9.2 Meer over de Evangelien, Handeling en de Brieven van Paulus - Gefundeerd Geloof

Ga naar de inhoud

Hoofdmenu:

Is de Bijbel waar? > Eerlijkheid v/d Bijbel
Een diepere analyze van de Evangelien, Handeling en de Brieven van Paulus        
(1) Evangelie van Matteüs
  • Matteüs – Levi – een tollenaar en een van de twaalf discipelen, is de schrijver van dit hele evangelie (of op zijn minst van het concept ervan). Het is naar alle waarschijnlijkheid in de periode 55-70 n.Chr. geschreven.
• (Gedeelten van) het originele evangelie waren wellicht in het Aramees geschreven. Alle bewaard gebleven geschriften zijn geschreven in goed Grieks. De schrijver was bedreven in het Grieks, maar het was waarschijnlijk niet zijn ‘moedertaal’.
• Het evangelie beschrijft de roeping van Matteüs als een discipel in Matteüs 9:9: ‘En vandaar verder gaande zag Jezus iemand bij het tolhuis zitten, Matteus genaamd, en Hij zeide tot hem: Volg Mij. En hij stond op en volgde Hem.’ Het is een interessant gegeven dat hij alleen in Marcus en Lucas ‘Levi’ wordt genoemd: het Matteüsevangelie gebruikt deze naam niet.
• Het evangelie staat ook bekend als het Evangelie van de Kerk of het Evangelie van het Koninkrijk vanwege de uitgebreide verwijzingen naar Gods Koninkrijk en het vermelden van het bouwen van Jezus’ kerk op Petrus ‘de rots’ (Matteüs 16:18).
• Matteüs is het evangelie dat in de vroege kerk het meest werd gebruikt. Het is waarschijnlijk daarom als eerste boek in het Nieuwe Testament geplaatst. Het wordt ook als een ‘natuurlijke brug’ tussen het Oude en het Nieuwe Testament gezien omdat het de nadruk legt op de profetieën die in het Oude Testament zijn gedaan.
• Het is het meest gestructureerd van alle evangeliën en het kan worden onderverdeeld in een introductie (1:1-4:11),  gevolgd door groepen van vijf verhalen en voordrachten (4:12-7:29; 8:1-11:1; 11:2-16:12; 16:13-20:28 en 20:29-27:66), en een afsluiting (28:1-28:20).
• Het bevat ‘de Bergrede’, de uitgebreidste preek van Jezus die ooit is opgeschreven.
• Het karakter van het evangelie is overtuigend Joods: geschreven door een Jood voor Joden.
• Om de Joodse afkomst van Jezus aan te tonen, neemt Matteüs ons mee terug naar Abraham, de vader van het Joodse volk, en volgt de koninklijke bloedlijn via de mannelijke afstammelingen van Jozef.
• Het introduceert Jezus als de beloofde Messias, de Koning van Israël. Om zijn argument te onderbouwen, gebruikt Matteüs meer citaten en toespelingen (bijna 130) uit het Oude Testament dan welk ander nieuwtestamentisch boek dan ook.

