4 Eenvoudige levensvormen: een oxymoron - Gefundeerd Geloof

Ga naar de inhoud

Hoofdmenu:

Bestaat God?
4. Eenvoudige levensvormen: een oxymoron
‘En God zeide: Dat de aarde jong groen voortbrenge, zaadgevend gewas, vruchtbomen, die naar hun aard vruchten dragen, welke zaad bevatten, op de aarde; en het was alzo.’
(Genesis 1:11) 
Ons heelal is opmerkelijk nauwkeurig ‘afgesteld’ om leven mogelijk te maken. Ook hebben we gezien dat de locatie en de samenstelling van onze aarde, tegen alle kansberekeningen in, uniek geschikt zijn voor het bestaan van leven. Dat garandeert echter nog niet dat dan vervolgens ‘leven zomaar ontstaat’. Hoe is het eerste leven op aarde begonnen? Is een ‘eenvoudige levensvorm’ inderdaad ‘eenvoudig’? Of is zelfs het meest ‘eenvoudige leven’ ingewikkelder dan wat we als mensen ooit zouden kunnen bedenken?
 
Het eerste leven op aarde: de oersoep

Hoe begon het eerste leven op aarde? Volgens het big bang-model is de aarde ongeveer 4,6 miljard jaar geleden gevormd en was het een levenloze en levensvijandige plaats. De gevonden fossielen leren ons dat het eerste leven na een kleine miljard jaar is ontstaan. Dit waren de micro-organismen, de eenvoudigste vormen van leven, eencellige organismen en bacteriën die op blauwgroene algen leken. Erg ‘eenvoudig’ leven, maar toch levende cellen. Deze organismen konden groeien en zich vermenigvuldigen gebruikmakend van informatie opgeslagen in de cel.
Hoe deze gigantische stap van geen leven naar het eerste leven, ook wel abiogenesis genoemd, heeft plaatsgevonden is een van de grote mysteries in de biologische wetenschap. Met name in onze generatie is veel kennis vergaard over de werking van levende cellen. We zijn in staat om alle verschillende componenten te identificeren en hun rol en gedrag te observeren. We kunnen de genetische informatie ontrafelen en zien hoe die gebruikt wordt voor het maken van nieuwe cellen. We staan ervan versteld hoe perfect alles op elkaar is afgestemd en hoe complex het is. Al het huidige leven op aarde is echter voortgekomen uit voorgaand leven. Ieder kind heeft ouders en ook de ouders hebben ouders. Dit geldt voor alle levensvormen die we kennen; ze komen allemaal voort uit ander leven. Dit fenomeen wordt ook wel biogenesis genoemd. Kan de cyclus van kip en ei in het verleden zijn doorbroken? Hoe is het eerste leven ontstaan? Wat is de oorsprong van het leven?
Charles Darwin heeft niet veel onderzoek naar het eerste leven gedaan. Hij veronderstelde dat het eerste leven zo ‘eenvoudig’ was dat het gewoon ‘is begonnen te bestaan’. In een brief aan Joseph Dalton Hooker van 1 februari 1871 suggereerde Darwin dat het leven mogelijk is begonnen in een ‘warme, kleine plas, met allerlei soorten ammonia en fosforgebaseerde zouten en de aanwezigheid van licht, warmte, elektriciteit enzovoort, waardoor een eiwitachtige verbinding tot stand kwam die klaar was om meer complexe veranderingen te ondergaan’. Hij verklaarde verder dat ‘vandaag de dag zulke verbindingen onmiddellijk zouden worden opgegeten of geabsorbeerd, hetgeen niet het geval was voordat levende organismen bestonden’. Met andere woorden: de aanwezigheid van levende organismen verhindert momenteel het spontaan vormen van eenvoudige organische verbindingen – een omstandigheid waardoor de speurtocht naar het ontstaan van het eerste leven is beperkt tot een beheersbare omgeving in een laboratorium.
Uiteraard hebben evolutionisten ijverig gezocht naar antwoorden. U kunt u uit uw schooltijd mogelijk nog wel het verhaal herinneren van de ‘oersoepen’ als de bouwplaats voor het leven. Het volgende typerende recept voor leven wordt aangetroffen in evolutionaire studieboeken:
 
