3 De wonderen van Jesus - Gefundeerd Geloof

Ga naar de inhoud

Hoofdmenu:

Is Jezus God?
3 De wonderen van Jesus
‘Dit heeft Jezus gedaan als begin van zijn tekenen te Kana in Galilea en Hij heeft zijn heerlijkheid geopenbaard, en zijn discipelen geloofden in Hem.’
(Johannes 2:11)
    
Wonderen zijn bovennatuurlijke daden van God

Wat is een wonder? Een wonder dat als bewijs voor de goddelijkheid van Jezus dient, is heel eenvoudig een bovennatuurlijke daad van God. Om verwarring en een niet-constructief debat te voorkomen over de vraag of sommige gebeurtenissen werkelijk wonderen zijn, zullen we onze bespreking beperken tot gebeurtenissen die aan de volgende vier kenmerken voldoen:

Ze zijn veelbetekenend. Een gebeurtenis moet betekenisvol zijn om als wonder in aanmerking te komen. Er moet een spectaculair resultaat zijn dat niet door ‘een merkwaardige toevalligheid’ verklaard kan worden.
Ze zijn onmiddellijk. Het effect moet onmiddellijk waarneembaar zijn. Als het uren, dagen, weken of zelfs langer duurt, kan de verandering ook door andere factoren zijn veroorzaakt.
Ze gaan de wetten van de natuur te boven. Een echt wonder kan niet worden uitgelegd door een natuurlijke wet of een natuurlijk verschijnsel. Wanneer deze wetten worden gebroken, wijst dit een op bovennatuurlijke gebeurtenis.
Meerdere mensen zijn er getuige van. Omdat wonderen zeer ongewone gebeurtenissen zijn, vragen ze om een zeer ongewone bewijslast, en dus meerdere getuigen.

Iedereen die niet in God gelooft vindt het concept van een wonder, elke gebeurtenis die tegen de wetten van de natuur ingaat, onmogelijk om te aanvaarden. Ofwel, indien God niet bestaat dan geschiedt alles onder invloed van de natuurlijke wetten. Daarom kan een wonder niet mogelijk zijn en elk verslag over een wonder is daarom – per definitie – niet waar. Dit logische argument tegen wonderen werd door Benedict Spinoza (1632-1677) geformuleerd. Spinoza’s redenatie kan als volgt worden samengevat:

• Een wonder breekt de natuurlijke wetten.
• Natuurlijke wetten zijn onveranderlijk.
• Het is onmogelijk onveranderlijke wetten te breken.
• Daarom zijn wonderen onmogelijk.

Wanneer God echter bestaat, heeft Hij de natuurlijke wetten geschapen en zal het daarom voor Hem geen probleem zijn om buiten deze wetten om te handelen; Hij kan immers niet door deze wetten worden beperkt.
Waarom en wanneer deed Jezus wonderen?

Jezus gebruikte wonderen als teken dat Hij inderdaad de Zoon van God was. Zonder wonderen zou dit buitengewoon moeilijk zijn om te geloven. Zoals Johannes schreef in Johannes 20:30-31:
 
Jezus heeft nog wel vele andere tekenen voor de ogen zijner discipelen gedaan, die niet beschreven zijn in dit boek, maar deze zijn geschreven, opdat gij gelooft, dat Jezus is de Christus, de Zoon van God, en opdat gij, gelovende, het leven hebt in zijn naam.
 
De wonderen van Jezus lieten niet alleen zien dat Hij over de natuur heerst, maar onthulden ook de manier waarop Hij te werk ging tijdens zijn bediening: het helpen van anderen, het met gezag spreken en het contact leggen met mensen. Het sleutelwoord is bewogenheid. Bijna al zijn wonderen kwamen uit bewogenheid voort. Hij genas mensen die zijn hulp zochten. Hij liet mensen uit de dood opstaan om hun verdrietige families te troosten. Hij bracht de storm tot bedaren om de angst van zijn vrienden weg te nemen. Hij gaf menigten mensen te eten om hun honger te stillen. Jezus heeft nooit een wonder gedaan om er zelf beter van te worden. De wonderen hielpen anderen en niet Hem. Er waren vijf gevallen waarin Jezus een wonder deed uitsluitend als teken voor de discipelen: lopen op water; het vervloeken van de vijgenboom; de twee wonderlijke visvangsten door de discipelen; en de munt voor de tempelbelasting. Alle andere wonderen kwamen voort uit bewogenheid voor de mensen om Hem heen.
Zoals F.F. Bruce opmerkt:
 
