9.3 Interne Criteria voor Eerlijke Getuigenis - Gefundeerd Geloof

Ga naar de inhoud

Hoofdmenu:

Is de Bijbel waar? > Eerlijkheid v/d Bijbel
Interne Criteria:
Intern bewijs 1: Wist de auteur waar hij het over had?
Een verslag kan alleen betrouwbaar zijn als de auteur ook in staat is om een nauwkeurige getuigenis te geven. De schrijver moet óf zelf een ooggetuige zijn óf iemand die toegang had tot de bronnen die ooggetuigen waren.
Zoals we eerder hebben besproken, zijn de evangeliën technisch gezien anoniem, maar zijn er overtuigende argumenten om te kunnen stellen dat de hieraan verbonden namen ook daadwerkelijk de schrijvers zijn. De evangeliën naar Matteüs en Johannes zijn geschreven door discipelen van Jezus die persoonlijke ooggetuigen waren en daarom zijn deze schrijvers zeker in de juiste omstandigheden om een getuigenis te geven. Johannes Marcus was niet één van de Twaalf, maar het is hoogst waarschijnlijk dat hij als jonge man aanwezig was bij een aantal gebeurtenissen gedurende Jezus’ onderwijzingen. Na de opstanding van Jezus brengt Marcus een behoorlijke tijd door met de andere discipelen, reist hij met Paulus en Barnabas en verkeert, waarschijnlijk tijdens het schrijven van zijn evangelie, langere tijd in gezelschap van Petrus. Veel mensen beweren zelfs dat Marcus zijn evangelie namens Petrus heeft geschreven. Het evangelie van Marcus is dus ook zonder enige twijfel geschreven door een bevoegde getuige.
Het evangelie van Lucas en het boek Handelingen zijn beide geschreven door Lucas, de niet-Joodse reisgenoot van Paulus. Lucas was geen persoonlijke getuige van enige gebeurtenis uit het leven van Jezus en ook niet van de opstanding. Het is mogelijk dat hij een bekeerling van Paulus uit Antiochië was. Zijn evangelie onthult echter dat hij gebruikmaakte van gedetailleerde en gekwalificeerde bronnen. Aan het begin van zijn verhaal geeft hij zelf deze verklaring: ‘Aangezien velen getracht hebben een verhaal op te stellen over de zaken, die onder ons hun beslag hebben gekregen, gelijk ons hebben overgeleverd degenen, die van het begin aan ooggetuigen en dienaren van het woord geweest zijn, ben ook ik tot het besluit gekomen, na alles van meet aan nauwkeurig te hebben nagegaan, dit in geregelde orde voor u te boek te stellen, hoogedele Teofilus’ (Lucas 1:1-3)! Zijn aanspraak op ‘nauwkeurig nagegaan’ wordt gesteund door de vele details over mensen, hun titels en posities, gebeurtenissen en locaties waarvan vele zijn bevestigd door historische, buitenbijbelse referenties en archeologie. Lucas is zonder enige twijfel een zeer bekwame onderzoeker en auteur.
 
