3 De Aarde, geen gewoon rotsblok - Gefundeerd Geloof

Ga naar de inhoud

Hoofdmenu:

Bestaat God?
De Aarde, geen gewoon rotsblok
De hemelen vertellen Gods eer, en het uitspansel verkondigt het werk zijner handen; de dag doet sprake toestromen aan de dag, en de nacht predikt kennis aan de nacht. Het is geen sprake en het zijn geen woorden, hun stem wordt niet vernomen: toch gaat hun prediking uit over de ganse aarde en hun taal tot aan het einde der wereld.’
(Psalm 19:1-4)
Gelooft u in buitenaardse wezens? Gelooft u in UFO’s? Gelooft u dat er leven op andere planeten bestaat? Onderzoeken geven aan dat wel 60% van de bevolking gelooft in leven op andere planeten. Waarom? Het is wellicht het gevolg van de onafgebroken stroom van sciencefictionfilms en televisieseries zoals Star Wars, War of the Worlds en Star Trek, maar ook vanwege de populaire opvatting uit de jaren 1990 dat het heelal vol met buitenaardse wezens moet zijn.
 
Slechts een gewoon rotsblok?

Kosmologist, wetenschapper en schrijver dr. Carl Sagan, zelf een atheïst, was vast overtuigd van het bestaan van buitenaards leven. Hij speelde een hoofdrol in NASA’s Mariner-, Viking-, Voyager- en Galileo-ruimtevaartexpedities in de periode tussen 1970 en 1990. Met zijn televisieserie Cosmos die een megahit werd en ook door zijn vele populair wetenschappelijke publicaties introduceerde hij het heelal bij het publiek.
Een van Sagans bekendste uitspraken gaat over onze planeet aarde. Peinzend kijkend naar een foto van de aarde die was genomen in 1990 door de Voyager I op een afstand van ruim zes miljard kilometer (de welbekende foto met de naam Pale Blue Dot – ‘bleke blauwe stip’), schreef hij:
 
Er is niets bijzonders aan de aarde. Het is een gemiddelde, doorsnee rots die zinloos om een onbeduidende ster in een doodgewoon sterrenstelsel heen draait – een eenzaam stipje in de grote allesomvattende kosmische duisternis.
Oppervlakkig gezien is zijn uitspraak heel logisch. Waarom zou onze aarde uniek zijn? Als de aarde, zoals wetenschappers beweren, 4,6 miljard jaar geleden is ontstaan, wat maakt haar dan uniek? Het heelal is vol van planeten en veel daarvan hebben dezelfde grootte en vormgeving als de aarde. Dus als onze planeet slechts een rots is waarop het leven toevallig is ontstaan, moeten er nog veel, veel meer planeten zoals de onze zijn waar leven zich evolueert.

De statistieken lijken deze uitspraak alleen maar geloofwaardiger te maken. De aarde is onderdeel van ons zonnestelsel, een van de negen (of is het acht, nu we niet meer zeker zijn over Pluto) planeten die om de zon draaien. Onze zon is onderdeel van een grote verzameling sterren in ons sterrenstelsel, dat we de melkweg noemen. Alleen al in de melkweg zijn er naar schatting honderd miljard (100.000.000.000) sterren. Dat is ongeveer vijftien sterren voor elke persoon op aarde. En net als de zon hebben veel van deze sterren weer planeten die eromheen draaien. Als er alleen al in ons stelsel zo veel planeten zijn, lijkt de kans erg groot dat er elders leven te vinden is!

Als we ons nog verder van het melkwegstelsel verwijderen, nemen de getallen toe tot proporties die ons voorstellingsvermogen te boven gaan. Men schat dat het aantal sterren in het totale heelal in de orde van grootte van tien miljard triljard (dat is een 10 met 22 nullen!) ligt. Men kan dus gerust stellen dat er heel veel planeten zijn (1022), of met andere woorden: er zijn enkele triljoenen planeten voor elke persoon die ooit op aarde heeft geleefd. Hoe kunnen we zo arrogant zijn om te denken dat de aarde uniek is? Sommige wetenschappers denken dat er ten minste tien triljoen (1013) ontwikkelde beschavingen zijn. Alleen al voor ons melkwegstelsel heeft Sagan dit aantal op één miljoen geschat.
De laatste tien jaar is onze kennis over het heelal exponentieel gegroeid. Observaties met gebruik van satelliettelescopen, onze steeds verder gaande kennis van de krachten die aan het werk zijn in de ruimte, het groeiende inzicht in de complexiteit van levende cellen, evenals een beter begrip van de omstandigheden die nodig zijn voor het bestaan van leven, heeft geleid tot een nieuwe tak van wetenschap die astrobiologie wordt genoemd. 
Deze wetenschap bestudeert de mogelijkheid van leven in het heelal door de inzichten van sterrenkunde, biologie en geologie te combineren. Toepassing van deze nieuwe kennis op onze planeet aarde heeft ons nieuw inzicht gegeven over hoe uniek onze aarde wel niet is.
Hoe zou E.T. eruitzien?

