4.1 De Manuscripten van het Nieuwe Testament - Gefundeerd Geloof

Ga naar de inhoud

Hoofdmenu:

Is de Bijbel waar? > NT Teksten
De teksten van het Nieuwe Testament

‘Daarnaast, ter wille van het bewijs van onze uitspraken nemen we getuigenissen van dat wat men het Oude Testament noemt en dat wat men het Nieuwe noemt – waarvan we geloven dat het Goddelijke geschriften zijn.’
(Origenes, ca. 225 n.Chr.)
In tegenstelling tot het Oude Testament, dat gedurende vele generaties is samengesteld en dat de geschiedenis van duizenden jaren omvat, beslaat het Nieuwe Testament minder dan een eeuw en werd het gedurende één generatie geschreven.
Bewijsstukken voor de betrouwbaarheid van de teksten van het Nieuwe Testament zijn heel verschillend en veel uitgebreider dan die van het Oude Testament. Ze komen uit twee bronnen: Griekse documenten en vertalingen en de getuigenissen van de leiders en schrijvers van de vroege christelijke beweging. 
☼ Bewijsstuk 7: De manuscripten van het Nieuwe Testament
Het Nieuwe Testament is verreweg het meest betrouwbare oudheidkundige geschrift dat we vandaag de dag kennen. Een ongelooflijk aantal van 25.000 oudheidkundige documenten bevatten het complete Nieuwe Testament of een gedeelte ervan.
Er zijn alleen al 5366 Griekse, met de hand gekopieerde documenten van de tweede tot de vijftiende eeuw in gedeeltelijke of complete geschriften bewaard gebleven. Een aantal fragmenten van het Nieuwe Testament dateren van de tweede eeuw, vlak na de oorspronkelijke gebeurtenissen. Op zijn minst 362 manuscripten van het Nieuwe Testament en 245 lectionaria (een lectionarium is een boek met Bijbelpassages om bij openbare kerkdiensten uit voor te lezen) dateren van de tweede tot en met de tiende eeuw. Deze vroege manuscripten zijn waardevol voor het vaststellen van de originele tekst van het Nieuwe Testament. De overige manuscripten dateren van de negende tot en met de vijftiende eeuw.
Wanneer we aan deze Griekse handschriften de meer dan 10.000 Latijnse Vulgaat-manuscripten en op zijn minst 9300 vroegere vertalingen toevoegen, komen we heel dicht bij het eerder genoemde aantal van 25.000.
Ter vergelijking: de manuscripten van de meeste andere boeken uit de oudheid dateren, in tegenstelling tot de teksten van het Nieuwe Testament, van ongeveer duizend jaar na hun originele compositie. De Ilias van Homerus bijvoorbeeld komt na het Nieuwe Testament op de ‘tweede plaats’ met meer dan 643 kopieën, en de oudste kopie dateert van ongeveer 500 jaar na het originele werk. De eerste kopie van Plato’s werk dateert van ongeveer 1200 jaar nadat hij het originele werk had samengesteld. Dit is een enorm contrast met de oudste papyrusteksten van het Nieuwe Testament, waarvan een fragment van hoofdstuk 18 uit het evangelie van Johannes zelfs rond het jaar 125 n.Chr. is gedateerd.

Het belang van deze onafzienbare hoeveelheid bewaard gebleven manuscripten kan niet genoeg worden benadrukt. Deze overvloed aan geschriften maakt het mogelijk het Nieuwe Testament in zijn geheel met een bijna volledige nauwkeurigheid te reconstrueren.

Overview of NT manuscripts versus other writings of the same period

 

Author and Work

Date of events

Date of writing

Earliest text

Event to writing

Event to text

Matthew,
Gospel

4 BC - AD 30

55- 70

ca. 200

<50 years

<200 years

Mark,Gospel

27 - 30

50 -70

ca. 225

<50 years

<200 years

Luke,Gospel

5 BC - AD 30

55 -70

ca. 200

<50 years

<200 years

John,Gospel

27-30

85-95

ca. 130

<80 years

<100 years

Paul, Letters

30

50-65

ca. 200

20-30 years

<200 years

Josephus,
War

200 BC - AD 70

ca. 80

ca. 950

10-300 years

900-1,200 years

Josephus,
Antiquities

200 BC - AD 65

ca. 95

ca. 1050

30-300 years

1,000-1,300 years

Tacitus,
Annals

AD 14-68

100-120

ca. 850

30-100 years

800-850 years

Seutonius,
Lives

50 BC - AD 95

ca. 120

ca. 850

25-170 years

750-900 years

Pliny, Letters

97-112

110-112

ca. 850

0-3 years

725-750 years

Overzicht van de nieuwtestamentische geschriften
Hier volgt een overzicht van de belangrijkste nieuwtestamentische manuscripten:
 