Om te bepalen of er leven is in het heelal is het zinvol om te bestuderen hoe het leven op aarde is begonnen. Volg ons stap-voor-staprecept om te zien hoe het leven ontstond:
1. Meng de ingrediënten. Om leven te laten evolueren moeten eenvoudige moleculen samengevoegd worden om meer complexe moleculen te vormen. Deze reacties hebben plaatsgevonden in de oceanen van de jonge aarde, vaak de oersoep genoemd.
2. Voeg energie toe. Vervolgens hebt u energie nodig. Die kan van bliksem of hete waterbronnen komen. De geïnjecteerde energie initieert chemische reacties. Deze eenvoudige moleculen begonnen zich samen te voegen waardoor grotere, complexere moleculen ontstonden, aminozuren genaamd. In een klassiek experiment in 1953 hebben Stanley Miller en Harold Urey in een laboratorium een oersoep gesimuleerd. Door elektriciteit door een mengsel van eenvoudige moleculen te voeren, waren ze in staat aminozuren te maken.
3. Vorm complexe moleculen. Aminozuren voegen zich dan samen waardoor lange, ketenvormige moleculen, eiwitten genaamd, worden gevormd. Eiwitten zijn essentieel voor het bouwen van levende wezens. Ze zijn bij zo goed als alles in je lichaam betrokken, van de kleur van je huid tot de structuur van het neurale netwerk in je hersenen.
4. Wacht tot het leven zich reproduceert. Een ander complex molecuul dat ook was ontstaan gedurende deze reacties was DNA. DNA heeft een verbazingwekkende eigenschap die het essentieel maakt voor leven: het kan zichzelf kopiëren. Het bevat ook alle informatie om een levend wezen te maken.
 
Maar… klopt dit wel? Is dit wat moderne evolutionaire wetenschappers echt geloven? Voordat we deze vragen kunnen beantwoorden moeten we eerst beter begrijpen wat een eenvoudige levensvorm werkelijk is.
☼ Bewijsstuk 5: Het leven kan niet toevallig zijn ontstaan
Hebt u wel eens gehoord van een oxymoron? Een oxymoron is een stijlfiguur die een nauwe verbinding van twee tegenovergestelde begrippen bevat. Beroemde voorbeelden zijn ‘oud nieuws’, ‘oudere jongeren’, ‘goed fout’, ‘modern klassiek’, ‘oorverdovende stilte’, ‘knap lelijk’ en ‘een levend lijk’.
Alle bovengenoemde voorbeelden zijn goede illustraties, maar persoonlijk heb ik geleerd dat een van de beste oxymorons de term ‘eenvoudige levensvorm’ is. Die combinatie van woorden spreekt zichzelf gewoon tegen. Zelfs de meest elementaire eencellige levensvorm is vele, vele malen gecompliceerder dan wat er ooit door de mens is gemaakt of zelfs is verzonnen.

De eenvoudige eencellige levensvorm die aan het begin zou staan van de evolutionaire keten, blijkt achteraf toch niet zo eenvoudig en simpel te zijn. Ter illustratie: een ééncellig organisme zou het best omschreven kunnen worden als ‘een technisch geavanceerde fabriek, uitgerust met kunstmatige intelligentie en coderingssystemen; centrale geheugenbanken die in staat zijn enorme hoeveelheden informatie op te slaan en terug te vinden; nauwkeurige positioneringsystemen die de automatische productie van componenten regelen; foutherstellende en kwaliteitscontrolerende mechanismen die beschermen tegen fouten; lopende banden die gebruik maken van prefabricageprincipes en modulaire constructie; en een compleet reproductiesysteem dat het organisme in staat stelt om zichzelf te dupliceren met verbijsterende snelheden.’
Of wellicht is dit zelfs een meer illustratieve beschrijving: ‘een levende cel is als een robotfabriek die volledig is bemand door robots, waarin robots gebouwd worden die zelf weer nieuwe robotfabrieken zullen bouwen’.
Het meest eenvoudige eencellige organisme is veel gecompliceerder dan wat er ooit door een mens is uitgevonden. Met andere woorden: er bestaat geen eenvoudig eencellig organisme – de meest elementaire cel is extreem complex!
Een van de meest gecompliceerde door de mens bedachte machines is een modern vliegtuig, zoals de Boeing 787 Dreamliner. De Dreamliner bestaat uit zo’n vier tot vijf miljoen verschillende onderdelen. Door het ingenieus samenvoegen van deze vier tot vijf miljoen ‘niet-vliegende’ onderdelen, hebben de ingenieurs van Boeing een machine gebouwd die kan vliegen. Vergelijk dit eens met een cel: een levende cel bestaat uit meerdere miljarden niet-levende onderdelen (atomen en moleculen). Een levende cel is dus ten minste duizendmaal complexer dan een modern vliegtuig.
Moleculaire biologie leert ons dat de drie basiscomponenten van elke levende cel eiwitten, DNA en moleculaire machines zijn.