Hoe zit het met de brieven van Paulus? Zoals we al eerder hebben besproken schrijft Paulus in de eerste verzen van al zijn brieven dat hij de schrijver is. Daarnaast stammen al deze brieven uit de periode 49-55 n.Chr. en zijn ze onbetwist.
Intern bewijs 2: Is er specifiek en met name irrelevant materiaal?
Is het u ooit opgevallen dat wanneer u aan iemand vraagt: ‘Wat er is gebeurd?’, u vaak veel informatie krijgt die totaal niets met het eigenlijke verhaal te maken heeft? Het herinneren van specifieke en vaak (met betrekking tot de gebeurtenis zelf) onbelangrijke details is een krachtige indicatie voor een feitelijke ooggetuigenis. Als mensen verhalen uit de duim zuigen, verzinnen ze alleen de hoofdlijnen van het verhaal en dat is alles wat er verteld wordt. Wanneer iemand echter spreekt of schrijft over gebeurtenissen die werkelijk zijn gebeurd, is het uitweiden over de details en het geven van extra, vaak onnodige en onbelangrijke informatie heel natuurlijk. Wat lezen we in de evangeliën en brieven van Paulus met betrekking tot dit criterium?
Hoewel dit het kortste en meest elementaire verslag over Jezus is, geeft het evangelie van Marcus hiervan een markante illustratie. Marcus 14:32-52 beschrijft hoe Jezus en de discipelen na het Laatste Avondmaal naar de hof van Getsemané gingen. In de verzen 32-42 lezen we hoe Jezus Petrus, Jakobus en Johannes met Zich meeneemt en vervolgens aan hen vraagt om de wacht te houden. Drie keer is Jezus alleen om te bidden en treft Hij bij zijn terugkeer zijn discipelen slapend aan. Na de derde keer arriveert Judas met een door de hogepriesters (‘overpriesters’) gestuurde menigte om Jezus te arresteren (Marcus 14:43-50). Dit verhaal wordt ook in de andere synoptische evangeliën gevonden (Matteüs 26:36-56 en Lucas 22:39-53). Aan het eind van dit verslag voegt Marcus echter het volgende toe: ‘En een jonge man, die een laken om het naakte lichaam geslagen had, liep mede, Hem achterna, en zij grepen hem. Maar hij liet het laken in hun handen en nam naakt de vlucht’ (Marcus 14:51-52). Deze ‘jonge man’ (Johannes Marcus zelf?) maakte geen deel uit van de voorgaande gebeurtenissen en ook wordt deze jonge man later niet meer in het evangelie genoemd. Deze twee verzen zijn derhalve niet ter zake dienend. Daar komt nog bij dat de details over ‘een laken om het naakte lichaam geslagen’ (alsof dat iemand iets uitmaakt)  en dat hij ‘het laken in hun handen liet en naakt de vlucht nam’ (wie zou dat nu willen weten?) laten zien dat deze irrelevante details overeenkomen met een eerlijke herinnering van een ooggetuige.
In het evangelie van Matteüs vinden we, in de diverse verhalende passages, voorbeelden van specifieke en irrelevante details. Ter illustratie zullen we eens kijken naar de beschrijving die Matteüs van Johannes de Doper geeft: ‘Hij nu, Johannes, droeg een kleed van kameelhaar en een lederen gordel om zijn lendenen; en zijn voedsel bestond uit sprinkhanen en wilde honing’ (Matteüs 3:4). Heel specifieke informatie en niet echt relevant voor het verhaal van Matteüs. Matteüs wil hiermee duidelijk maken dat Johannes de Doper de profetie uit het Oude Testament (Jesaja 40:3) vervulde en de mensen opriep om berouw van hun zonden te tonen en zich te laten dopen als een teken van hun berouw. Hoe Johannes de Doper gekleed was en wat hij at is interessant om te weten, maar het is een onbelangrijk detail in het verhaal van Matteüs.