Hoe zou buitenaards leven eruitzien? Om de mogelijkheid voor leven op andere planeten wetenschappelijk te onderzoeken moeten we eerst criteria voor dit leven vaststellen. Welke kenmerkende eigenschappen zou buitenaards leven moeten hebben?
Als we Hollywood zouden moeten geloven, is ‘alles mogelijk’. Buitenaards leven zou op heel veel manieren kunnen verschillen van het aardse leven dat wij kennen. Sommige wezens zouden zuur in plaats van bloed in hun aderen kunnen hebben, giftige gassen ademen of uitzonderlijk warme of koude temperaturen nodig hebben. Het leven kan dus heel anders dat het onze zijn. Maar wacht eens even – is dat wel realistisch?
We moeten beseffen dat alle wetten van de natuur die op aarde van toepassing zijn, ook in de rest van het heelal gelden. Hetzelfde gaat op voor scheikundige en biologische reacties, de periodieke tabel van de elementen en de kenmerken van vaste stoffen, vloeibare stoffen en gassen zoals water en zuurstof.
Het leven ergens anders in het heelal moet dus onderworpen zijn aan dezelfde ‘regels’ die voor het leven hier op aarde gelden. Vanwege deze natuurwetten weten we dat onze soort van leven de enige soort van leven is die kan bestaan. Elk leven, waar dan ook in het heelal, zal dezelfde bouwstenen en dezelfde omstandigheden vereisen die het leven op onze planeet mogelijk maakt.
Eenvoudig gezegd: als E.T. bestaat en er is leven op andere planeten, dan zal dat hetzelfde soort leven moeten zijn zoals wij dat kennen. Het zal bestaan uit complexe organische moleculen die gebouwd zijn uit combinaties van koolstof, zuurstof, waterstof en stikstof, met specifieke restricties ten aanzien van de zwaartekracht, aanwezigheid van water, atmosfeer, temperatuur, omvang, etc. Met andere woorden: elke leefbare planeet zal vergelijkbaar moeten zijn met onze aarde, heel erg vergelijkbaar. En E.T. zal niet zo heel veel van ons verschillen.
☼ Bewijsstuk 3: De aarde, een werkelijk bevoorrechte planeet
Vaak wordt aangenomen dat de aanwezigheid van vloeibaar water voor een bepaalde tijd op welke planeet dan ook, de belangrijkste voorwaarde voor het bestaan van leven is. Recentelijk werden NASA-ingenieurs geïnterviewd over de ontdekkingen die gedaan werden met de 2008 Phoenix Mars lander. Ze waren opgewonden over aanwijzingen dat er misschien in het verleden vloeibaar water aanwezig was geweest. Dit, hielden ze vol, gaf aan dat de ontdekking van leven op Mars nog slechts een kwestie van tijd zou zijn. Echter, water is slechts één van de eerste vereisten (ook wel factoren genoemd) voor leven.
Factoren voor leven op een planeet

Laten we eens een aantal van deze ‘factoren’ nader bekijken:

De afstand tot de zon. Leven kan alleen maar bestaan als de oppervlaktetemperatuur tussen het vries- en kookpunt van water ligt. De temperatuur op de oppervlakte van de aarde wordt bepaald door de afstand tot haar warmte- (en licht-) bron: de zon. Alleen planeten die voor een langere periode in een zone met een vrij constante temperatuur rondom een zon (ster) draaien, waarbij vloeibaar water voor langere tijd aan de oppervlakte aanwezig is, kunnen als potentieel leefbare planeten worden beschouwd. Deze zone wordt de Circumstellar Habitable Zone (‘circumstellaire bewoonbare zone’) of CHZ genoemd. In ons zonnestelsel is de aarde de enige levensvatbare planeet. Venus, onze buurvrouw die dichter bij de zon cirkelt, is te dichtbij en daarom te heet (ongeveer 475 graden Celsius); Mars is de dichtstbijzijnde planeet verder van de zon en heeft gemiddeld een oppervlaktetemperatuur die beneden de nul graden Celsius ligt, het vriespunt van water. Met deze temperaturen kan redelijkerwijs geen van onze buurplaneten leefbaar zijn.
De juiste zon. Niet elke zon is goed genoeg. Ten eerste komen alleen planeten die ronddraaien in een enkel stersysteem in aanmerking. Systemen met nul of meer dan twee sterren zijn ongeschikt. Vervolgens moet de ster uit een bepaalde massa bestaan. Een ster die zwaarder en massiever is dan onze zon, verbrandt te snel en te ongeregeld om een constante temperatuur mogelijk te maken. Kleinere sterren met meer frequente en intense vlammen zouden een planeet zo dichtbij moeten laten komen dat de zwaartekracht extreme getijdeneffecten zou veroorzaken en de juiste rotatie van de planeet zou beperken. De ster moet ook de juiste leeftijd hebben voor een stabiele verbrandingsfase zonder verwoestende temperatuurvariaties.
De juiste planeet. Om leven te ondersteunen moeten vele factoren voor de planeet precies goed zijn. Dit zijn onder meer de leeftijd van de planeet (stabiliteit, oppervlaktetemperatuur, omwentelingssnelheid), de massa van de planeet (zwaartekracht), het aanwezig zijn van noodzakelijke elementen zoals koolstof en water (het menselijk leven heeft zesentwintig van deze essentiële elementen nodig), de atmosfeer (van de juiste samenstelling), het magnetische veld rondom de planeet, vulkanische activiteiten, de aanwezigheid van tektonische platen, een gekantelde as (wat de seizoenen mogelijk maakt), de rotatieperiode, de verhouding van oceanen ten opzichte van het vasteland, de hoeveelheid water, het patroon van de baan waarmee de planeet om een zon draait, het ozonniveau in de atmosfeer en de druk van de atmosfeer.
Aanwezigheid van een maan. Onze maan is verhoudingsgewijs groot. De maan veroorzaakt de getijden, stabiliseert de kanteling van de assen van de aarde en vertraagt de omwenteling van de aarde. Zonder de juiste grootte van een maan zijn complexe vormen van leven niet mogelijk.
Bescherming tegen kometen en vallende sterren/planeten. Een planeet die leven ondersteunt moet zich in een zonnestelsel bevinden met op zijn minst één andere vele malen grotere planeet. In ons zonnestelsel is dat de planeet Jupiter, deze is twee en een halve keer massiever dan alle andere planeten bij elkaar. De zwaartekracht van Jupiter trekt inkomende meteorieten aan en vangt kometenafval op. Hierdoor wordt menige botsing die de aarde zou kunnen vernietigen, voorkomen.
Plaats in het sterrenstelsel. Er is de zogenaamde Galatic Habitable Zone (‘galactische bewoonbare zone’) (GHZ), de zone in een sterrenstelsel waar bewoonbare planeten gevonden zouden kunnen worden. Voor de melkweg is de GHZ maar een uitzonderlijk klein gedeelte van het sterrenstelsel. Dat komt doordat de binnenste (meest bevolkte) gebieden te veel sterren bevatten waardoor levensvernietigende botsingen ‘aan de orde van de dag’ zijn. Het beperkt aantal planeten in de buitenste zones bevat niet genoeg zware elementen om levensvatbare planeten zoals de aarde te vormen. Stelsels buiten het melkwegstelsel zijn zelfs nog minder uitnodigend voor leven omdat deze minder lichtgevend zijn en het ze daardoor – in het algemeen – ontbreekt aan de zwaardere bestanddelen die nodig zijn voor planeten en leven.
Leeftijd van het heelal. Het concept van Cosmic Habitable Age (‘kosmisch bewoonbaar tijdperk’) (CHA) stelt nog verdere grenzen aan de mogelijkheden voor het vinden van leven. Alleen planeten in melkwegstelsels die zijn gevormd tijdens de juiste levensfase van het heelal, zijn de moeite waard om in overweging te nemen. Levensnoodzakelijke elementen (die zwaarder zijn dan helium) waren niet aanwezig in het heelal totdat zij in de eerste sterren werden gemaakt. Dit sluit al de oudere stelsels uit. Stelsels/sterren/planeten die gevormd zijn gedurende latere leeftijden van het heelal hebben niet alleen te veel zware elementen, maar ook een gebrek aan essentiële radio-isotopen die nodig zijn voor de geologische activiteiten op deze planeten.
Deze lijst van factoren is niet compleet, maar is slechts een deelverzameling van de huidige geïdentificeerde factoren zoals deze worden besproken in – onder andere - de volgende drie boeken:
• The Creator and the Cosmos (1993) geschreven door Hugh Ross. Dit was een van de eerste publicaties waarin wetenschappelijke bewijzen werden gebruikt om te laten zien hoe uniek de aarde is. Ross, die een atheïst was, is als resultaat van zijn onderzoeken christen geworden.
• Rare Earth (2000) geschreven door Peter Ward en Donald Brownlee. Hierin kwamen de schrijvers (beiden professor aan de Universiteit in Seattle) vanuit het gezichtspunt van de evolutietheorie tot de conclusie dat, gebaseerd op een breed scala aan wetenschappelijke disciplines, de aarde inderdaad een ‘zeldzame’ planeet is en dat de kans op het vinden van complex leven in het heelal buitengewoon klein is.
• The Privileged Planet (2004) geschreven door Guillermo Gonzalez en Jay Richards. Hierin wordt op overtuigende wijze het bestaan van een Schepper beredeneerd, en niet alleen gebaseerd op bewijzen over hoe uniek de factoren voor de aarde zijn, maar ook op basis van het feit dat de locatie van de aarde het mogelijk maakt om het heelal te kunnen bestuderen. 
Onze unieke maan