Het bouwen van eiwitten

Eiwitten (proteïnen) zijn de moleculen van structuur en functie. Ze zijn als bouwmaterialen voor een huis: beton, cement, gipsplaat, balken, ramen enzovoort. Ons haar bijvoorbeeld bestaat grotendeels uit eiwitten, huidcellen zijn eiwitten en de enzymen die het voedsel afbreken bestaan grotendeels uit eiwitten. Zelfs de meest eenvoudige cel in ons lichaam of een eencellig organisme bestaat uit ongeveer 200 eiwitmoleculen.
Eiwitten zelf zijn opgebouwd uit aminozuren. Een eiwitmolecuul is eigenlijk een lange keten van verbonden aminozuren. Aminozuren zijn moleculen die geconstrueerd zijn rondom (een aantal) koolstofatomen. Elk koolstofatoom kan verbindingen maken met vier andere (ketens van) elementen/moleculen, die elk weer bestaan uit andere koolstofketens, of combinaties van zuurstof, waterstof en stikstof. In de natuur zijn er ongeveer 80 verschillende soorten aminozuren; slechts 20 hiervan worden echter aangetroffen in levende organismen. Indien een van de andere 60 aminozuren opgenomen zou worden in een eiwitvormende keten, dan zou dit het eiwit ongeschikt maken voor gebruik in een levend organisme. Er zijn ongeveer 100 correct ‘geselecteerde’ aminozuren nodig om een eiwitmolecuul te vormen.
Er is nog een extra complicatie: aminozuren komen in de natuur in gelijke aantallen van zogenaamd rechts- en linksdraaiende oriëntatie voor. Deze oriëntatie, ook wel moleculaire chiraliteit genoemd, heeft te maken met hoe de andere moleculen zijn gebonden aan het centrale koolstofatoom. Een oersoep zou daarom niet alleen een willekeurige hoeveelheid van elk van de 80 mogelijke aminozuren bevatten, maar elk aminozuur zou ook in een ongeveer gelijke hoeveelheid in rechts- en linksdraaiende oriëntatie voorkomen. Om nog onbekende redenen bevatten eiwitten in levende cellen uitsluitend linksdraaiende aminozuren. De aanwezigheid van enig rechtsdraaiend aminozuur in een eiwitketen maakt dit eiwit onbruikbaar in een levend organisme.
Is het mogelijk voor een eiwit om bij toeval te ontstaan? Een berekening van de kans dat een enkel functioneel eiwitmolecuul zich door toeval kan vormen, leidt tot de volgende calculatie:
1/80 (selecteer het juiste aminozuur, 1 uit 80 mogelijke keuzen) vermenigvuldigd met ½ (alleen linksdraaiende aminozuren zijn bruikbaar) = 1/160. Dit is de kans dat het eerste aminozuur in de eiwitketen correct wordt geselecteerd. Een eiwitmolecuul bestaat uit ten minste 100 aminozuren, dus dit moet 100 keer herhaald worden. Dan wordt de kansberekening: 1/160 x 1/160 x 1/160 x … 1/160 (in totaal 100 keer) = 1/160 tot de macht 100, ofwel een kans van 1 op 2,6 x 10220.
Vergelijk dit getal eens met het feit dat er in het complete heelal ‘slechts’ een geschat totaal van 1080 atomen aanwezig is. En als u bedenkt dat zo’n kleine kans geen probleem is omdat er zo veel tijd beschikbaar is om het mogelijk te maken, bedenk dan dat – volgens het big bang-model – het heelal ‘slechts’ ongeveer 15 miljard jaar oud is. Dat is ‘slechts’ 4 x 1017 seconden. Ofwel, alle beschikbare atomen in het heelal gecombineerd met de totaal beschikbare tijd van het bestaan van het heelal geeft niet genoeg mogelijkheden om één enkel eiwitmolecuul door toeval gevormd te laten worden.
En dat is nog slechts één enkel eiwitmolecuul. Voor de eenvoudigste cel zijn er ten minste 200 van deze eiwitmoleculen nodig.
Het vormen van één enkel eiwit bij toeval is zo onwaarschijnlijk dat zelf evolutionisten het niet meer geloven!3
Het bouwen van DNA

