5.3 Het Evangelie van Johannes - Gefundeerd Geloof

Ga naar de inhoud

Hoofdmenu:

Is de Bijbel waar? > Auteurschap v/h NT
☼ Bewijsstuk 12: Auteurschap en datum van het evangelie van Johannes
Het evangelie van Johannes is volledig onafhankelijk van de synoptische evangeliën geschreven. De rode draad van de gebeurtenissen is dezelfde: Johannes de Doper, Jezus’ bediening, zijn onderwijs, het verraad, de verloochening door Petrus, de rechtszaak, de kruisiging en de opstanding. Johannes schetst een minder chronologisch plaatje van Jezus, maar geeft ons meer achtergrond en uitleg, inclusief instructies aan christenen. Hij benadrukt Jezus’ wonderen als bewijzen voor de ongelovige dat Jezus God is (Johannes 20:30).
Zoals met de andere evangeliën het geval is, is ook dit evangelie technisch gezien anoniem, dus wat verbindt dit evangelie aan Johannes de apostel?
 
Externe bewijzen
• Irenaeus ca. 170-180 n.Chr.: ‘Naderhand heeft Johannes, de discipel van de Heer, die ook aan zijn boezem had gelegen, zelf een evangelie gepubliceerd gedurende zijn verblijf in Efeze in Azië.’ De inhoud van dit citaat bevestigt ook dat Johannes schreef na de synoptische evangeliën en gedurende zijn verblijf in Efeze.
• Fragment van de Muratorische Canon uit ca. 180 n.Chr.: ‘Het vierde evangelie is van Johannes, een van de discipelen.’
• Tertullianus schrijft in ca. 207 n.Chr.: ‘Dus van de apostelen hebben eerst Johannes en Matteüs ons het geloof bijgebracht, terwijl de apostolische mannen Lucas en Marcus het later hebben vernieuwd.’
• Geen enkele schrijver van de vroege kerk heeft ooit een alternatief voorgesteld en het boek wordt al in de vroege voorgestelde canons geaccepteerd.
 
Interne aanwijzingen24
• De schrijver was een Jood die bekend was met de Joodse tradities en het Oude Testament.
• De schrijver kwam uit Palestina: toont kennis van de geografie en de topografie, in ’t bijzonder van Jeruzalem en het omliggende platteland van Judea.
• In Johannes 21:24 beweert hij een ooggetuige te zijn geweest: ‘Dit is de discipel, die van deze dingen getuigt en die deze beschreven heeft en wij weten, dat zijn getuigenis waar is.’
• Het is geschreven door een ooggetuige (vanwege de besproken bijkomende details).
• De schrijver refereert een aantal keren aan ‘de discipel die Jezus liefhad’. Hij was aanwezig bij Jezus’ avondmaal en gedurende die laatste nacht. Hij maakte deel uit van Jezus’ kring van vertrouwelingen.
• Johannes en Jakobus (zonen van Zebedeus) worden nooit met name genoemd. Petrus en anderen worden vaak genoemd. Jakobus is als martelaar gestorven ca. 44 n.Chr. en daarom is Johannes de enige overgebleven kandidaat.
• Johannes de Doper wordt alleen maar ‘Johannes’ genoemd in het document en dit geeft aan dat er geen verwarring was met een andere Johannes (Johannes de apostel, met andere woorden: de auteur).
 
Argumenten die naar voren zijn gebracht tegen de apostel Johannes als auteur
• Waarom was de vroege kerk zo stil over het evangelie van Johannes? Ignatius en Polycarpus, die beiden discipelen van Johannes waren, noemen geen van beiden zijn evangelie in hun brieven. Zij vermelden echter ook geen andere evangeliën en stellen in hun brieven geen andere geschriften aan de orde.
• Als de schrijver Johannes de apostel was, waarom is zijn verhaal dan zo verschillend van de synoptische evangeliën? Dit argument veronderstelt dat Johannes een geschiedkundig overzicht wilde schrijven, wat niet het hoofddoel van zijn evangelie was.
• Hoe kon een visser uit Galilea zo bekend en invloedrijk in Jeruzalem zijn, dat hij zelfs toegang had tot de binnenplaats van de hogepriester gedurende de rechtszaak van Jezus (Johannes 18:15-16)? In samenhang hiermee moet men zich realiseren dat in die dagen vissers niet noodzakelijkerwijs arm en niet-opgeleid waren. Om een boot en een bedrijf te bezitten had men op zijn minst een opleiding en zakenkennis nodig en een succesvolle onderneming kan rijkdom voortbrengen. Dus misschien was de familie van Johannes – de Zebedeüssen – rijker en invloedrijker en/of behoorde zelfs tot een priesterlijke familie.
 
Waar leidt dit allemaal toe?  Gerald L. Borchert vat dit heel nauwkeurig als volgt samen:
 
Er zijn weinig redenen om de gedachte af te wijzen dat de zoon van Zebedeüs de hoofdfiguur en de authentieke getuige is die betrokken was bij het schrijven van dit evangelie. Ik denk niet dat hij noodzakelijkerwijs zelf de schrijver van dit werk geweest hoeft te zijn, noch dat hij naar zichzelf verwees als de ‘geliefde apostel’. Ook zou ik het niet onwaarschijnlijk achten dat dit evangelie het gecombineerde werk is geweest van een ouder wordende Johannes en een liefhebbende schrijver, die groot respect had voor de leider van zijn gemeente of leefgemeenschap.
 
Over de datum van het schrijven van Johannes bestaat er algemene consensus onder Bijbelgeleerden over de periode 85-95 n.Chr. Omdat de Rylands-papyrus (P52) met een gedeelte van Johannes 18 is gedateerd rond 117-138 n.Chr. (en er enige tijd nodig geweest zou moeten zijn voor dit papyrusfragment om in Egypte terecht te komen waar het is gevonden) zou het later dan 100 n.Chr. dateren van dit evangelie niet kloppen met dit bewijs. Het argument wordt versterkt door de frisheid en dynamiek van het boek, die meestal ontbreekt in oudheidkundige geschriften die vele jaren na de gebeurtenissen geschreven zijn. Achtergrondinformatie, persoonlijke details en zorgvuldig vastgelegde persoonlijke gesprekken (bijvoorbeeld Johannes 3, 4, 8-10 en 13-17) suggereren het werk van een ooggetuige. Sommigen stellen zelfs een veel eerdere datum voor, ruim vóór de verwoesting van Jeruzalem, vanwege de gedetailleerde ooggetuigenbeschrijvingen van delen van de stad die in 70 n.Chr. verwoest werden. Tevens zijn deze details in de tegenwoordige tijd beschreven (zie bijvoorbeeld Johannes 5:2). Dit is echter een minderheidsopinie. 

Windmill Ministries
Terug naar de inhoud | Terug naar het hoofdmenu