            
• Hij legt ook de nadruk op Jezus als leraar en als een gezaghebbende vertolker van de Wet van Mozes en de wil van God (Matteüs 4:23; 5: 2; 7:28-29).
• Als tollenaar had Matteüs waarschijnlijk de achtergrond van een overschrijver/klerk. Dit zou hem tot de meest logische kandidaat maken uit de groep discipelen om gedurende de predikingen van Jezus aantekeningen te maken die hij later in zijn evangelie kon verwerken. Dit zou kunnen verklaren waarom het Matteüsevangelie de meest uitgebreide overzichten van Jezus’ uitspraken en lessen geeft, inclusief de Bergrede.
• Als een van de synoptische evangeliën heeft het een inhoud waarvan ongeveer 50% overeenkomt met ongeveer 90% van Marcus.
• De bron die Q wordt genoemd (gedeeld met Lucas) vertegenwoordigt ongeveer 25% van het materiaal van Matteüs.
• Er blijft ongeveer 25% van Matteüs over dat uniek is in dit evangelie en niet in de andere evangeliën kan worden gevonden.
(2) Evangelie van Marcus
• De alom geaccepteerde auteur Marcus, ook wel Johannes Marcus genoemd, schreef dit evangelie hoogstwaarschijnlijk tussen 50 en 70 n.Chr.
• Het evangelie is in redelijk eenvoudig Grieks geschreven (van een iets lager taalniveau  dan het Grieks van Matteüs).
• De twee namen (Johannes Marcus) suggereren een Hebreeuwse (Johannes) en een Griekse (Marcus) achtergrond.
• Het is het kortste, meest dynamische, maar tegelijkertijd een erg feitelijk evangelie.
• Marcus richtte zich klaarblijkelijk op Romeinse lezers en vroege overleveringen geven aan dat de oorsprong in Rome ligt. Het slaat strikt Joodse concepten over (zoals Jezus’ afkomst, vervulde profetieën, de Wet van Mozes, e.d.), geeft uitleg voor Aramese woorden (zoals in Marcus 3:17; 5:41; 15:22) en gebruikt Latijnse in plaats van Griekse termen (zoals in 4:21; 6:27,42; 15:15-16 en 16:39).
• De gedetailleerde omschrijving van de ‘bovenzaal’ in Marcus 14:12-16 (vergelijk Matteüs 26:17-19; Johannes 13:1-12) suggereert dat Marcus over zijn eigen huis schreef.
• De ietwat vreemde details in Marcus 14:51-52 suggereren dat Johannes Marcus zelf de jonge man was die in deze verzen wordt genoemd.
• Het huis van zijn moeder was waarschijnlijk een belangrijke ontmoetingsplaats voor de vroege kerk (Handelingen 12:12-17).
• De aanwezigheid van een dienstbode (Handelingen 12:13) suggereert een welgestelde, misschien zelfs wel rijke, familie.
• Johannes Marcus was de neef van Barnabas (Kolossenzen 4:10).
• Hij was de reisgenoot van Paulus gedurende diens eerste zendingsreis, had daarna een meningsverschil met Paulus (Handelingen 15:37-39), dat later werd opgelost (Filemon 23 en 2 Timothëus 4:11).
• Petrus noemde Johannes Marcus ‘mijn zoon’ (1 Petrus 5:13).
• De zij-vorm zoals vaak in het evangelie gebruikt (zoals in Marcus 1:29-31; 8:22; 9:30; 11:15) en de beschrijving van de emoties van Jezus, bevestigen de theorie dat Marcus de herinneringen van Petrus vastlegt. De andere evangeliën gebruiken in deze situaties de hij- en de wij-vorm.
• Ongeveer 90% van het materiaal van Marcus wordt ook in Matteüs en Lucas (synoptische evangeliën) aangetroffen.
• Jezus’ verschijningen na zijn opstanding (zoals ze worden genoemd in Marcus 16:9-20) ontbreken in de oudst bewaard gebleven codices (340 n.Chr. – Codex Sinaiticus). Daarom betwijfelen de meeste Bijbelkenners of deze verzen onderdeel van het oorspronkelijke evangelie zijn geweest. Sommige onderzoekers opperen dat Marcus gewoon eindigde op de plaats waar de vrouwen het lege graf ontdekten (Marcus 16:1-8); andere onderzoekers geloven dat het oorspronkelijke einde al heel vroeg verloren is gegaan.