DNA (desoxyribonucleïnezuur) bevat de blauwdruk van een levend organisme. Het is de verzameling gedetailleerde instructies die beschrijft en regelt wat het organisme is en zal worden. Als de eiwitten de bouwmaterialen voor een huis zijn, dan is het DNA de verzameling bouwtekeningen. In samenwerking met RNA (ribonucleïnezuur) zorgt het DNA ervoor dat in de cel nieuwe eiwitten uit aminozuren in de juiste volgorde en structuur gebouwd kunnen worden. Dit gebeurt door het ‘lezen’ van de biochemische instructies – informatie – die vastgelegd zijn op het DNA.
Het maken van DNA en RNA zou een nog vele malen groter probleem zijn dan het vormen van eiwitten. Deze moleculen zijn vele malen complexer dan onze ‘simpele’ eiwitmoleculen. Een DNA-molecuul bestaat uit twee lange ketens of strengen die precies als puzzelstukjes in elkaar passen (zie figuur 5-26). Elk van deze twee strengen heeft een ruggengraat van afwisselend een suiker en een fosfaatgroep. Elke link in de keten heeft een basis die een letter van de genetische code kan spellen. Er zijn vier soorten basen, ofwel vier verschillende genetische letters: Adenine (A), Thymine (T), Cytosine (C) of Guanine (G). De A in een streng past enkel tegenover de T in de tegenoverliggende streng en de G past enkel tegenover de C (een G zal zich dus bijvoorbeeld nooit aan een T of een A binden). Hoewel er dus maar vier verschillende ‘codeletters’ zijn, is het aantal mogelijke lettercombinaties van een stukje DNA van slechts honderd van deze zogenaamde DNA basenparen al astronomisch groot (4100 ofwel 1,6 x 1060). Dus net als ons alfabet kunnen combinaties van deze vier DNA-‘letters’ elke mogelijke genetische instructie spellen.
DNA maakt het mogelijk voor een cel om functionele eiwitmoleculen te bouwen uit de voorraad aanwezige aminozuren. Speciaal voor dit doel zijn er specifieke delen van het DNA die de volgorde van de aminozuren in het eiwit specificeren. Om een eiwitmolecuul te bouwen worden uit de DNA-code zogenaamde RNA-strengen gesynthetiseerd die drieletterige ‘woorden’ bevatten – één woord per aminozuur. Elk drieletterig woord bevat dus de code voor een uniek aminozuur.
DNA wordt gecombineerd met eiwit in structurele eenheden, chromosomen genaamd. Deze komen gewoonlijk in gekoppelde paren voor, een chromosoom van de moeder en een van de vader (23 paren in een menselijke cel). Het chromosoom lijkt op een enkel, zeer lang, opgerold molecuul van miljoenen en miljoenen DNA-basenparen (tot wel 250 miljoen in het menselijk chromosoom).
Op het chromosoom vormen grote groepen van DNA-basen functionele eenheden die genen worden genoemd. Een gen bevindt zich op een vaste plaats op het chromosoom. Het is in feite een reeks DNA-basen (elke base specificeert een letter uit de genetische code) die samen een eenheid van genetische informatie vormen. Een gemiddeld gen in het menselijk lichaam is ongeveer 3000 DNA-basen lang. Elk gen bevat de genetische informatie voor het vormen van een eiwit en de erfelijkheidsinformatie van een bepaalde eigenschap (of groep van eigenschappen) die wordt doorgegeven van de ene generatie naar de volgende. Alle chromosomen tezamen bevatten alle informatie die nodig is om een kopie van de cel te kunnen bouwen.