Het hebben van een verhoudingsgewijs grote maan zoals de aarde die heeft, is bijzonder ongewoon. De meeste manen worden gevormd terwijl de planeet waar ze omheen draaien wordt gevormd en zijn relatief klein in vergelijking met de planeet. Andere manen zijn objecten die uit de ruimte zijn ‘opgevangen’.
De maan van onze aarde is heel anders. Ze is te groot om tegelijkertijd met de aarde te zijn gevormd en onderzoek van maanstenen heeft aangegeven dat de maan zo’n 350 miljoen jaar jonger is dan de aarde. Doordat de positie van de aarde zo dicht bij de zon is, kan de maan ook geen opgevangen object zijn. Gedurende vele jaren hebben de sterrenkundigen zich hierover verbaasd en velen van hen zijn nu tot de conclusie gekomen dat de maan zich moet hebben gevormd na een botsing met een object ter grootte van Mars met de aarde, 4,25 miljard jaar geleden.
Deze botsing was essentieel voor het vormen van de levensondersteunende condities op aarde: (1) Het heeft de zware, levensverstikkende atmosfeer in de ruimte geschoten (vervangen door onze huidige inadembare en doorzichtige lucht). (2) De botsing heeft het omwentelen van de aarde vertraagd (van een dag van 8 uur naar een dag van 24 uur waardoor een constante oppervlaktewind van 800+ km/u wordt voorkomen. (3) En het is de verklaring voor de kanteling van 23,5o van de as van de aarde (waardoor wij onze vier seizoenen ervaren).
Deze factoren laten zien dat de aarde niet zomaar een gewoon rotsblok is, maar dat veel dingen ‘precies goed’ hebben moeten gaan toen de aarde is gevormd met betrekking tot tijd, locatie en de daaropvolgende stappen. De aarde is een veel meer ‘buitengewone’ en ‘bevoorrechte’ planeet dan men zich in de dagen van Carl Sagan realiseerde.
Hoe zeldzaam is onze zeldzame planeet?