Als wetenschapper had Lucas oog voor (historische) details. Zijn evangelie is overladen met specifiek (en soms irrelevant) materiaal. Meteen in het allereerste hoofdstuk vinden we zijn introductie van Zacharias en zijn vrouw Elisabet, de ouders van Johannes de Doper: ‘Er was in de dagen van Herodes, de koning van Judea, een priester, genaamd Zacharias, behorende tot de afdeling van Abia [irrelevante informatie], en zijn vrouw was uit de dochters van Aäron [is dit belangrijk om te weten?] en haar naam was Elisabet. Zij waren beiden rechtvaardig voor God en leefden naar alle geboden en eisen des Heren, onberispelijk [heel erg specifiek, mooi om te weten, maar niet echt ter zake doende informatie]. En zij waren kinderloos, omdat Elisabet onvruchtbaar was, en zij waren beiden op hoge leeftijd gekomen [nog meer details] (Lucas 1:5-7). Laten we ook eens kijken naar de passage in Handelingen waar hij het gezelschap van Paulus omschrijft toen ze, terwijl ze op weg waren naar Rome, op het eiland Malta schipbreuk leden: ‘En toen het dag werd, herkenden zij het land niet, maar zij bemerkten een inham, die een strand had [is dit echt belangrijke informatie?] en zij overlegden, zo mogelijk het schip daarop te doen lopen. En zij haalden de ankers op en lieten zich voor de zee wegdrijven, terwijl zij meteen de roerbanden losmaakten, het voorzeil voor de wind hesen en op het strand aanhielden. Maar zij kwamen terecht op een uitstekende bank en raakten met het schip aan de grond. En het voorschip bleef onwrikbaar vastzitten, maar het achterschip brak af door het geweld der golven’ [details en nog eens details] (Handelingen 27:39-41). Deze drie verzen klinken meer als zinnen uit een draaiboek voor een film dan als een verslag van de reizen van Paulus, en uiteindelijk kan alle informatie worden samengevat in één heel korte zin: het schip zonk.
Hoe zit het met het evangelie van Johannes? Laten we het verslag van Johannes over de gebeurtenissen bij het graf op de ochtend van de opstanding eens lezen.[i] Johannes 20:1-8: ‘En op de eerste dag der week ging Maria van Magdala [geen logische keuze omdat dit een vrouw is en derhalve in de Joodse samenleving geen geloofwaardige getuige, meer hierover later] vroeg, terwijl het nog donker was, naar het graf [details] en zij zag de steen van het graf weggenomen. IJlings kwam zij dan bij Simon Petrus en bij de andere discipel, dien Jezus liefhad [Johannes noemt zichzelf niet bij naam], en zeide tot hen: Zij hebben de Here weggenomen uit het graf en wij weten niet, waar zij Hem hebben neergelegd. [Maria schijnt te geloven dat iemand het lichaam van Jezus heeft weggehaald in plaats van te begrijpen dat de opstanding heeft plaatsgevonden.] Petrus dan ging op weg en ook de andere discipel en zij begaven zich naar het graf; en die twee liepen samen snel voort; en de andere discipel liep vooruit, sneller dan Petrus, en kwam het eerst aan het graf [we weten nu dat Johannes harder kan lopen dan Petrus], en zich vooroverbuigende [historisch correct detail omdat de ingang tot graftombes inderdaad erg laag waren], zag hij de linnen windsels liggen; hij ging echter niet naar binnen [waarom niet?]. Simon Petrus dan kwam ook, hem volgende, en hij ging het graf binnen [dat past bij de persoonlijkheid van Petrus, eerst doen dan denken…] en zag de windsels liggen, maar de zweetdoek, die op zijn hoofd geweest was, zag hij niet bij de windsels liggen, doch opgerold [steeds meer details], terzijde op een andere plaats. Toen ging ook de andere discipel, die het eerst aan het graf gekomen was, naar binnen, en hij zag het en geloofde [is het echt belangrijk om te weten in welke volgorde ze het graf in gingen?].’
Als we de verslagen over gebeurtenissen in de evangeliën en Handelingen analyseren, ontdekken we een veelvoud van specifieke informatie en onbelangrijke details die niets met de grote lijnen van het verhaal te maken hebben. Zelfs in de enkele passages van de brieven van Paulus die meer beschrijvend dan onderwijzend zijn, vinden we gelijksoortige patronen. Dit materiaal voegt niets toe aan de hoofdlijnen van het verhaal, het is slechts een onderdeel van wat er gebeurde en is neergeschreven door de auteurs zoals ze het zich herinnerden.
