Samenvatting - Bijbels Christendom is uniek - Gefundeerd Geloof

Ga naar de inhoud

Hoofdmenu:

Samenvatting
Samenvatting - Bijbels Christendom is uniek 
Omdat het Christendom (ca. 32% van de wereldbevolking) op objectieve feiten en waarheid is gebouwd, kunnen de andere wereld religies niet dezelfde fundatie hebben. Daarom, als verificatie voor onze eerdere conclusies hebben we de fundamenten voor de drie andere hoofdreligies besproken:
 
  • Hindoeïsme  (ca. 13% van de wereld populatie) is meer een manier van leven dan een religie. Haar pantheïstische wereldbeschouwing is in tegenstelling met wetenschappelijke observaties. Haar geschriften hebben geen historische verificatie om haar echtheid en compleetheid te bewijzen. Haar leerstellingen over wedergeboorte zijn en kunnen niet worden bewezen.
  • Boeddhisme. (ca. 6% van de wereldpopulatie) is op vele manieren een verlenging van het Hindoeïsme, die door de openbaringen van Siddhartha Gautama (de Boeddha) zijn herzien. Zoals ook met het Hindoeïsme gaat haar geloof in een eeuwig bestaand heelal tegen de wetenschappelijke data in.  De instandhouding van haar  geschriften als de oorspronkelijke onderwijzingen van Boeddha kunnen niet deugdelijk worden nagegaan. Haar aanspraken voor wedergeboorte en Nirvana kunnen niet worden bewezen en trotseren de logica.
  • Islam (ca. 20-22% van de wereldpopulatie) is de snelst groeiende wereldreligie. Het werd in de zevende eeuw AD door Mohammed opgericht en is gebaseerd op beweerde openbaringen van God. Het geloof omvat een compleet sociaal en legaal systeem dat alle aspecten van het leven regeert. Zoals bij het Christendom geloven de Moslims in de Schepper, maar Allah verschilt heel veel van God zoals Hij zichzelf in de Bijbel onthult. Het ontbreekt de Koran aan historische en archeologische bewijzen, alsmede bewijzen voor de geschriften zoals de Bijbel deze heeft. In tegenstelling tot Jezus maakt Mohammed geen enkele aanspraak op goddelijkheid,  ook geeft het geen bewijzen voor de waarheid en de goddelijke ingevingen van de openbaringen.
 
Alle drie bovengenoemde wereldreligies hebben geen fundatie die uit wetenschappelijke of historische feiten bestaat. De ontwikkeling van elk van hen lijkt meer door menselijke cultuur en het succes van een individueel of groepen van mensen afgeleid te zijn dan dat ze op God of het goddelijke berusten. In vergelijking met deze wereldreligies werden een aantal bewijzen getoond die laten zien waarom het Christendom zoals het in de Bijbel wordt onderwezen uniek en waar is:
 