(3) Evangelie van Lucas (en Handelingen)
• Lucas is de algemeen geaccepteerde auteur van zowel het evangelie van Lucas als het boek Handelingen. Het evangelie is geschreven tussen 55 en 90 n.Chr.
• Het evangelie is geschreven in verzorgd, ontwikkeld Grieks van een hoog niveau, hetgeen wijst op een schrijver wiens moedertaal Grieks was.
• Het evangelie is gericht aan Griekse lezers, het verkondigt dat Jezus de Redder van de hele wereld is (2:3; 24:27) en laat zijn afkomst helemaal teruggaan tot Adam, de eerste mens.
• Lucas was een reisgezel van Paulus toen deze op weg was naar Rome en wordt als zodanig genoemd in de boeken Handelingen, Kolossenzen (4:10) en Filemon (vers 24).
• Hij was van niet-Joodse afkomst. In Kolossenzen 4:10-14 noemt Paulus drie metgezellen die ‘de enige Joden onder mijn medewerkers’ zijn, terwijl hij de naam van Lucas samen met twee andere niet-Joden noemt.
• Lucas ontmoette waarschijnlijk Johannes Marcus (en waarschijnlijk ook Petrus) in Rome in het midden van de jaren 60 n.Chr.
• De wij-passages in de latere hoofdstukken van Handelingen bevestigen het auteurschap van Lucas en zijn aanwezigheid gedurende deze reizen:
– reis van Troas naar Filippi  (Handelingen 16:10-16);
– reis van Filippi naar Jeruzalem (Handelingen 20:5-21:17);
– reis van Caesarea naar Rome (Handelingen 27:1-28:14).
• Vroege overleveringen beweren dat Lucas een inwoner van Antiochië in Syrië was.
• Lucas was arts van beroep (Kolossenzen 4:14); hij was gewend nauwkeurig de details vast te leggen. Zijn beschrijving van geografische locaties, steden, reisroutes en gewoonten zijn nauwkeurig en worden steeds opnieuw, in elk detail, bevestigd door wat we nu via andere bronnen weten. Dit is een sterk pleidooi voor de nauwkeurigheid en de volledigheid van de rest van dit evangelie.
• Lucas zelf was geen ooggetuige van Jezus, maar Bijbelkenners geloven dat Lucas veel van de discipelen en volgelingen van Jezus als bronnen heeft geïnterviewd. Dit heeft mogelijk plaatsgevonden toen hij van 58-60 n.Chr. samen met Paulus in Jeruzalem was. Vanwege de genoemde details lijkt het logisch dat Jakobus, de broer van Jezus, en de diaken Filippus tot de bronnen van Lucas behoorden.
• In vergelijking met de andere evangeliën geeft Lucas speciaal aandacht aan Jezus’ hulp aan de armen en de verstotenen en ook spelen vrouwen een belangrijkere rol.
• Ongeveer 30% van Lucas’ evangelie komt overeen met ongeveer 50% van Marcus.
• Ongeveer 20% van de inhoud van Lucas’ evangelie wordt ook in Matteüs aangetroffen (via Q).
• Lucas’ unieke materiaal (ongeveer 50% van het evangelie) is erg gedetailleerd en laat uitgebreid onderzoek van de bronnen zien.
• De hoofdstukken over Maria en de geboorte van Jezus (Lucas 1 en 2, ongeveer 10% van het hele evangelie) zijn vanwege hun andere stijl en bewoording waarschijnlijk afkomstig uit een unieke bron (Maria, de moeder van Jezus?).
(4) Evangelie naar Johannes
Evangelie naar Johannes
• De auteur is hoogstwaarschijnlijk de apostel Johannes, de broer van Jakobus en zoon van Zebedeüs. Het evangelie is waarschijnlijk in de periode 80-90 n.Chr. geschreven.
• Hij was getuige van het leven van Jezus en verwees naar zichzelf als ‘de discipel die Jezus liefhad’. Het is van oudsher aangenomen dat hij zijn evangelie schreef op oudere leeftijd terwijl hij in Efeze woonde.
• Samen met zijn broer Jakobus en met Petrus behoorde hij tot de kring van vertrouwelingen van Jezus, wat hem een bevoorrechte getuige maakte van enkele unieke gebeurtenissen (zoals de verheerlijking op de berg) en speciale onderwijzingen van Jezus.
• Johannes (en zijn broer Jakobus) wordt niet met name in dit evangelie genoemd.
• Johannes de Doper wordt slechts als ‘Johannes’ in dit document aangegeven, wat suggereert dat er geen enkele verwarring mogelijk was met een andere Johannes (Johannes de apostel, m.a.w. de auteur).
• Het boek is hoofdzakelijk bedoeld om (al tot het geloof bekeerde) christenen te helpen de lessen en instructies van Jezus beter te begrijpen en hen te laten groeien in hun geloof.
• Al meteen aan het begin van het evangelie wordt Jezus als God aangeduid (Johannes 1:1-4). Het goddelijke karakter van Jezus blijft door het hele boek heen de hoofdzaak.
• Het boek beschrijft slechts acht wonderen, die ‘tekenen’ worden genoemd, die door de schrijver zijn geselecteerd om de goddelijke natuur van Jezus te laten zien. De schrijver vermeldt ook dat Jezus meer tekenen verrichtte maar dat deze niet worden genoemd (Johannes 20:30-31).
• De schrijver schijnt aan te nemen dat de lezers op de hoogte zijn van de andere evangeliën en daarom wil hij die informatie niet nog eens herhalen – wat duidelijk op een latere datum voor het schrijven van dit evangelie wijst dan van de synoptische evangeliën.
• Desalniettemin bevat dit boek ook levendige en in elk detail correcte beschrijvingen van een ooggetuige van Jeruzalem in de ‘tegenwoordige tijd’ geschreven (zeker in Johannes 5:2). Ook wordt het feit genoemd dat er ‘zesenveertig jaren over deze tempel gebouwd’ is (Johannes 2:20), wat suggereert dat dit document (of op zijn minst een gedeelte ervan) was geschreven voor 65-70 n.Chr. (de verwoesting van Jeruzalem en al deze andere locaties).
• Het oudste papyrusfragment van enkele verzen van Johannes 18 is het Ryland-papyrus, dat tot 125-130 n.Chr. teruggaat.
• Van Johannes 7:53-8:1-11 (het verhaal van de overspelige vrouw) wordt aangenomen dat het niet in het oorspronkelijke evangelie voorkwam, omdat het niet in de vroege codices (Codex Sinaiticus) was opgenomen.