De hoeveelheid informatie die opgeslagen is in het menselijk DNA is vrijwel niet te bevatten. Een ieder van ons begint tijdens de bevruchting als een klein balletje ter grootte van een punt op een getypte bladzijde. In dit kleine balletje is meer dan 1,80 meter DNA opgeslagen. In dit DNA zijn onze toekomstige eigenschappen (bruin haar, blauwe ogen, enz.) vastgelegd op een manier zoals een boek gelezen kan worden. Elke cel in het menselijk lichaam bevat een complete kopie van al dit DNA. Dat betekent dat elke cel ongeveer 3 miljard DNA-basenparen bevat met een geschat aantal van 20.000 tot 25.000 genen.8 Een gemiddelde pagina tekst bevat 2000 tot 2500 letters. Het aantal DNA-letters van elke individuele cel staat dan gelijk met de informatie van een boek met 1,5 miljoen bladzijden. Dat is een stapel papier van ongeveer 188 meter hoog – en dat is nog maar één cel. Men schat het aantal cellen in een gemiddeld menselijk lichaam op 50 biljoen (dat is een 5 met 13 nullen, ofwel 5 x 1013). Dus de totale hoeveelheid informatie die is vastgelegd in alle cellen van een doorsnee persoon, zou overeenkomen met een stapel papier van 188 meter hoog vermenigvuldigd met 50 biljoen = 9 biljoen (9 x 1012) kilometer hoog. Om een beter begrip te kunnen krijgen voor dit onwaarschijnlijk grote getal is een illustratie nodig. De afstand van onze aarde tot de verst verwijderde planeet (Pluto) is ongeveer 6 miljard (6 x 109) kilometer. Ofwel, de stapel papier met daarop uitgeschreven alle genetische informatie van alle cellen in een gemiddeld menselijk lichaam zou een hoogte hebben van meer dan 1500 maal de afstand tussen ons en Pluto!
In 2003 werd het Human Genome Project9 (‘het menselijk genoom-project’) van de US Department of Energy en de National Institutes of Health afgerond. Dit project heeft dertien jaar nodig gehad om de volgorde van de basenparen en de 26 chromosomen op het menselijk DNA (ook het menselijk genoom genoemd) te bepalen en deze informatie op te slaan in een enorme database. Deze gigantische inspanning heeft voor ons alle genen/DNA-letters in kaart gebracht. Er is echter nog weinig kennis van wat welke kenmerken regelt of over hoe het werkt. Verdere inspanningen worden momenteel gepleegd om deze informatie aan te vullen met de identificatie van alle genen op het menselijk genoom.
Zou zo’n complexe chemische structuur ooit kunnen ontstaan ten gevolge van willekeurige processen en enorm veel tijd? We hebben eerder gezien hoe onwaarschijnlijk het is dat een ‘eenvoudig’ eiwitmolecuul bij toeval zou kunnen ontstaan. Het is moeilijk om te berekenen wat de statistische kans voor een DNA-molecuul is om onder de meest perfecte condities door uitsluitend toevallige omstandigheden gevormd te worden. Schattingen voor deze kansen op het toevallig vormen van DNA10 zoals we dat aantreffen in een eencellig levend organisme (ongeveer 100 genen) liggen in de orde van 1op 103000 tot 1 op 10100.000.000.000. Wat de kans ook exact moge zijn, het is duidelijk dat dit een statistische onmogelijkheid is.

