sterke bewijzen ondersteund:
De ontdekking werd door vrouwen gedaan. In de eerste eeuw werden vrouwen niet als betrouwbare getuigen beschouwd. Het feit dat in alle evangeliën vrouwen als de eerste getuigen van het lege graf worden genoemd, is van grote betekenis omdat hun woord alom als vrouwenpraat afgewezen zou worden. Als het verhaal verzonnen zou zijn geweest, dan zou men zeker een man (waarom niet Jozef van Arimatea zelf?) hebben gekozen om deze ontdekking te doen.
Het lege graf wordt door Paulus bevestigd. Paulus getuigt in 1 Korintiërs 15:3-4: ‘(…) Christus is gestorven voor onze zonden, naar de Schriften, en Hij is begraven en ten derden dage opgewekt, naar de Schriften.’ Paulus noemt niet expliciet een leeg graf, maar wijst erop dat Jezus nadat Hij werd begraven was opgestaan en dat daarom zijn lichaam verdwenen was.
Is zondag de tweede of de derde dag?

Alle verslagen over de opstanding beweren dat Jezus op de derde dag is opgestaan. Omdat dit echter een zondag was en Jezus op een vrijdag overleed, zou dat dan niet de tweede dag geweest moeten zijn? En was Jezus dan niet effectief anderhalve dag in plaats van drie dagen in het graf?
Deze ogenschijnlijke tegenstrijdigheid wordt verklaard wanneer we de Joodse cultuur van de eerste eeuw begrijpen. In die dagen begon een nieuwe dag als het ging schemeren. Vrijdag zou daarom eigenlijk op donderdagnacht na zonsondergang zijn begonnen en zou op vrijdagavond na zonsondergang zijn geëindigd. Tevens was het de gewoonte om een gedeelte van een dag als een volle dag te tellen. Dus als Jezus op de vrijdag, voor de sabbat en voor zonsondergang werd begraven, werd de vrijdag als eerste dag geteld, zaterdag (sabbat) als de tweede en zondag(morgen) als de derde dag. Hetzelfde principe geldt ook voor weken, maanden, jaren enzovoort.
De Jeruzalem-factor. Jezus was in Jeruzalem in het openbaar terechtgesteld en het was juist hier dat de apostelen op de Pinksterdag, slechts vijftig dagen later, de opstanding begonnen te verkondigen. Het zou, om overduidelijke redenen, totaal onmogelijk zijn geweest om het nieuwe geloof in Jeruzalem van de grond te krijgen als het lichaam nog steeds in het graf zou zijn geweest.
De Joden hebben het lege graf nooit ontkend. Er zijn geen geschreven verslagen bekend waarin de Joden ontkennen dat het graf leeg was. Het tegendeel is in feite waar. Ze bevestigen dat het graf leeg was en om dit te kunnen verklaren beweerden ze dat de discipelen Jezus’ lichaam hadden gestolen. Matteüs 28:12-13: ‘En in een vergadering met de oudsten kwamen zij tot een besluit en zij gaven de soldaten veel geld, en zij zeiden: Zegt, zijn discipelen zijn des nachts gekomen en hebben Hem gestolen, terwijl wij sliepen.

Windmill Ministries
Terug naar de inhoud | Terug naar het hoofdmenu