(5) Een andere belangrijke getuige – Paulus
Het bewijs voor het bestaan, het onderwijs en de opstanding van Jezus is niet beperkt tot ‘slechts’ de vier evangeliën. De andere nieuwtestamentische boeken zijn geschreven door mensen die ook getuige van Jezus’ leven zijn geweest. De grote aantallen brieven van Paulus tezamen met hun onafhankelijke getuigenis over Christus, maken Paulus een belangrijke bevestigende getuige. Het meeste wat we van Paulus weten komt uit de Schrift.
 
De apostel Paulus
• Geboren als Jood in een familie van Farizeeën (Handelingen 23:6) in de stam van Benjamin (Filippenzen 3:5) in Tarsus op Cilicië (Handelingen 9:11). Hij was ook een Romeins staatsburger (Handelingen 16:37; 22:25).
• Zijn naam was Saulus (genoemd naar de eerste koning van Israël, ook van de stam van Benjamin), maar hij werd later Paulus genoemd (Handelingen 13:9).
• Hij had een hoge opleiding, sprak verschillende talen (op zijn minst Aramees, Hebreeuws en Grieks) en was goed opgeleid in de Joodse wetten (Galaten 1:14; Filippenzen 3:5-6). Hij was zelfs onderwezen door de alom gerespecteerde Farizeeër Gamaliël (Handelingen 22:3).
• Paulus was tentenmaker van beroep (Handelingen 18:13), wat hem in staat stelde om financieel voor zichzelf te zorgen (Handelingen 20:34).
• Toen de christelijke beweging zich in Jeruzalem begon te verspreiden, was Paulus een leidinggevende figuur gedurende de toenemende vervolging van de Joden. Hij was aanwezig bij de steniging van Stefanus (Handelingen 7:58), waar hij ‘de gemeente Gods bovenmate vervolgd [had] en getracht haar uit te roeien’ (Galaten 1:13). Hij kreeg brieven van aanbeveling van de hogepriester in Jeruzalem en reisde naar Damascus voor verdere vervolgingen (Handelingen 9:1-2).
• Op de weg naar Damascus (rond het jaar 34/35 n.Chr., één of twee jaar na de opstanding) ontmoette hij de opgestane Jezus en werd tot het christendom bekeerd (Handelingen 9:3-19).
• Gedurende de daaropvolgende periode van ongeveer dertien jaar (Galaten 1:18-2:1) had hij ontmoetingen met Petrus en Jakobus (de broer van Jezus) in Jeruzalem en bracht tijd door in Syrië en Cilicië.
• Samen met Barnabas en Johannes Marcus (die hen halverwege verliet) reisde Paulus over het vasteland van Klein-Azië om gemeenten te stichten in niet-Joodse gebieden. De eerste zendingsreis moet in de periode 46-48 n.Chr. hebben plaatsgevonden (Handelingen 13 en 14).
• Dit resulteerde in het nu beroemde Apostelconvent (Concilie van Jeruzalem) van het jaar 49 n.Chr., waarin de kerk tot overeenstemming kwam over hoe de niet-Joden in het christendom (een van origine Joodse religie) moesten integreren (Handelingen 15).
• De tweede zendingsreis in de jaren 49-52 n.Chr. (Handelingen 16-18:22) bracht Paulus, die samen met Silas en Timothëus reisde, nog verder in het westen van Griekenland. Gedurende de daaropvolgende derde zendingsreis, in de periode 53-57 n.Chr. (Handelingen 18:23-20:38) bezochten Paulus en zijn reisgezelschap opnieuw de gemeenten die ze gedurende de vorige reizen hadden gesticht.
• Na zijn terugkeer werd Paulus in Jeruzalem gearresteerd (Handelingen 21-23), verbleef als Romeinse gevangene in Caesarea (Handelingen 24-26) en arriveerde uiteindelijk in Rome (Handelingen 27-28) waar hij onder huisarrest bleef.
• De overlevering (die ook door Clemens van Rome is bevestigd[ii]) leert ons dat Paulus uiteindelijk in de jaren 66/67, gedurende de vervolgingen van Nero in Rome, een martelaarsdood (door onthoofding) is gestorven.

Paulus zelf was niet een van Jezus’ persoonlijke discipelen. Maar zijn persoonlijke ontmoeting met Jezus en de vele ontmoetingen met de andere apostelen maken zijn brieven, samen met de gedetailleerde reisverslagen in het boek Handelingen, een waardevolle getuigenis. Hij werd niet alleen als een van de sleutelfiguren in de apostolische kerk gezien, hij werd ook als een ware apostel door de andere apostelen erkend. Door de geschriften van Paulus hebben we bevestigingen over een aantal zeer belangrijke feiten en gebeurtenissen uit een bron die onafhankelijk is van de evangeliën (zie tabel 16-2). In veel opzichten is Paulus onze ‘vijfde getuige’.


Windmill Ministries
Terug naar de inhoud | Terug naar het hoofdmenu