U hebt waarschijnlijk wel eens gehoord van SETI (Search For Extraterrestrial Intelligence) (‘Onderzoek naar buitenaardse intelligentie’). SETI is een instituut dat zoekt naar intelligent leven in het heelal door het gebruik van enorme radiotelescopen. Deze zijn ontworpen om te luisteren naar en in te zoomen op elk radiosignaal dat wordt ontvangen uit een specifiek gebied in de ruimte. Als dat signaal meer is dan zomaar ‘ruis’, dan zou dat aantonen dat het van een geavanceerde buitenaardse samenleving afkomstig is (zoals gebeurde in de film Contact). Sinds de oprichting van SETI in 1984 is uiteraard nog niets gevonden terwijl er miljoenen dollars aan zijn uitgegeven. Dit leidde een voormalige Amerikaanse senator tot de uitspraak: ‘In plaats van miljoenen dollars uit te geven aan het zoeken naar intelligent leven in het heelal, zou dit geld beter besteed kunnen worden aan het zoeken naar intelligent leven hier in Washington DC.’
De oprichter van SETI – radioastronoom dr. Frank Drake – formuleerde in 1961 een vergelijking om het aantal ontwikkelde samenlevingen in het melkwegstelsel, die de potentie zouden hebben om te communiceren met radiosignalen, op gefundeerde wijze te schatten.
Deze bekende vergelijking – de Drake-vergelijking – wordt nog steeds gebruikt om het aantal samenlevingen door middel van een wetenschappelijke benadering te kunnen uitrekenen:

N=N0 x f px ne x f1 x fi x fc x fL

In deze formule geeft de vermenigvuldiging van N0 (de totale hoeveelheid sterren) met de diverse fracties (factoren) het totale aantal samenlevingen aan. De fracties in de originele Drake-vergelijking zijn:
fp = fractie voor sterren met zonnestelsels
ne = het gemiddeld aantal planeten in de Circumstellar Habitable Zone
fl = fractie voor bewoonbare planeten waar het leven zou kunnen ontstaan
fi = fractie voor planeten waar intelligent leven zou kunnen ontstaan
fc = fractie voor planeten waar zich communicatietechnologie zou kunnen ontwikkelen
fL= fractie voor de gemiddelde levensduur van een planeet met ontwikkelde levensvormen
Alle fracties zijn tussen 0 en 1 en uiteraard zijn ze geschat met een waarde dicht bij 0, waardoor het resultaat van het aantal samenlevingen N veel kleiner is dan het originele aantal sterren – N0.

Zoals al eerder vermeld, schattingen gemaakt op basis van de Drake-vergelijking in de dagen van Drake en Sagan (1960-1990), leidden tot de conclusie dat het melkwegstelsel ongeveer één miljoen ontwikkelde beschavingen zou bevatten. De voortschrijdende kennis over de verschillende factoren heeft het noodzakelijk gemaakt om de Drake-vergelijking aan te passen en deze nieuwe factoren in de vergelijking op te nemen. En de resultaten zijn nu totaal anders.
In Rare Earth hebben Ward en Brownlee een aantal fracties aan hun eigen versie van de Drake-vergelijking toegevoegd, die ze de Rare Earth Equation (‘zeldzame aarde-vergelijking’) hebben genoemd. Deze toegevoegde fracties zijn o.a. factoren voor metaalrijke planeten, sterren in de leefbare zone van het sterrenstelsel, planeten met een grote maan, zonnestelsels die ten minste één planeet hebben ter grootte van Jupiter en een factor voor de inschatting van catastrofale, levensvernietigende gebeurtenissen. Zij doen geen poging om N uit te rekenen, maar zijn tot deze conclusie gekomen: ‘Op dit moment is het voor ons duidelijk dat de aarde inderdaad een zeer buitengewone en zeldzame planeet is.’
In The Privileged Planet brengen Gonzales en Richards de Drake-vergelijking op een hoger niveau en formuleren de Revised Drake Equation (‘herziene Drake-vergelijking’). De vergelijking werd verbeterd door een totaal van twintig additionele fracties op te nemen. Hiermee werden kritische factoren opgenomen zoals: genoeg zuurstof en een lage concentratie van koolstofdioxide in de atmosfeer van de planeet, de juiste massa van een planeet, de juiste concentratie van zwavel in het centrum van de aarde, de aanwezigheid van een maan van de juiste grootte, de juiste baan om de zon, de juiste hoeveelheid water in de korst van de aarde, de juiste tektonische plaatbewegingen, en een klein aantal van grote inslagen. Door sommige van deze fracties te beredeneren en te calculeren, kwamen de schrijvers tot de conclusie dat het ontdekken van zelfs een enkele buitenaardse levensvorm in het melkwegstelsel uitermate onwaarschijnlijk is.
In The Creator and the Cosmos heeft Hugh Ross het concept van de Drake-vergelijking verder ontwikkeld tot een totaal van 128 factoren. Hij heeft ook een schatting gemaakt voor elke specifieke factor om binnen acceptabele grenzen te liggen die noodzakelijk zijn voor leven. Nadat hij alle kansen (met compensatie voor afhankelijkheden) had gecombineerd, berekende Ross dat de kans dat aan al deze 128 factoren gelijktijdig kon worden voldaan een kans is van 10-166. Dus zelfs met een totaal aantal planeten dat geschat wordt op 1022, is de kans minder dan 1 op de 10144 (één op duizend triljoen triljoen triljoen triljoen triljoen triljoen triljoen triljoen triljoen triljoen triljoen) dat er zelfs maar één dergelijke planeet in het totale heelal gevonden zal worden. Deze kans is zo klein, dat dit het bevattingsvermogen van het menselijk verstand te boven gaat. In elk ander verband zouden kansen als deze als een totale onmogelijkheid worden gezien. 
Fermi’s paradox