In de literatuur komen vele soorten wonderlijke verhalen voor, maar de evangeliën vragen ons niet te geloven dat Jezus de zon op een dag van het westen naar het oosten liet reizen of iets dergelijks; ze schrijven Hem ook geen monsterlijkheden toe zoals we die in de apocriefe geschriften van de tweede eeuw kunnen vinden. Over het algemeen zijn de wonderen ‘gepast’ – dat wil zeggen dat het handelingen zijn die men mag verwachten van een persoon zoals de evangeliën Jezus omschrijven.
 Bewijsstuk 2: Zijn wonderen bewijzen zijn godheid
De volgende tabel laat een overzicht zien van de vijfendertig wonderen (met uitzondering van de opstanding) zoals we die in de evangeliën vinden en die aan al onze bovenvermelde criteria voldoen.
Slechts één wonder (de ‘wonderbare spijziging’: het voeden van de vijfduizend mannen – plus hun vrouwen en kinderen – met vijf broden en twee vissen) is in elk evangelie beschreven. Ongeveer de helft van de wonderen wordt in twee of meer evangeliën vermeld. Zoals we zouden verwachten zijn er aardig wat – elf om precies te zijn – beschreven in elk van de synoptische verslagen, maar zeven zijn slechts in twee van de drie synoptische evangeliën opgenomen. Twee wonderen uit Johannes komen ook in een of meer van de synoptische evangeliën voor. Matteüs beschrijft drie unieke wonderen, Marcus twee en Lucas en Johannes elk zes. 

De wonderen van Jezus zoals beschreven in de evangeliën

Wonder

Matthëus

Marcus

Lucas

Johannes

Wonderbare broodvermenigvuldiging

14:15-21

6:35-44

9:12-17

6:5-14

Kalmeren van de storm

8:23-27

4:35-41

8:22-25

 

Demonen in de zwijnen gestuurd

8:28-34

5:1-20

8:26-39

 

Jaïrus’ dochter opgewekt uit de dood

9:18-26

5:22-43

8:41-56

 

Genezing van een bloedende vrouw

9:20-22

5:25-34

8:43-48

 

Genezing van een verlamde man

9:1-8

2:1-12

5:17-26

 

Genezing van een melaatse man

8:1-4

1:40-45

5:12-15

 

Genezing van de moeder van Petrus

8:14-17

1:29-31

4:38-39

 

De man met de verschrompelde hand

12:9-13

3:1-5

6:6-11

 

De jongen met de vallende ziekte

17:14-21

9:14-29

9:37-42

 

Jezus loopt op het water

14:22-33

6:45-52

 

6:17-21

De twee blinden van Jericho

20:29-34

10:46-32

18:35-43

 

Genezing van de Kananese vrouw

15:21-28

7:24-30

 

 

Tweede broodvermenigvuldiging

15:32-38

8:1-9

 

 

Vervloeken van de vijgeboom

21:18-22

11:12-24

 

 

De hoofdman in Kapernaüm

8:5-13

 

7:1-10

 

Genezing van een bezetene

 

1:23-27

4:33-36

 

Genezing van een stomme bezetene

12:22

 

11:14

 

Genezing van de twee blinden

9:27-31

 

 

 

Genezing van de stomme

9:32-33

 

 

 

Muntstuk in de mond van de vis

17:24-27

 

 

 

Genezing van een doofstomme

 

7:31-37

 

 

Genezing van een blinde in Bethsaïda

 

8:22-36

 

 

Eerste wonderbare visvangst

 

 

5:1-11

 

Opwekking van de jongen in Naïn

 

 

7:11-16

 

Genezing van een lamme vrouw

 

 

13:10-17

 

Genezing van een man met waterzucht

 

 

14:1-6

 

Genezing van tien melaatsen

 

 

17:11-19

 

Genezing van het gewonde oor

 

 

22:49-51

 

Water wordt wijn in Kana

 

 

 

2:1-11

Genezing van de ambtenaar’s zoon

 

 

 

4:46-54

Genezing van een lamme in Bethsaïda

 

 

 

5:1-16

Genezing van een blindgeborene

 

 

 

9:1-7

Lazarus opgewekt uit de dood

 