125 n.Chr.Oudste fragment (P52): Een fragment van een papyruscodex met een tekst uit het Johannes-evangelie [18:31-33 en 37] is waarschijnlijk de oudste Bijbeltekst die bewaard is gebleven. Het heeft een grootte van ongeveer 6 bij 9 cm. Dit zogenaamde Rylands Papyrus (soms ook het Johannes-fragment genoemd) werd gedateerd in de eerste helft van de tweede eeuw, in de periode 117-138 n.Chr. Dit kleine stukje papyrus, dat in Egypte werd gevonden, heeft de critici ertoe gedwongen hun eerdere beweringen, dat dit evangelie niet door de apostel Johannes zelf geschreven kon zijn, te herzien en dit evangelie in de eerste eeuw te plaatsen.
250 n.Chr. – Chester Beatty Papyri (P45, P46, P47): Deze collectie van drie codices bevat een groot gedeelte van het Nieuwe Testament. P45 bestaat uit fragmenten van dertig bladen uit een papyruscodex: twee uit het evangelie van Matteüs, twee uit Johannes, zes uit Marcus, zeven uit Lucas en dertien uit het boek Handelingen. P46 bevat 86, licht beschadigde bladzijden (27,5 bij 15 cm), afkomstig van een origineel dat 104 pagina’s bevatte met de brieven van Paulus, waaronder Romeinen, Hebreeën, 1 Korintiërs, 2 Korintiërs, Efeziërs, Galaten, Filippenzen, Kolossenzen, 1 Tessalonicenzen en 2 Tessalonicenzen. P47 bestaat uit tien licht beschadigde bladzijden van het boek Openbaringen.
Tweede tot derde eeuw n.Chr. – Bodmer Papyri (P66, P72, P75): P66 dateert uit ongeveer 200 n.Chr. of eerder en hij bevat 104 bladzijden van Johannes. P72 is zover we weten de eerste kopie van Judas, 1 Petrus en 2 Petrus; hij dateert uit de derde eeuw en bevat ook diverse apocriefe boeken. P75 is een codex van 102 pagina’s (oorspronkelijk 144; hij bevat een groot gedeelte van de evangeliën van Lucas en Johannes en dateert uit de periode 175-225 n.Chr. Voor zover bekend is dit het oudste manuscript van het evangelie van Lucas.
 
Van de 88 nog bestaande papyri van gedeelten van het Nieuwe Testament zijn de hierboven genoemde de belangrijkste. Deze papyri zijn van onschatbare waarde omdat ze teruggaan tot de drempel van de tweede eeuw – binnen de generatie van de originele, oorspronkelijke teksten – en omdat ze een groot deel van het Nieuwe Testament bevatten. Alle zijn overgebleven (dat wil zeggen beschikbaar als een nog bestaand document) uit de periode van de eerste tweehonderd jaar nadat het Nieuwe Testament zelf was geschreven.
 
325-350 n.Chr. – Codex Vaticanus (B): De Codex Vaticanus is waarschijnlijk de oudste codex die geschreven is op perkament of velijn (ca. 325-350 n.Chr.). Dit manuscript van de complete Bijbel was waarschijnlijk in het midden van de vierde eeuw geschreven; het was echter niet bij Bijbelgeleerden bekend totdat het in 1475 in de Vaticaanse bibliotheek werd gecatalogiseerd. Het bevat het overgrote deel van de LXX-versie van het Oude Testament en het merendeel van het Nieuwe Testament in de Griekse taal. De beide boeken Timotëus en Filemon, Hebreeën 9:14 tot en met het boek Openbaringen en de algemene brieven zijn de enige die ontbreken.
340 n.Chr. – Codex Sinaiticus (א): Dit uit de vierde eeuw daterende Griekse geschrift wordt – vanwege zijn oudheid, zijn nauwkeurigheid en omdat er vrijwel niets ontbreekt – over het algemeen gezien als het belangrijkste bewijsstuk voor de tekst van het Nieuwe Testament. Hij bevat iets meer dan de helft van het Oude Testament (LXX), en alles van het Nieuwe Testament met uitzondering van de passages van Marcus 16:9-20 en Johannes 7:53-8:11.
 
