4.4 Isaiah 53 als Messiaanse Profetie - Gefundeerd Geloof

Ga naar de inhoud

Hoofdmenu:

Is Jezus God? > Messiaanse Profetieen
Isaiah 53 als Messiaanse Profetie
Als u onder de indruk was van Psalm 22, ga dan even rustig zitten tijdens het lezen van hoofdstuk 53 van Jesaja. De vorm en het doel van de dood van de Messias worden nergens betekenisvoller beschreven dan in dit magnifieke hoofdstuk. Alle Bijbelgeleerden, ongeacht hun theologische overtuiging, erkennen deze tekst als een van de ware hoogtepunten van Bijbelse openbaring. Oudtestamenticus Franz Delitzsch noemde dit ‘het meest centraal staande, het diepste en het meest verhevene dat de oudtestamentische profetie, zichzelf overtreffend, ooit heeft bereikt.’
Hier volgt een samenvatting van Jesaja’s klassieke profetie:

• In de proloog (Jesaja 52:13-15) beweert Jesaja in de naam van God dat de ‘knecht’ van de Heer uiteindelijk zal worden verhoogd en verheven (vers 13) onder de ‘heidenen’ (de niet-Joden, vers 15), maar pas na weerzinwekkend persoonlijk lijden.
• In de hoofdtekst (53:1-9) bekent Jesaja in naam van zijn volk dat (1) Israël de ‘knecht van de Heer’ veracht en verworpen heeft gedurende zijn leven (vers 1-3), en (2) tijdens zijn lijden en sterven (vers 7-9), omdat (3) het volk zijn dood verkeerd begrepen had, daar men dacht dat Hij voor zijn eigen zonden was gestorven in plaats van voor de ongerechtigheden van het volk (vers 4-6).
• In de epiloog (53:10-12) beweert de profeet in naam van God dat het werk van verzoening door de ‘knecht’ God zal behagen (vers 10), gelovigen rechtvaardig zal maken en dat de ‘knecht’ zelf zal worden geëerd (vers 11).
 
Als u Jesaja’s geliefde hoofdstuk leest, moet u beseffen dat dit rond het jaar 700 v.Chr. werd geschreven, meer dan zeven volle eeuwen vóór de dood van Jezus. Deze passage is dus honderden jaren voor het uitvinden van de kruisdood opgeschreven. Bovendien zijn tussen de Dode Zeerollen diverse rollen van Jesaja ontdekt, inclusief een complete kopie van dit hoofdstuk. Dit geeft onbetwistbaar fysiek bewijs dat deze teksten meer dan honderdvijftig jaar vóór de kruisiging van Jezus bestonden.

Profetie in Jesaja 53

Vervulling

3

“Hij was veracht, en de onwaardigste onder de mensen, een Man van smarten, en verzocht in krankheid; en een iegelijk was als verbergende het aangezicht voor Hem; Hij was veracht, en wij hebben Hem niet geacht.”

Matthëus 27:39-44: “En die voorbijgingen, lasterden Hem…

Matthëus 26:38: “Toen zeide Hij tot hen: Mijn ziel is geheel bedroefd tot den dood toe.”

Marcus 8:31: “En Hij begon hun te leren, dat de Zoon des mensen veel moest lijden.”

4

“Waarlijk, Hij heeft onze krankheden op Zich genomen, en onze smarten heeft Hij gedragen; doch wij achtten Hem, dat Hij geplaagd, van God geslagen en verdrukt was.”

Matthëus 8:16-17: “Hij wierp de boze geesten uit met den woorde, en Hij genas allen, die kwalijk gesteld waren.”

Ook Marcus 1:29-34 en Lucas 4:38-41.

5

“     Maar Hij is om onze overtredingen verwond, om onze ongerechtigheden is Hij verbrijzeld; de straf, die ons den vrede aanbrengt, was op Hem, en door Zijn striemen is ons genezing geworden.”

Johannes 19:33-37: “Maar komende tot Jezus, als zij zagen, dat Hij nu gestorven was, zo braken zij Zijn benen niet. Maar een der krijgsknechten doorstak Zijn zijde met een speer,...”

Matthëus 20:28: “Gelijk de Zoon des mensen niet is gekomen om gediend te worden, maar om te dienen, en Zijn ziel te geven tot een rantsoen voor velen.”

6

“Wij dwaalden allen als schapen, wij keerden ons een iegelijk naar zijn weg; doch de HEERE heeft onzer aller ongerechtigheid op Hem doen aanlopen.”

 

7

Als dezelve geeist werd, toen werd Hij verdrukt; doch Hij deed Zijn mond niet open; als een lam werd Hij ter slachting geleid, en als een schaap, dat stom is voor het aangezicht zijner scheerders, alzo deed Hij Zijn mond niet open.”

Matthëus 26:63: “Doch Jezus zweeg stil.”

8

“Hij is uit den angst en uit het gericht weggenomen; en wie zal Zijn leeftijd uitspreken? Want Hij is afgesneden uit het land der levenden; om de overtreding Mijns volks is de plage op Hem geweest.”

1 Korintiërs 15:3: “Want ik heb ulieden ten eerste overgegeven, hetgeen ik ook ontvangen heb, dat Christus gestorven is voor onze zonden, naar de Schriften.

 

9

“En men heeft Zijn graf bij de goddelozen gesteld, en Hij is bij den rijke in Zijn dood geweest, omdat Hij geen onrecht gedaan heeft, noch bedrog in Zijn mond geweest is.”

Matthëus 27:57-60: “...Jozef, het lichaam nemende, wond hetzelve in een zuiver fijn lijnwaad. En legde dat in zijn nieuw graf.”

Ook 1 Petrus 2:21-25.

12

“en Hij veler zonden gedragen heeft, en voor de overtreders gebeden heeft.”

Lucas 23:34: “En Jezus zeide: Vader, vergeef het hun; want zij weten niet, wat zij doen.”

Windmill Ministries
Terug naar de inhoud | Terug naar het hoofdmenu