In 1950 vroeg Nobelprijswinnaar en natuurkundige Enrico Fermi (1901-1954) zijn collega’s:
Als er buitenaardse wezen bestaan, waar zijn ze dan?
Hij redeneerde dat indien er inderdaad zo veel andere ontwikkelde levensvormen in ons heelal zouden bestaan, sommige van deze beschavingen naar alle waarschijnlijkheid verder ontwikkeld moesten zijn dan wij. Deze verder ontwikkelde levensvormen zouden dan ook het heelal onderzoeken of misschien het heelal zelfs verder bevolken. Door de tijd heen, laten we zeggen misschien een miljoen jaar, wat op de tijdschaal van het heelal hetzelfde is als een oogwenk, zouden ze de rest van het stelsel al hebben bereikt of waarschijnlijk al zelfduplicerende robots hebben gestuurd. Zeer zeker zouden ze bewoonbare planeten zoals de aarde als doel hebben.
In ons melkwegstelsel, dat ongeveer 12 miljard jaar oud zou kunnen zijn, is er geen spoor van een dergelijke bevolking, niet nu en ook niet in het verleden. De conclusie: ze zijn hier niet omdat ze niet bestaan.
☼ Bewijsstuk 4: Ontworpen om ontdekt te worden
Hebt u ooit naar de hemel gestaard op een heldere zomeravond? Is het niet verbazingwekkend om al die duizenden en duizenden sterren en ook de maan en onze naburige planeten te zien? Geeft het geen overweldigend gevoel en laat het u soms tegelijkertijd niet voelen hoe klein en onbetekenend wij zijn? Hebt u er ooit over nagedacht hoe verbazingwekkend het is dat we al deze sterren inderdaad kunnen zien? Als onze atmosfeer maar een klein beetje dikker zou zijn, dan zou de lucht eruitzien als nevel of als een mistbank. En als de aarde ergens anders in het melkwegstelsel geplaatst zou zijn, dan zouden we een heel ander ‘uitzicht’ hebben. In een ‘drukker’ gedeelte van het stelsel zouden we alleen maar een paar dichtstbijzijnde sterren kunnen zien. Die zouden namelijk zo veel licht geven dat we de zwakkere sterren niet zouden kunnen waarnemen. Als we ons verder aan de buitenkant van het sterrenstelsel zouden bevinden, dan zouden er te weinig sterren dichtbij zijn om überhaupt gezien te kunnen worden. In The Privileged Planet hebben Gonzales en Richards een aantal intrigerende waarnemingen gedaan die aantonen hoe uniek de aarde is gepositioneerd om het heelal te observeren. Zij redeneren dat de voorwaarden voor een optimale observatie gerelateerd zijn aan factoren die essentieel zijn om leven hier op aarde te laten bestaan. Laten we een paar van deze voorbeelden onderzoeken.
Een totale zonsverduistering