Het is mogelijk om alleen al van vijf van de vroegste papyri (P45, P46, P47, P66, P75) de complete boeken van Lucas, Johannes, Romeinen, 1 en 2 Korintiërs, Galaten, Efeziërs, Filippenzen, Kolossenzen, 1 en 2 Tessalonicenzen, Hebreeën en een gedeelte van Matteüs, Marcus, Handelingen en Openbaringen samen te stellen. Alleen de ‘pastorale brieven’ (Titus, 1 en 2 Timotëus), de algemene brieven (Jakobus, 1 en 2 Petrus en 1, 2 en 3 Johannes) en Filemon waren niet inbegrepen.
Zuiverheid van de Bijbelteksten

De teksten van de nieuwtestamentische geschriften zijn niet zo nauwkeurig gekopieerd en onderhouden als die van het Oude Testament. Dat lijkt vreemd, maar de teksten van het Oude Testament (vooral de oudste boeken in de Thora) zijn waarschijnlijk de teksten die het meest nauwkeurig zijn in vergelijking met het origineel. Dat komt omdat deze vanaf het begin werden erkend als het gewijde heilige Woord met als gevolg dat ze door de priesters en schriftgeleerden heel zorgvuldig werden behandeld en beschermd. De nieuwtestamentische teksten daarentegen werden door de eerste christenen gekopieerd. Niet alle tekst werd meteen als heilige Schrift erkend en ook waren de eerste christenen geen goed opgeleide overschrijvers. Deze eerste christenen deden niet de uitgebreide foutcontroles zoals de masoreten en andere Joodse schriftgeleerden dit deden en ze stonden onder grote tijdsdruk om de teksten te reproduceren en uit te delen onder het snel groeiende aantal gretige volgelingen van Christus.
Fouten in het kopiëren, vertaalfouten en enkele veranderingen in en/of toevoegingen aan vele manuscripten hebben geleid tot het bestaan van verschillende tekstuele varianten.
Norman Geisler schrijft over de wijdverspreide misverstanden onder critici over ‘fouten’ in de Bijbelse geschriften. Door sommige critici wordt beweerd dat er wel zo’n 200.000 tekstuele varianten bestaan. Ten eerste zijn dit geen fouten, maar slechts variaties waarvan de overgrote meerderheid slechts taalkundig is. Ten tweede zijn deze tekstuele varianten verspreid over meer dan 5300 documenten, zodat een variërende spelling van slechts één letter in één woord in één vers in 2000 geschriften al als 2000 ‘fouten’ wordt geteld. Bijbelwetenschappers Westcott en Hort schatten dat slechts één op de zestig van deze variaties van enige betekenis is. Dit betekent dat de teksten voor 98,33% zuiver zijn. Philip Schaff berekende dat van de 150.000 variaties die in zijn tijd bekend waren, er slechts 400 de strekking van een passage veranderden, slechts 50 van echte betekenis waren, en dat zelfs niet één een effect had op ‘een artikel van het geloof of op een voorgeschreven plicht die niet al overduidelijk te begrijpen was uit andere niet-twijfelachtige passages, of uit de hele teneur van het onderwijs van de Schrift.’
De nauwkeurigheid van de meeste andere boeken uit de oudheid is niet zo gedegen onderbouwd. Nieuwtestamenticus Bruce Metzger schatte dat de Mahabhurata van het hindoeïsme met slechts 90% nauwkeurigheid en de Ilias van Homerus met 95% nauwkeurigheid zijn gekopieerd. In vergelijking daarmee schatte hij de nauwkeurigheid van het Nieuwe Testament op 99,5%.
Het is een veilige conclusie om te stellen dat minder dan één procent van de nieuwtestamentische teksten zoals we die vandaag kennen door deskundigen wordt betwist. Geen enkele doctrine in de Bijbel staat of valt met de uitkomst van enige van deze discussies.
In de woorden van Dockery, Mathews en Sloan: ‘Voor het overgrote deel van de Bijbelse tekst is een eensluidende lezing overgedragen. Na het elimineren van kopieerfouten en opzettelijke veranderingen blijft slechts een heel klein percentage tekst over waarover enige vragen bestaan.’ Ze kwamen tot deze conclusie: ‘Het moet worden gezegd dat de tijd die verstreken is tussen de originele samenstelling en het oudste nog bestaande manuscript voor het Nieuwe Testament veel korter is dan voor welk ander werk in de Griekse literatuur dan ook (…) en alhoewel er zeker verschillen in de vele manuscripten van het Nieuwe Testament zijn, is er niet één fundamentele doctrine waar het christelijk geloof op rust in deze betwiste tekstuele varianten.’
En ten slotte volgt hier de conclusie van de bekende Bijbelgeleerde F.F. Bruce:
 
De tekstuele variaties waarover onder tekstcritici van het Nieuwe Testament enige twijfel blijft bestaan, hebben geen effect op fundamentele vragen over historische feiten, op het christelijk geloof of op de uitoefening daarvan.
Windmill Ministries
Terug naar de inhoud | Terug naar het hoofdmenu