Intern bewijs 3: Is er zelfbelastende informatie?
Wanneer een verhaal wordt geschreven om ‘de schrijver er goed uit te laten zien’ of om ‘de bedoelde lezers een plezier te doen’ is het te verwachten dat de gebeurtenissen door ‘een gekleurde bril’ worden afgeschilderd. Dit gedrag is duidelijk in hedendaagse politieke toespraken of discussies te zien, maar ook in de werken van vele oude (niet-Bijbelse) schrijvers zoals bijvoorbeeld Flavius Josephus, die voor zijn Romeinse meesters (en zichzelf) schreef. Zoals dr. Paul Barnett omschrijft:[i] ‘Zijn [Josephus] ‘Joodse Oorlog’ is dun gesluierde propaganda. Zijn ‘Joodse Oudheden’ en ‘Tegen Apion’ zijn romantische geloofsverdedigingen voor het jodendom. Zijn ‘Leven’ is ziekelijk egoïstisch.’ Hoe zit dat met het Nieuwe Testament? Zijn de schrijvers ervan egoïstisch of geven ze een realistisch, op sommige momenten zelfs een negatief beeld van zichzelf? Als de ‘helden’ van het christendom worden afgeschilderd als normale mensen met hun gewone zwakheden en fouten en als ze regelmatig struikelen, zou dit een goede indicatie van eerlijkheid en een solide basis van geloofwaardigheid zijn, want dat zou ons laten zien dat de Bijbelverslagen echte gebeurtenissen betreffen waarbij ‘echte’ mensen betrokken waren. 
We hoeven alleen maar de evangeliën oppervlakkig door te lezen om zelfbelastende beschrijvingen over de volgelingen van Jezus waar te nemen. Het lijkt alsof ze geen kans voorbij laten gaan om een vraag van Jezus verkeerd te beantwoorden. Wanneer hun gevraagd wordt om een keuze te maken kiezen ze veelal verkeerd. Er zijn ook talrijke voorbeelden van ‘politiek incorrecte’ gebeurtenissen en zelfs verwarrende uitspraken en handelingen van Jezus. Tabel 16-3 geeft een overzicht van dit soort illustraties.
De laatste twee illustraties uit tabel 16-3 verdienen nadere toelichting.
De Joodse wereld in de eerste eeuw was een ‘mannenwereld’. Alhoewel er in het Oude Testament talrijke positieve opmerkingen over vrouwen worden gevonden, waren de Joodse mannen van de eerste eeuw er over het algemeen van overtuigd dat vrouwen ondergeschikt waren aan hen vanwege hun superieure natuur. Veel Joden geloofden dat vrouwen hun mond, benen en haar te allen tijde behoorden te bedekken. Zij geloofden dat de mond van een vrouw dwaasheid kon spreken waarmee ze haar man zou beschamen. Met haar benen kon ze een man verleiden en elke vrouw die haar haren in het openbaar loshangend droeg werd gezien als iemand die het gezag van haar man tartte. De Joodse wet accepteerde geen vrouwelijke getuigenis in een rechtszaak omdat vrouwen als onbetrouwbaar werden gezien. Misschien is dat wel de reden dat bijvoorbeeld in de getuigenis van Paulus over de opstanding (1 Korintiërs 15: 3-8) hij alleen de namen van mannen noemt aan wie Jezus was verschenen en hij met opzet de vrouwen schijnt te negeren. De Misjna, een collectie van eeuwenoude Joodse mondelinge overleveringen en wetten, opgeschreven rond de derde eeuw na Christus, verbiedt vrouwen om samen met mannen de wet te bestuderen. Een van de Joodse rabbijnen zei zelfs dat een vrouw als een stuk vlees was waar mannen mee konden doen wat ze wilden. Ook in de Grieks-Romeinse wereld, waar vrouwen over het algemeen meer geëmancipeerd waren dan in de Joodse wereld, was de man het onbetwiste hoofd. De Romeinse filosoof Seneca schreef dat de man gemaakt was om te regeren en de vrouw om stil te zijn en te gehoorzamen.