Moleculaire machines

In de huizenbouw is het niet voldoende om alle bouwmaterialen en de bouwplannen op de bouwplaats af te leveren. Uiteraard gebeurt er niets totdat de bouwvakkers arriveren. Om de plannen te lezen, de materialen te bewerken en alles in elkaar te zetten is arbeid nodig.
Zo is het ook in een levende cel. Als we de aminozuren en eiwitten vergelijken met de bouwmaterialen en het DNA met de bouwplannen, dan zijn de moleculaire machines de arbeiders. Zij leveren het werk dat nodig is om de verschillende componenten van de levende cel samen te stellen volgens de DNA-blauwdruk.
Deze machines, gemaakt uit eiwitten, gebruiken de informatie van het DNA/RNA om nieuwe eiwitten samen te stellen en te vormen, DNA te kopiëren, nieuwe cellen te bouwen en nieuwe moleculaire machines te construeren. Moleculaire machines werken in de cel en transporteren aminozuren naar eiwitproductiecentra. Deze productiecentra zijn ook moleculaire machines en worden ribosomen genoemd. Andere moleculaire machines zetten moleculaire schakelaars aan en uit, soms om de cel te laten afsterven, soms om de cel te laten groeien. Moleculaire machines zetten zonlicht om in energie en slaan die op in chemicaliën. Elektrische machines verzorgen de stroom die door de zenuwen loopt. Productiemachines bouwen andere moleculaire machines en/of zichzelf. Cellen zwemmen gebruikmakend van machines, kopiëren zichzelf met machines en nemen voedsel op met machines. Kort gezegd: onvoorstelbare, extreem geavanceerde moleculaire machines regelen elk proces in de cel.
Het behoeft geen betoog dat deze machines uitermate complex en uitgekiend zijn. De moleculaire machines zijn de robots die zonder hulp van buitenaf nieuwe cellen en nieuwe robots bouwen.
We bezitten nu de technologie om op het niveau van de cel deze machines te kunnen bestuderen en in actie te zien. Moleculaire biologen kunnen hun samenstelling analyseren, hun functie begrijpen en versteld staan van hun complexiteit. Evolutionaire wetenschappers zijn nog niet in staat geweest een mogelijke verklaring voor hun bestaan te vinden:
 
Past al het leven in Darwins evolutietheorie? (…) Als u in de wetenschappelijke literatuur over evolutie zoekt naar een verklaring over hoe moleculaire machines – de basis van het leven – zijn ontwikkeld, dan wordt het griezelig en totaal stil. De complexiteit van het fundament van het leven heeft de wetenschap verlamd in haar poging om het uit te leggen (…). Ik denk niet dat Darwins mechanisme het moleculaire leven kan uitleggen.’
Evolutionaire verklaringen voor de oorsprong van het leven

Wetenschappers worstelen al met het vinden van een verklaring voor de oorsprong van het leven sinds de publicatie van Darwins boek. Door de jaren heen, met het toenemen van onze kennis, is het vinden van zo’n verklaring een steeds ingewikkelder probleem geworden.
Evolutionisten hebben in de loop der jaren ten minste een dozijn mogelijke verklaringen voorgesteld. Hieronder volgt een overzicht van de bekendste en meest geaccepteerde theorieën:
 
1. Het leven is door toeval ontstaan
De traditionele verklaring van evolutionisten is dat het leven door toeval is ontstaan. Dit veronderstelt dat de meest eenvoudige levende organismen ontstonden door natuurlijke processen, willekeurige gebeurtenissen en heel veel tijd. Maar zoals we al hebben gezien heeft de moderne wetenschap ons geleerd dat dit niet mogelijk is. Zoals eerder uitgelegd, is de kans dat een enkel eiwitmolecuul van ongeveer 100 aminozuren door toeval zou kunnen worden gevormd in de orde van 1 op 10220. De mogelijkheid dat een complete levende cel door toeval zou kunnen ontstaan is nog vele malen kleiner. Met andere woorden: de kans bestaat in feite niet. Dat is de reden dat alleen mensen die niet op de hoogte zijn van de huidige informatie over dit onderwerp nog geloven dat het leven door toeval kan zijn ontstaan. Objectieve wetenschappers geloven dat gewoon niet meer. Maar ze willen óók niet in een Schepper geloven. De (inmiddels overleden) mathematicus, natuurkundige en professor in de astronomie Fred Hoyle verwoordde dit als volgt:
 