    1. Het Christendom is in de geschiedenis gegrondvest. Het begint met de schepping van de aarde. Haar ontwikkeling en geschiedenis vanaf Mozes tot en met de apostelen geven een periode van 1.500 jaar weer. Hindoeïsme en
      Boeddhisme maken geen geschiedkundige aanspraken. De geschriften
      van Islam zijn spiritueel en filosofisch en beslaan op zijn hoogst een periode
      van 22 jaar.                                  
    1. Jezus Zijn koninkrijk was niet van deze wereld. Hij was niet geïnteresseerd in iets tastbaars dat de wereld had te bieden. Volgens de wereldse maatstaven voor macht en rijkdom was Hij een absolute mislukkeling. De grote mannen van het Hindoeïsme en Boeddhisme hadden een vergelijkbare wereldbeschouwing, maar Mohammed was naast het feit dat hij een spirituele lijder was, ook een machtige krijgsheer. De oprichting van Islam was alleen maar door zijn militaire succes mogelijk.
    2. Alleen Jezus beweert God te zijn. Geen van de andere grondleggers of leiders van de andere wereldreligies hebben ooit deze aanspraak gemaakt.
    3. De Bijbel is een geschiedkundig betrouwbaar boek en niet alleen maar een verzameling van generische verhalen. De gedetailleerde geschriften maken het mogelijk om tijden, plaatsen en mensen te verifiëren en worden door seculaire geschiedenis en archeologie bevestigd. De geschriften van het Hindoeïsme en het Boeddhisme maken geen enkele geschiedkundige aanspraak. De Koran beslaat heel erg weinig geschiedkundige achtergrond en wordt niet eens als een historisch document door de Moslimse geleerden gepresenteerd.
    4. Jezus schreef geen enkel hoofdstuk van de Bijbel. Alle 66 boeken zijn door anderen geschreven en niet door het centraal staande figuur van het Christelijke geloof. Het is niet bekend wie de Hindoeïstische Vedas schreef en de Boeddhistische Tripitaka wordt beweerd door Boeddha te zijn geschreven. De Koran wordt beweerd door Mohammed te zijn “gesproken”.
    5. De Bijbel is een goddelijke geïnspireerd boek zoals we dit uitvoerig in voorgaande hoofdstukken hebben besproken. Noch het Hindoeïsme, noch het Boeddhisme beweren goddelijk geïnspireerd te zijn. Islam beweert dat de Koran door Allah is geïnspireerd maar geeft geen enkel bewijs om deze aanspraak te ondersteunen.
    6. De Bijbel onderwijst ons over God Zijn complete plan voor de verlossing van de mensheid. Het laat geen open einden en ook geen onzekerheden. Het Hindoeïsme en het Boeddhisme maken aanspraak op “verbetering” door middel van kringlopen van incarnatie en wedergeboorten, maar niet met de zekerheid van wanneer het doel van Moksha of Nirvana bereikt zal zijn. De Moslims denken dat ze zullen worden beoordeeld naar de balans van goede en slechte daden, maar ze hebben er geen idee van of ze de hemel in zullen gaan of niet.
    7. De Bijbel onderwijst dat men alleen door geloof gered kan worden. We kunnen niets doen om deze redding te verdienen; alleen maar omdat God de prijs betaalde kunnen we het geschenk van Zijn koninkrijk ontvangen. Alle andere religies geloven dat men door eigen daden en acties hun redding kan verdienen.
 
Gezien het kader van dit boek zullen we zeker niet beweren dat onze studie over “wat anderen geloven” uitgebreid en compleet is. Maar het is toch duidelijk dat de andere religies schraal lijken in vergelijking met de lawine van data en feiten die de Bijbel en de aanspraken en onderwijzingen van Jezus van Nazaret ondersteunen. Daar komt nog bij dat de geloven en onderwijzingen van het Bijbelse Christendom uniek zijn en dat alleen God dit maar kan hebben samengesteld. Het volgende citaat van Philip Yancey komt ook tot dezelfde conclusie:
 
“Gedurende een Britse conferentie over vergelijkende religies debatteerden deskundigen vanuit de hele wereld, wat er uit alle geloven  uniek aan het Christelijke geloof  was. Ze begonnen mogelijkheden weg te cijferen. Incarnatie? Andere religies hadden verschillende versies over God zijn verschijning in menselijke vorm. Opstanding? Wederom, andere religies hadden verhalen over opstaan uit de dood. Het debat ging voor enige tijd zo door totdat C.S. Lewis de kamer inwandelde. “Waar gaat dit kabaal over?” vroeg hij en als antwoord hoorde hij dat zijn collega’s aan het debatteren waren over wat de uniek bijdrage van het Christendom was in vergelijking met de wereldreligies. Lewis antwoordde: “Oh, dat is makkelijk. Het is gratie.” Na enige discussie moesten de leden van de conferentie dit toegeven. Het denkbeeld dat God Zijn liefde voor niets naar ons toekomt, zonder enige verplichting, schijnt tegen elk instinct van de mensheid in te gaan. Het achtvoudige pad van de Boeddhist, de Hindoeïstische leerstelling van Karma, het Joodse convenant, de Moslimse codes van de wet – elk van deze bieden een weg om acceptatie te verdienen. Alleen het Christendom durft het aan om God zijn liefde ‘onvoorwaardelijk’ te maken. 
Windmill Ministries
Terug naar de inhoud | Terug naar het hoofdmenu