Gezien deze achtergrond is de rol van vrouwen in het gezelschap rondom Jezus een duidelijke aanwijzing dat de schrijvers van de evangeliën (zoals Matteüs, een Jood die schrijft aan een Joods publiek) zich waarschijnlijk niet op hun gemak voelden en mogelijk met terughoudendheid over enige vrouwelijke betrokkenheid schreven. Desondanks beschrijven alle evangeliën de ondersteunende rol van Marta en Maria in Betanië en is iedereen het erover eens dat Maria Magdalena de eerste was die het lege graf op de zondag van de opstanding ontdekte.
Het verslag over de maagdelijke geboorte van Jezus was zelfs nog meer ‘onverwacht’. In die dagen was seksuele reinheid het grootste bezit van een meisje. Alleen een jonge vrouw die haar maagdelijkheid behield kon verwachten aan een goede man uitgehuwelijkt te worden. Moeders hielden hun dochters zo veel mogelijk uit het publieke oog om ze zo min mogelijk aan verleidingen bloot te stellen.[i] Een zwangere ongetrouwde vrouw werd beschouwd als een zeer ernstige smaad voor haar familie. Zoals dat vandaag de dag nog steeds gebeurt in vele Arabische landen (waarvan de bewoners veelal leven onder islamitische wetten en culturele omstandigheden zoals in het oude Midden-Oosten), leidden zulke zwangerschappen vaak tot eremoorden (het doden van de betrokkenen). De vader en/of de broers, doodden het zwangere meisje om de eer te redden.
Gezien deze achtergrond werd de maagdelijke geboorte van Jezus niet als een ‘wonder’ van de daken geroepen. Afgezien van de korte verhalen in Lucas en Matteüs zegt de Bijbel hier eigenlijk verder niets over. Beide evangelieschrijvers gebruiken uniek materiaal[ii] en getuigen onafhankelijk van elkaar over de geboorte van Jezus. Het schrijven over de geboorte van Jezus moet voor Matteüs een serieus dilemma zijn geweest. Als een strenggelovige Jood moest Matteüs besluiten om op te schrijven dat Jozef (als de vertegenwoordiger van de koninklijke bloedlijn van David) niet de natuurlijke vader van Jezus was. Dit opende uiteraard de deur voor een potentiële stroom van kritiek dat Jezus uit overspel zou zijn geboren. Dit verslag in het evangelie van Matteüs toont zijn onvoorwaardelijke inzet om de waarheid op te schrijven, zonder daar ook maar iets aan te veranderen.
Intern bewijs 4: Zijn de documenten consequent?
Vijf verschillende bronnen (de evangeliën en Paulus) getuigen over Jezus. Zijn deze consequent of spreken ze elkaar tegen? Het lijkt beide het geval te zijn. Er zijn talrijke gebeurtenissen die in meer dan één of zelfs in alle evangeliën worden genoemd, maar er lijken ook betekenisvolle verschillen en zelfs tegenstrijdigheden te zijn. Van vele sceptici is de meest gehoorde kritiek dat de evangeliën elkaar regelmatig tegenspreken. Sommigen hebben hierover boeken volgeschreven[i] en anderen houden lijsten van contradicties bij.[ii]
Laten we, voordat we deze discussie vervolgen, even wat afstand nemen en erover nadenken wat we zouden kunnen verwachten aan te treffen. We hebben hier getuigenissen van gebeurtenissen die twintig jaar (Paulus en Marcus) of zelfs vijftig jaar eerder (Johannes) plaatsvonden. Vele studies zijn gedaan naar hoe we ons gebeurtenissen uit het verleden herinneren.[iii] De algemene (en heel erg logische) conclusie is dat mensen gedurende een lange tijd zich gebeurtenissen, die veelbetekenend voor hun persoonlijke leven zijn geweest, goed kunnen herinneren. Herinneringen worden zelfs beter vastgehouden als de persoon ook emotioneel bij deze gebeurtenis betrokken is geweest. Nauwkeurige herinneringen worden meestal gekenmerkt door sterke visuele beelden en niet ter zake doende details die vanuit persoonlijk oogpunt worden vermeld. De rode lijn (de volgorde of de structuur die het gebeuren voor de persoon belangrijk maakt) van de herinnering blijft behoorlijk nauwkeurig, ook als de details dit niet zijn. Het regelmatig ophalen van de herinnering is een belangrijk onderdeel in zowel het onthouden van de herinnering als de nauwkeurigheid ervan. Dit wil zeggen dat mensen over het algemeen nauwkeurig de hoofdlijnen van een gebeurtenis onthouden, zeker wanneer dit ingrijpende gebeurtenissen in hun leven zijn geweest en ze regelmatig worden opgehaald of herinnerd. Men kan zich details slechts in beperkte mate herinneren. Deze beperken zich veelal tot relatief onbelangrijke zaken, die niet altijd precies worden herinnerd, en waarvan de herinnering vaak is beperkt tot de invalshoek van de waarnemer.
Het zal duidelijk zijn dat de verhalen zoals deze in de evangeliën zijn opgeschreven, daarvoor al in vele vormen mondeling in de christelijke gemeenschap circuleerden. Zoals reeds is uitgelegd, is dit een groot ‘voordeel’ om gebeurtenissen nauwkeurig te kunnen herinneren. Wanneer we de diverse teksten vergelijken, dan is het zonneklaar dat ze qua hoofdlijnen opvallend consequent zijn.