Iemand met slechts beperkte ervaring met een Rubiks kubus zal toegeven dat het bijna onmogelijk is voor een blinde om deze puzzel op te lossen. Probeer je nu een groep van 1050 blinde personen elk met een Rubiks kubus voor te stellen. Probeer dan de kans te schatten dat al deze blinden op hetzelfde moment door willekeurige pogingen de oplossing van de kubus vinden. Dat staat gelijk met de kans dat door willekeurige reacties een enkel organisch polymeer [= een eiwit], benodigd voor het leven, wordt gevormd. Het idee dat niet alleen alle organische polymeren, maar zelfs het werkingsprogramma van een complete levende cel gevormd kan worden door toeval vanuit een oersoep hier op aarde, is duidelijk nonsens van de hoogste orde.
2. Chemische affiniteit
Een van de eerste theorieën (die nog steeds wordt onderwezen in de leerboeken) stelt dat leven wellicht ‘chemisch is voorbestemd’ door voorkeuren voor bepaalde chemische verbindingen. Volgens deze theorie zou een vorm van onderlinge aantrekking tussen aminozuren de oorzaak zijn dat ze zich spontaan in de juiste volgorde verbinden om eiwitten te vormen.
Uitgebreid onderzoek en computermodellen hebben echter reeds in 1986 aangetoond dat deze verbindingen niets te maken hebben met chemische voorkeuren. Zelfs Dean Kenyon, een van de grootste voorstanders van deze theorie, heeft dit idee verworpen.14
 
3. Panspermia
De wanhopige zoektocht naar een verklaring voor de oorsprong van het leven gegeven de korte beschikbare tijd om leven te ontwikkelen (‘slechts’ ongeveer 50-100 miljoen jaar) heeft sommige wetenschappers de ruimte in gestuurd. Deze wetenschappers houden serieus rekening met de mogelijkheid dat leven ergens anders in het heelal is ontstaan en vervolgens naar de aarde is gebracht (‘gelift’) op een rots of rotsen die op onze planeet zijn ingeslagen. Dit concept wordt panspermia of panspermie genoemd.
Een vergelijkbaar idee is dat leven mogelijk eerst ontstaan is op Mars. Sommige van deze levende organismen werden vervolgens de ruimte in geblazen door de inslag van kometen en asteroïden. Na verloop van tijd landde dit materiaal op aarde en dat was het begin van het leven (dit lijkt wel de basis voor het filmscript van Mission to Mars [2000]).
Het vinden van enige bevestiging voor deze theorieën is momenteel niet mogelijk en zal waarschijnlijk moeten wachten totdat we monsters kunnen nemen van kometen en Mars voor verdere studie. Het is belangrijk om te vermelden dat geen van deze beide ideeën het vraagstuk over de oorsprong van het leven echt beantwoordt. Ze verschuiven slechts het probleem naar een andere planeet of komeet. De echte vraag hoe leven heeft kunnen ontstaan blijft onbeantwoord.15
 
4. RNA-wereld
De veruit populairste gedachte in de wetenschappelijke evolutionaire wereld van vandaag is het concept dat het leven moet zijn begonnen in een ‘RNA-wereld’. Zoals u wellicht weet, is RNA een streng die wordt afgescheiden van het DNA en die de gedetailleerde instructie bevat om moleculen zoals eiwitten te bouwen. Het idee is dat als RNA aanwezig zou zijn, het probleem van het vormen van eiwitten gedeeltelijk zou zijn opgelost. Je hebt dan uiteraard ook nog wel de moleculaire machines nodig om de RNA-code te lezen en de eiwitten te bouwen. De theorie van de RNA-wereld veronderstelt dat eenvoudig RNA is ontstaan uit de oersoep op de vroege aarde als gevolg van natuurlijke processen en toeval/tijd. Dit eenvoudige RNA evolueerde vervolgens door zichzelf te kopiëren in steeds complexere structuren, die uiteindelijk in staat waren eiwitten te produceren en ten slotte te evolueren in DNA.
Vandaag de dag is onderzoek in de RNA-wereld een zelfstandige industrie geworden. Wetenschappers op dit gebied kunnen laten zien dat willekeurige RNA-reeksen soms bruikbare eigenschappen hebben. Maar ondanks de enorme hoeveelheden geld besteed aan experimenten en onderzoek sinds het midden van de jaren tachtig is er geen hard bewijs geleverd over hoe enig RNA zou kunnen evolueren in een complete levende cel.
En uiteraard is niemand in staat om te verklaren hoe zelfs de meeste elementaire RNA-streng door toeval zou kunnen ontstaan uit de ‘soep’. Een recent citaat illustreert dit gebrek aan vooruitgang:
 