Eens in de zoveel jaar vindt een totale zonsverduistering plaats voor een beperkt gebied op aarde. Gedurende een perfecte of een totale zonsverduistering wordt het licht van de zon volledig geblokkeerd door de maan, die zich dan in een positie bevindt die precies ligt tussen de locatie op aarde waar de verduistering plaatsvindt en de zon. Wat de gebeurtenis ‘compleet’ maakt is het feit dat vanaf het punt waar de observeerder is, de maan de zon precies en volledig blokkeert. In het verleden zijn zonsverduisteringen niet alleen verbazingwekkend geweest om te observeren, maar hebben ze ook geresulteerd in belangrijke wetenschappelijke ontdekkingen die zonder een totale zonsverduistering niet mogelijk zouden zijn geweest.
In ons zonnestelsel met 9 (of 8) planeten en meer dan 63 manen is de aarde veruit de beste plaats waar iemand een totale zonsverduistering kan waarnemen. Dit is zo vanwege het zeer opmerkelijke ‘toeval’ dat de verhouding tussen de grootte van de zon en die van de maan hetzelfde is als de verhouding tussen de afstanden van de zon naar de aarde en de maan naar de aarde. De zon is 400 keer groter dan de maan en de zon is óók 400 keer verder verwijderd van de aarde dan de maan dat is. Als deze onderlinge verhoudingen ook maar enigszins anders waren geweest, zou de zonsverduistering slechts gedeeltelijk zijn geweest of zou de maan ook de lichtkrans van de zon hebben bedekt, wat een veel minder indrukwekkend en wetenschappelijk onthullend verschijnsel zou hebben veroorzaakt.
Gewoon toeval? Of ontwerp?
 
De helderheid van de atmosfeer van de aarde

Organismen die zuurstof inademen hebben een atmosfeer nodig met ongeveer 10 tot 20% zuurstof (de atmosfeer van de aarde is ongeveer 21% zuurstof, 78% stikstof en sporen van andere gassen). De atmosferische balans is cruciaal niet alleen om zuurstof te kunnen ademen maar ook als bescherming tegen ultraviolette zonnestralen en om extreme temperaturen tussen dag en nacht te kunnen voorkomen.
Deze delicate samenstelling van de atmosfeer is dan ‘toevallig’ ook nog helemaal transparant. Meer op koolstof gebaseerde gassen, zoals koolstofdioxide – dat door het plantenleven wordt ingeademd (minder dan 0,04% van onze atmosfeer), of meer waterdamp (normaal gesproken minder dan 1%, hoewel veel hoger op een regenachtige, vochtige, mistige dag in druilerig Nederland) zouden niet alleen de doorzichtigheid dramatisch verminderen, maar zouden ook broeikaseffecten veroorzaken.
Zichtbaar licht is een straling van een zekere golflengte. Voor het menselijk oog zijn alleen golflengten van ultraviolet tot rood licht (de bekende regenboog) te zien en deze golflengten variëren van ongeveer 4000 Angström tot 7000 Angström (1 Angström is 10-10 meter). ‘Toevalligerwijs’ is de atmosfeer van de aarde alleen doorzichtig voor straling (licht) die vanuit het heelal binnenkomt variërend van 3100 tot 9500 Angström (en radiogolven). Dus, het gebied van zichtbaar licht voor het menselijk oog ligt precies in het midden van de frequentieband waarvoor de atmosfeer doorzichtig is. Dit is ook het gebied waarin 40% van de energie van de zon wordt afgestraald.
In de woorden van Richards en Gonzales: ‘Het blijkt dat onze atmosfeer een bijna perfecte balans heeft gevonden, waarbij de meeste straling die we voor het leven kunnen gebruiken wordt doorgelaten, terwijl de meest dodelijke straling wordt tegengehouden.’
Evolutionisten zullen nu waarschijnlijk uit hun stoel springen en gretig zeggen: ‘Uiteraard, natuurlijk, we zijn onder deze omstandigheden op deze aarde geëvolueerd, dus is het duidelijk dat het menselijk oog evolueerde – door natuurlijke selectie – om precies in dit spectrum van licht in onze atmosfeer te functioneren.’ Maar dat klopt absoluut niet. Het proces van fotosynthese kan alleen plaatsvinden binnen golflengten (licht) die ruwweg in het zichtbare lichtgebied vallen. Met andere golflengten zal het gewoon niet gebeuren, moleculen kunnen geen straling opnemen van golflengten buiten het zichtbare licht.
Zoals de Duitse sterrenkundige Hans Blumenberg reeds in 1975 verklaarde:
 
De combinatie van het feit dat we leven op de aarde èn ook in staat zijn om sterren te zien – dat de voorwaarden die noodzakelijk zijn voor leven, de voorwaarden die nodig zijn om te zien niet uitsluiten en omgekeerd – is een merkwaardige onwaarschijnlijke omstandigheid. Dit is zo omdat het medium waarin we leven aan de ene kant precies dik genoeg is om ons in staat te stellen te ademen en om ons te beschermen zodat we niet zullen verbranden door kosmische stralingen, terwijl aan de andere kant het niet zo ondoorzichtig is dat het helemaal het licht van de sterren absorbeert en dat het elk zicht dat we van het heelal hebben blokkeert. Wat een delicate balans tussen het onontbeerlijke en het hoogverhevene.