All Writings Agree on the Main Events

 

Event recorded about Jesus

Matthew

Mark

Luke

John

Paul

Jesus virgin birth

X

 

X

 

 

Jesus was a Son of David

X

X

X

X

X

The ministry of John the Baptist

X

X

X

X

 

The baptism of Jesus by John the Baptist

X

X

X

X

 

The calling of the twelve disciples/Jesus had disciples

X

X

X

X

X

Jesus walking on water

X

X

X

X

 

The feeding of the 5,000

X

X

X

X

 

Jesus performed many more miracles/signs

X

X

X

X

 

Jesus teachings about the nature of God, humanity, salvation etc.

X

X

X

X

X

Jesus interpretation of the Sabbath law

X

X

X

X

 

The reaction of the religious and political leaders

X

X

X

X

 

Jesus entry into Jerusalem on Palm Sunday

X

X

X

X

 

The Last Supper, a memorial meal with water and wine

X

X

X

X

X

The betrayal (by Judas)

X

X

X

X

X

The denial by Peter

X

X

X

X

X

Jesus was put on trial (before Pontius Pilate)

X

X

X

X

X

Jesus was crucified under Roman law

X

X

X

X

X

The burial (by Joseph of Arimathea)

X

X

X

X

X

The empty grave

X

X

X

X

X

The resurrection appearances

X

X

X

X

X

Er zijn geen ernstige verschillen in de boeken van het Nieuwe Testament betreffende de belangrijkste gebeurtenissen in het leven van Jezus, zijn kruisiging of zijn opstanding. De verschillen (of tegenstrijdigheden, zoals sommigen ze bij voorkeur noemen) hebben altijd betrekking op de details. Veel van deze vermeende tegenstrijdigheden kunnen worden verklaard door parafraseringen, verkortingen, verklarende toevoegingen, keuzes, weglatingen of door het gebruik van andere namen voor dezelfde locaties of personen. Zoals eerder uitgelegd is, kunnen met het verstrijken van de tijd mensen zich details verschillend herinneren, wat veroorzaakt wordt doordat zij ze zich vanuit hun eigen unieke perspectief herinneren of doordat ze het zich gewoon niet nauwkeurig meer herinneren.
Zonder in een al te diepe analyse van de details over de beweerde tegenstrijdigheden te treden,[i] wil ik twee van de meest genoemde ‘grote’ tegenspraken in de evangeliën bespreken.
De eerste gaat over de verschillende stambomen van Jezus uit Matteüs 1:1-16 en Lucas 3:23-37. Het is zeer duidelijk dat deze twee significant van elkaar verschillen en toch worden beide aangegeven als een overzicht van de voorouders van Jezus. Hoe kunnen ze beide waar zijn?
Er is een eenvoudige verklaring voor deze vermeende tegenstrijdigheid. Zoals we zagen schreef  Matteüs (als Jood) voor de Joden. Daarom begint zijn genealogie met Abraham, de vader van alle Joden. In de Joodse cultuur representeert alleen de man de officiële lijn van afstamming. De vader geeft zijn rechten door aan de zoon die hij uitkiest, gewoonlijk de oudste zoon, maar soms een andere zoon. David had bijvoorbeeld meerdere vrouwen en zonen. David verkoos Salomo (een zoon van Batseba) boven zijn oudste levende zoon Adonia als zijn opvolger (1 Koningen 1). Dit maakt de lijn van afstamming via Salomo de legale oftewel de koninklijke afstamming. Jozefs vader Jakob was een afstammeling van Salomo. Matteüs legt de verbinding als volgt uit: ‘Jakob verwekte Jozef, de man van Maria, uit wie JEZUS geboren is, die Christus genoemd wordt’ (Matteüs 1:16). Dus Jozef, van wie Matteüs verklaart dat hij de man van Maria is (niet de vader van Jezus), is de wettelijke vader van Christus met koninklijk bloed. Door Jozefs afstamming bewijst Matteüs dat Jezus een zoon van David en Abraham is.
Lucas daarentegen benadert Jezus’ afkomst vanuit een niet-Joods, ‘menselijk’ perspectief. Hij begint daarom met Adam (de eerste mens) en gaat via Abraham (de eerste Jood) naar David. Vanaf David gaat hij via Natan (2 Samuël 5:14) naar Heli, de vader van Maria, en vervolgens naar Maria de moeder van Jezus. Dat is de natuurlijke afstamming. Maria zelf was via haar vader Heli ook een afstammeling van David.

De andere favoriete ‘tegenstrijdigheid’ zijn de beschrijvingen in de evangeliën van de ontdekking van het lege graf en van degenen aan wie Jezus verscheen na zijn opstanding. Wanneer we de evangeliën lezen lijken ze allemaal van elkaar te verschillen. In Matteüs bijvoorbeeld wordt het lege graf door Maria Magdalena ontdekt en de andere Maria’s (Matteüs 28:1). Marcus vertelt ons dat het Maria Magdalena en Maria de moeder van Jakobus en Salome waren (Marcus 16:1). Lucas noemt alleen ‘de vrouwen’ (Lucas 24:1). Later worden ze als  Maria Magdalena, Maria de moeder van Jakobus, Johanna en ‘de anderen die met hen waren’ omschreven (Lucas 24:10). Ten slotte noemt Johannes alleen Maria Magdalena (Johannes 20:1). Wie waren er? Oppervlakkig gezien schijnen de evangelieschrijvers daarover allemaal van mening te verschillen, behalve wat Maria Magdalena betreft.
Een gelijksoortige verwarring lijkt te bestaan over degenen aan wie Jezus verscheen. Was het aan Petrus of Johannes of aan alle discipelen en inclusief of zonder Tomas? Was het in Jeruzalem of in Galilea? 
Er zijn vele boeken geschreven over hoe al deze verhalen met elkaar kunnen worden geharmoniseerd.[i] We willen niet al te zeer in details treden, maar de verschillende verslagen over de vrouwen die bij het lege graf aanwezig waren, zouden kunnen worden verklaard door hoe ons geheugen verschillende specifieke details onthoudt zoals we dat eerder hebben uitgelegd. Elke evangelieschrijver geeft zijn eigen getuigenis over hoe hij zich deze wonderlijke ochtend herinnert en zoals we vaak in (oog)getuigenverklaringen kunnen zien, zijn ze het allemaal over de hoofdinhoud eens, maar hebben ze een enigszins verschillende herinnering aan de details van de zaak. Daar komt nog bij dat deze details niet noodzakelijkerwijs met elkaar in tegenspraak zijn. De andere Maria van Matteüs is hoogstwaarschijnlijk Maria de moeder van Jakobus en Jozef (Matteüs 27:55). Dit zijn dus dezelfde Maria’s die door Marcus en Lucas worden genoemd. Deze verschillen kunnen dus verklaard worden doordat er namen zijn weggelaten. Sommige schrijvers hebben gewoonweg besloten om ze helemaal niet te noemen of om alleen Maria Magdalena te vermelden. Deze weglating van de namen van de andere vrouwen door de (Joodse) evangelisten past dus ook heel natuurlijk in de Joodse zienswijze van die dagen over de onbelangrijkheid van vrouwen.
Wat de verschijningen na de opstanding betreft is het niet zo dat het ene verhaal het andere verhaal tegenspreekt of uitsluit. Ze schijnen alleen qua volgorde te verschillen. Het is bijvoorbeeld aannemelijk dat Jezus eerst aan de elf discipelen in Jeruzalem is verschenen, daarna in Galilea nadat ze na het Joodse paasfeest naar huis waren gegaan en later nog een keer in Jeruzalem tijdens hun terugkeer om zich op het feest van Pinksteren voor te bereiden.
Opmerkingen over Johannes versus de synoptische evangeliën