 

 

11:1-45

Tweede wonderbare visvangst

 

 

 

21:1-14

 Total:                35

20

18

20

8

Deze indeling laat nogmaals zien dat Matteüs, Marcus en Lucas persoonlijke getuigenverklaringen zijn. Zelfs Marcus, het evangelie dat ‘gekopieerd’ zou zijn door Matteüs en Lucas, heeft twee wonderen die niet in de andere twee evangeliën worden genoemd. Waarom zouden deze eruit gelaten zijn indien, zoals de synoptische theorie dat beweert, Matteüs en Lucas het evangelie van Marcus als hun voornaamste bron gebruikten?
Vanwege het belang van de wonderen als bevestiging van Jezus’ goddelijkheid, is het nuttig om ze onder te verdelen in:

• Genezingswonderen. Dit zijn de overgrote meerderheid (26) van de wonderen waarin Jezus een of meerdere personen geneest of zelfs uit de dood opwekt (het dochtertje van Jaïrus, de zoon van een weduwe uit Naïn en Lazarus).
• Natuurwonderen. Er worden negen wonderen beschreven waarin Jezus iets doet dat in onze natuurlijke wereld totaal onmogelijk is. Hij staat boven de wetten van de natuur.
De genezingswonderen vormen een gemakkelijk doelwit voor critici. Veel mensen beweren simpelweg dat de genezen persoon niet echt ziek was, of dat de persoon misschien ‘zichzelf heeft genezen’ (de ‘kracht van positief denken’), of er kan misschien iets als hypnose hebben plaatsgevonden. Uiteraard hadden onze voorouders niet onze medische kennis, maar ze waren zeker niet dom! Zelfs onopgeleide Joden uit de eerste eeuw konden zeker het verschil tussen de truc van een illusionist en een echt wonder onderscheiden. Ze zouden een valse genezing beslist hebben herkend. De mensen die werden genezen waren niet uit het publiek geselecteerd om mee te werken in een show. Het waren mensen die in hun lokale gemeenschap bekendstonden vanwege hun handicap (zoals langdurige blindheid of melaatsheid). Wanneer iemand een ogenblik na het overlijden opstaat uit de dood, zou aangenomen kunnen worden dat hij niet echt was overleden. Lazarus echter was reeds vier dagen in het graf: ‘Marta, de zuster van de gestorvene, zeide tot Hem: Here, er is reeds een lijklucht, want het is al de vierde dag’ (Johannes 11:39). Hier kan dus niemand beweren dat ‘hij niet echt dood was’.
Toch zijn, vanuit het oogpunt van bewijs, de natuurwonderen de meest spectaculaire bevestigingen van de goddelijkheid van Jezus. Er is gewoon geen uitleg voor het lopen op water, het bedaren van een storm, het voeden van een enorme menigte mensen met één enkel mandje brood of het veranderen van water in wijn. Zulke gebeurtenissen zijn echte wonderen en ze laten de goddelijke macht van Jezus zien. Bovendien is er nooit aanspraak gemaakt op zulke wonderen door andere, zogenaamde professionele wonderdoeners. Alleen Jezus heeft dit soort wonderen verricht. Laten we de natuurwonderen eens nader bekijken in het kader van de eerder genoemde criteria:
 