Is dit een feit of is het slechts hoop? Ik denk dat het relevant is om ‘biologen in het algemeen’ erop te wijzen dat er tot op heden nog geen enkele zelfkopiërende RNA-streng is gevormd uit quadriljoenen (1024) kunstmatig samengestelde, willekeurige RNA-strengen.
 
Een korte en eerlijke samenvatting van de bovenstaande theorieën en verklaringen is: we weten het niet. Hoe meer we ontdekken over hoe een levende cel werkt, des te minder we vanuit een wetenschappelijk standpunt begrijpen hoe dit allemaal tot stand is gekomen. Indien God als de Schepper geen optie voor je is, dan zit je op een dood spoor. Het vinden van wereldse verklaringen wordt steeds moeilijker. Het is verbazingwekkend om te zien hoe ver evolutionaire wetenschappers bereid zijn te gaan met het ontwikkelen van absurde theorieën om een bovennatuurlijke verklaring te voorkomen. Alles is acceptabel, het doet er niet toe hoe buitensporig, zolang er maar geen Schepper bij betrokken is.
Ter illustratie van een eerlijke bevestiging dat ‘we het gewoon niet weten’, geven we hieronder een gedeelte van een interview met dr. Andrew Knoll weer, dat NOVA (PBS) publiceerde op de website:
 
NOVA: In het kort, wat is het proces? Hoe ontstaat leven?
Knoll: Het korte antwoord is dat we echt niet weten hoe leven is ontstaan op deze planeet. Er zijn een aantal experimenten gedaan die ons iets zeggen over mogelijke wegen, maar het blijft zo dat we het in essentie niet weten. Dat gezegd hebbend denk ik dat we op zoek zijn naar een soort molecuul dat eenvoudig genoeg is om door de natuurlijke processen op de vroege aarde gemaakt te kunnen zijn, maar ook net gecompliceerd genoeg dat het meer van zichzelf kan produceren. Dat is denk ik het moment dat we de scheidslijn oversteken en gaan naar iets wat de meeste mensen als levend zullen erkennen.
NOVA: Zullen we het probleem ooit oplossen?
Knoll: Ik weet het niet. Ik kan me voorstellen dat het voor mijn kleinkinderen nog steeds een groot mysterie zal zijn, maar dat zij dit mysterie op een ander niveau als onbegrijpelijk zullen ervaren dan dat wij dat doen.
 
De volgende uitspraak is van Klaus Dose, een biochemicus die algemeen wordt beschouwd als een van de meest vooraanstaande deskundigen op dit gebied:
 
Meer dan dertig jaar experimenteren met de oorsprong van het leven in het gebied van chemische en moleculaire evolutie heeft eerder geleid tot een beter begrip van de onmetelijkheid van het probleem van de oorsprong van het leven op aarde dan tot een verklaring ervan. Op dit moment voeren alle discussies over principiële theorieën en experimenten tot een impasse of tot het toegeven van onwetendheid.
 
En ten slotte in de woorden van Harvard-bioloog Marc Kirschner en Berkeley-bioloog John Gerhard die in 2005 geschreven hebben:
 
Alles over evolutie dat zich afspeelde vóór het bestaan van de bacterieachtige levensvormen is pure speculatie, [want] er is absoluut geen bewijs voor wat voorafging aan deze vroege voorganger van de cel.

Windmill Ministries
Terug naar de inhoud | Terug naar het hoofdmenu