Veel boeken onderzoeken de verschillen en overeenkomsten tussen het evangelie van Johannes en de synoptische evangeliën. Dit heeft geresulteerd in een breed scala van meningen over de geloofwaardigheid van Johannes. Over het algemeen heeft de meer kritisch geschoolde gemeenschap serieuze twijfels over en/of verwerpt in zijn geheel de historische betrouwbaarheid van Johannes. Echter, meer recente, gedetailleerde informatie (in het bijzonder de historische informatie over de Joodse samenleving in de eerste eeuw gebaseerd op de Dode Zeerollen), biedt een sterk argument voor de historische betrouwbaarheid van het evangelie.
Voordat we deze verschillen bespreken, wil ik erop wijzen dat de hoofdlijnen van Johannes overeenstemmen met de synoptische evangeliën en de brieven van Paulus.
De beschrijving van het lijdensverhaal in Johannes, in de laatste hoofdstukken van zijn boek, klopt niet alleen met de synoptische evangeliën, maar het geeft ook diverse details die niet in de andere evangeliën zijn opgenomen. Johannes completeert deze verhalen met historisch correcte details. Johannes schrijft bijvoorbeeld dat de Joden de doodstraf niet meer mochten uitvoeren. Daarom moesten de Romeinse autoriteiten/Pilatus eraan te pas komen. Dit gegeven, dat een historisch feit is, is de reden waarom de rechtszaak voor Pilatus plaatsvond, zoals dit in de synoptische evangeliën is beschreven.
Wat zou er gebeuren als alle verhalen in perfecte harmonie met elkaar waren?