Ze zijn veelbetekenend. Er bestaat geen twijfel over dat de natuurwonderen veelbetekenend zijn. Het is uitermate onwaarschijnlijk dat niet iedereen die aanwezig was met ontzag was vervuld! We kunnen dit zien aan de reactie van de discipelen toen Jezus in de boot klom nadat Hij over het water had gelopen: ‘Die in het schip waren, vielen voor Hem neder en zeiden: Waarlijk, Gij zijt Gods Zoon!’ (Matteüs 14:33). Of, nadat Jezus de storm had bedaard: ‘En zij werden bevreesd en zeiden met verbazing tot elkander: Wie is toch deze, dat Hij ook aan de winden en aan het water bevelen geeft en zij Hem gehoorzaam zijn?’ (Lucas 8:25).
Ze zijn onmiddellijk. Al de wonderen die Jezus deed hadden een onmiddellijk resultaat. De gevolgen van zowel de genezings- als de natuurwonderen waren onmiddellijk.
Ze gaan de wetten van de natuur te boven. Dit kan niet worden betwist, want dit is precies de omschrijving van een wonder.
Meerdere mensen zijn er getuige van. Als laatste uitvlucht wijzen de (ongelovige) critici de natuurwonderen als legenden of mythen van de hand. Daartegen zijn de bewijzen echter overweldigend. Ten eerste werden de wonderen verricht in het bijzijn van groepen van verschillende grootten: de discipelen (van wie men zou kunnen beweren dat ze niet objectief waren), maar ook een menigte van duizenden mensen. Ten tweede zijn vijf van de natuurwonderen in diverse evangeliën opgeschreven, waarvan zelfs één in alle vier evangeliën. Ten derde hebben Jezus’ tegenstanders nooit zijn wonderen ontkend of zelfs maar betwist. Zij gaven toe dat Jezus wonderen verrichtte en beweerden dat Hij met de duivel samenwerkte: ‘Maar de Farizeeën hoorden het en zeiden: Deze drijft de boze geesten slechts uit door Beëlzebul, de overste der geesten’ (Matteüs 12:24). Of zij probeerden het bewijs te vernietigen: ‘En de overpriesters beraadslaagden om ook Lazarus te doden, daar vele der Joden ter wille van hem kwamen en in Jezus geloofden’ (Johannes 12:10-11).
 
De wonderbare spijziging

Het voeden van vijfduizend mannen plus een onbekend aantal vrouwen en kinderen (in totaal hoogstwaarschijnlijk meer dan tien- tot twaalfduizend mensen), is – vanuit het standpunt van de apologetiek – zonder twijfel het meest imponerende wonder. Sommigen zien een symbolische schakel tussen Jezus als ‘het brood des Levens’ en het manna dat God lang geleden aan de Israëlieten gaf gedurende de tijd dat ze in de woestijn rondtrokken.
Verder is dit het enige wonder dat in alle vier evangeliën wordt genoemd. Elk evangelie omschrijft de gebeurtenis op de heuvel dicht bij het Meer van Galilea: er waren slechts vijf broden en twee vissen om een menigte mensen van eten te voorzien. Jezus brak het brood en de discipelen deelden het voedsel uit. Er was genoeg voor iedereen en het overgebleven brood vulde twaalf manden. Het vergelijken van de vier getuigenissen is de moeite waard. Zoals we zagen tijdens het bespreken van de criteria voor eerlijke getuigenverklaringen,[i] omschrijven ze dezelfde gebeurtenis  maar geven ze allemaal verschillende details weer. Marcus en Johannes schatten bijvoorbeeld dat er ‘voor tweehonderd schellingen brood’ nodig zou zijn om alle mensen te kunnen voeden. Alle evangeliën vermelden het feit dat de mensen moesten gaan zitten, maar alleen Marcus en Lucas vertellen ons dat ze dat in groepen van ‘vijftig en honderd’ moesten doen. Johannes vermeldt het Meer van Galilea, Marcus en Matteüs noemen alleen maar een boot en Lucas voegt er nog aan toe dat ze dicht bij een stad waren die Betsaïda genoemd werd. Johannes onthult dat het een jongen was die de gerstebroden en de vissen had meegebracht, en hij noemt een aantal discipelen bij naam. In tegenstelling tot de synoptische theorie geeft Marcus, van wie wordt aangenomen dat hij het kortste en eenvoudigste evangelie heeft geschreven, eigenlijk het meest uitgebreide verslag met de meeste details. Een totaal van vier onafhankelijke ooggetuigenverklaringen maakt dit tot een bijzonder opmerkelijke gebeurtenis.
Ten slotte is dit wonder gedaan in aanwezigheid van vijfduizend mensen (de vrouwen en kinderen niet meegeteld). Niets vond in het geheim plaats. Het kwam voort uit bewogenheid voor een menigte die honger had, maar het aantal getuigen is indrukwekkend. En omdat op zijn minst drie van de vier evangeliën binnen de generatie van deze gebeurtenis zijn geschreven, waren velen van deze getuigen nog in leven toen deze evangeliën begonnen te circuleren. Zij waren dus in de gelegenheid om dit wonder te bevestigen of te bekritiseren.
Zoals de beroemde christen-filosoof, theoloog en auteur G.K. Chesterton zei:
 
Het meest wonderlijke van de wonderen is dat ze gebeuren.
Windmill Ministries
Terug naar de inhoud | Terug naar het hoofdmenu