De locatie van de aarde in het melkwegstelsel

De locatie van de aarde in het melkwegstelsel is nog een andere opvallende illustratie van hoe perfect de condities voor leven gelijk zijn met de optimale condities om onderzoek te doen.
Het melkwegstelsel – zoals andere stelsels – is overbevolkt. Het heeft meer dan 100 miljard sterren (sommigen schatten de hoeveelheid zelfs op 400 miljard). Het is schotelvormig in een relatief plat vlak met armvertakkingen (de zogenaamde spiral arms of spiraalarmen). Daarom wordt het melkwegstelsel een spiral galaxy (spiraalsterrenstelsel) genoemd. De meeste sterren bevinden zich in het centrum en de rest is verspreid over de spiraalarmen. Van bovenaf gezien zijn de spiraalarmen duidelijk te zien. Deze armen liggen over het algemeen in het platte vlak en dat zorgt ervoor dat wanneer we het melkwegstelsel van de zijkant bekijken het eruitziet als een plat bord (zie de foto’s).

Het melkwegstelsel – zoals elk ander sterrenstelsel – is geen prettige omgeving. Het leven in het centrum van het stelsel is onmogelijk door de concentratie van sterren, die tot voortdurende botsingen leidt (zoals het verkeer tijdens het spitsuur op een druk kruispunt). Ook is er de aanwezigheid van veel stervende sterren ( sterren die ‘super nova’ gaan of die dodelijke straling afgeven). Dezelfde problemen doen zich ook in de spiraalarmen voor. Als gevolg daarvan kunnen bewoonbare planeten in het melkwegstelsel alleen maar tussen de spiraalarmen bestaan. Aan de andere kant, om toegang te hebben tot de zwaardere elementen kan een dergelijke planeet zich ook niet aan het uiteinde van het stelsel bevinden. Ons zonnestelsel met onze aarde is gepositioneerd tussen twee spiraalarmen, halverwege tussen het centrum van het stelsel en de buitenkant – precies in het betrekkelijk minuscule gedeelte van het melkwegstelsel dat in de astrobiologie de Galactic Habitable Zone (‘galactisch bewoonbare zone’) wordt genoemd.
Dit is ‘toevallig’ ook de beste plaats voor observatie. Doordat we ons in de platte vlakte van het stelsel bevinden, geeft dit ons een geweldig uitzicht op de sterren die zich in de spiraalarmen rondom ons heen bevinden. In het verticale vlak kunnen we andere stelsels die ver weg zijn observeren zonder dat we daarbij worden gehinderd door het licht van de andere sterren in onze melkweg. Had het stelsel een andere vorm gehad, dan zou dit niet mogelijk zijn geweest. Als we ons in een van de spiraalarmen zelf zouden bevinden of mogelijk zelfs in het centrum van de melkweg, dan zou het licht van de dichterbij gelegen sterren ons verblinden, net zoals dat gebeurt met een tegemoetkomende auto met groot licht. Dat zou het onmogelijk maken om zwakkere sterren, die verder weg gelegen zijn, te zien.
Nogmaals: de plaats in het heelal die het beste geschikt is voor observaties, is tevens de enige plaats in het heelal waar een observator kan leven. Het heelal is niet alleen ontworpen om leven te ondersteunen, maar ook om ontdekt te worden. Zoals koning David drieduizend jaar geleden schreef:
‘De hemelen vertellen Gods eer, en het uitspansel verkondigt het werk zijner handen.’
(Psalm 19:2)
Het melkwegstelsel. Op de linker foto (gemaakt door een tekenaar) kijkt men neer op het melkwegstelsel vanaf een positie van buiten het stelsel zelf. De rechter foto (een originele foto genomen door het ruimtevaartschip COBE) laat een zijkant van het platte vlak zien.
Windmill Ministries
Terug naar de inhoud | Terug naar het hoofdmenu