We hebben heel wat tijd besteed aan het uitleggen en analyseren van de verschillen tussen de diverse evangeliën. Stelt u zich echter eens voor hoe sceptici en critici zouden reageren als alle verhalen in perfecte harmonie waren. Hoe zou de reactie zijn als alle details over het leven van Jezus, zijn discipelen, de locaties, de wonderen, de opstanding enz. allemaal precies zouden overeenkomen? Uiteraard zouden de critici (terecht) beweren dat alle evangelieverhalen ‘synoptisch’ zouden zijn, met andere woorden: dezelfde bronnen zouden hebben gebruikt, van elkaar zouden hebben gekopieerd en dat deze slechts één enkele getuigenis zouden representeren. Hoogstwaarschijnlijk zouden de critici ook beweren dat het allemaal verzonnen getuigenissen waren en dat men van tevoren had afgesproken welke details men zou opschrijven. Als alle details, genoemd in de boeken van het Nieuwe Testament, volkomen met elkaar in overeenstemming zouden zijn geweest, zou het hele Nieuwe Testament als een goed uitgewerkte oplichterij zijn afgewezen. Júíst het feit dat er verschillen in de details maar fantastische overeenkomsten in de algemene hoofdzaken te vinden zijn, is het beste bewijs van eerlijke, betrouwbare en persoonlijke ooggetuigenverklaringen!
De voornaamste kritiek op Johannes in vergelijking met de synoptische evangeliën is in vier categorieën onder te verdelen:
• De keuze van het materiaal door Johannes (niet veel overlappende/bevestigende feiten van de synoptische evangeliën).
• Johannes’ andere theologische stijl (Jezus wordt direct als volledig goddelijk geïdentificeerd).
• Een tegenstrijdigheid in de chronologie. Het belangrijkste hier is de tempelreiniging (dit gebeurt volgens Johannes meteen aan het begin van het openbare leven van Jezus, terwijl het in de andere evangeliën in de laatste week van Jezus’ leven wordt beschreven) en het aantal bezoeken van Jezus aan Jeruzalem (Johannes vermeldt dat dit diverse keren is geweest, terwijl de andere evangeliën dit slechts eenmaal vermelden).
• De andere stijl van Jezus in Johannes ten opzichte van de andere evangeliën.
Bij het analyseren van deze verschillen en overeenkomsten komen onderzoekers tot afwijkende conclusies. Voor veel van deze verschillen kunnen mogelijke verklaringen worden gevonden,[i] zeker als we in overweging nemen dat Johannes zijn evangelie schreef nadat de synoptische evangeliën al voltooid waren en in omloop waren. Het was niet zijn bedoeling om een gelijksoortig en overlappend verslag te schrijven; hij wilde christenen de goddelijkheid van Jezus als de Zoon van God onderwijzen.
Intern bewijs 5: Zijn er aanwijzingen dat de gebeurtenissen zijn overdreven?
Hoe realistisch zijn de beschrijvingen van de gebeurtenissen in het Nieuwe Testament? Zijn ze duidelijk overdreven om ze aantrekkelijker en indrukwekkender te maken of beschrijven de verhalen realistische levensomstandigheden?
De aanwezigheid van ‘groter dan het leven’-kenmerken in een document geeft het vormen van mythen en legenden aan en is een aanwijzing voor een later moment van schrijven. Een groot aantal voorbeelden van dit soort overdrijvingen treffen we aan in evangeliën van de ‘apocriefe drukkerij’ van de tweede en derde eeuw.
In het bekende (in de tweede eeuw geschreven) Kindheidsevangelie van Thomas[i] lezen we: ‘Toen dit kind Jezus vijf jaar oud was (…) maakte hij zachte klei en vormde hier twaalf zwaluwen van (…). Jezus klapte in zijn handen en schreeuwde tegen de zwaluwen: “Ga nu.” En kwetterend vlogen de zwaluwen weg.’[ii]  En nog een voorbeeld: ‘Na een aantal dagen was Jezus ergens boven op een bepaald huis aan het spelen en een van de kinderen die met hem aan het spelen was viel van het huis en overleed. (…) Jezus sprong van het dak naar beneden en stond bij het lichaam van het kind en huilde hard terwijl hij met een luide stem zei: “Zenon!” – dat was zijn naam – “sta op en vertel me of ik je van het dak heb gegooid.” Hij stond onmiddellijk op en zei: “Nee, Heer, U hebt me er niet af gegooid, maar U hebt me laten opstaan.” De ouders van het kind eerden God voor dit wonder dat was gebeurd en ze aanbaden Jezus.’[iii]
Een ander irrealistisch ‘groter dan het leven’-verhaal wordt gevonden aan het eind van de (uit de tweede eeuw afkomstige) Handelingen van Paulus. We lezen daarin dat Paulus in opdracht van Nero is onthoofd en dat er melk uit zijn nek vloeit: ‘Maar toen de beulen zijn hoofd afhakten, spoot er melk op de kleding van de soldaten.’[iv] Vervolgens wordt Paulus uit de dood opgewekt en bezoekt hij Nero: ‘(…) hij (Paulus) stond voor hem (Nero) en sprak: “Caesar, hier ben ik – Paulus, een soldaat van God. Ik ben niet dood, maar levend in mijn God. Maar voor u, ongelukkige man, zullen er vele slechte dingen gebeuren en zal er een grote straf zijn, want u hebt onterecht het bloed van menig rechtvaardige laten vloeien.”’[v]
Wat een verschil tussen deze in de tweede eeuw geschreven ‘evangeliën’ en de authentieke nieuwtestamentische teksten. Het vergelijken van deze kleurrijke, fantasierijke en duidelijk verzonnen verhalen van de latere generaties christenen  met de voorzichtige, sobere en precieze getuigenverklaringen van het Nieuwe Testament toont het ontbreken van zulke creatieve overdrijvingen in de canonieke documenten.
De evangeliën, Handelingen en de brieven van Paulus beschrijven realistische levensomstandigheden en gebeurtenissen en geen verzonnen fabels. Ja, ze bevatten wonderen, en alle wonderen, zoals het lopen op water, het bedaren van de storm en het voeden van duizenden mensen met één maaltijd, zijn bovennatuurlijk. Desalniettemin zijn Jezus’ wonderen ‘overeenkomstig zijn karakter’; ze schilderen geen portret van een vliegende Jezus, pratende kruisen of andere absurde gebeurtenissen, maar tonen een Jezus die met bewogenheid reageert op de behoeften van de mensen.

Windmill Ministries
Terug naar de inhoud | Terug naar het hoofdmenu