4.2 Profetieen over Jezus' Geboorte, Leven en Dood - Gefundeerd Geloof

Ga naar de inhoud

Hoofdmenu:

Is Jezus God? > Messiaanse Profetieen
Profetieen over Jezus' Geboorte, Leven en Dood

Profetie

Vervulling

Jesaja 7:14: “Daarom zal de Heere Zelf ulieden een teken geven; ziet, een maagd zal zwanger worden, en zij zal een Zoon baren, en Zijn naam IMMANUEL heten.”

Matthëus 1:18,24,25: “…werd zij zwanger bevonden uit den Heiligen Geest …. Jozef dan ….. En bekende haar niet, totdat zij dezen haar eerstgeboren Zoon gebaard had; en heette Zijn naam JEZUS.”

Lucas 1:26-35: “En in de zesde maand werd de engel Gabriel van God gezonden naar een stad in Galilea, genaamd Nazareth; Tot een maagd, die ondertrouwd was met een man, wiens naam was Jozef, uit den huize Davids; en de naam der maagd was Maria. En de engel tot haar ingekomen zijnde, zeide, ... Vrees niet, Maria, want gij hebt genade bij God gevonden. En zie, gij zult bevrucht worden, en een Zoon baren, en zult Zijn naam heten JEZUS… De Heilige Geest zal over u komen, en de kracht des Allerhoogsten zal u overschaduwen; daarom ook, dat Heilige, Dat uit u geboren zal worden, zal Gods Zoon genaamd worden.”

Geboren uit een Maagd
               
Sommigen geloven dat Jesaja slechts refereerde aan een lokale situatie van een jonge vrouw, die nog maagd was, die spoedig zou trouwen en dan daarna een kind zou baren. Dit zou de profetie vervullen. Anderen geloven dat de profetie exclusief Messiaans is en dat ze voorzegt dat Maria, terwijl ze nog maagd was, de moeder van Christus zou worden zoals dit expliciet door Matteüs is beschreven. Weer anderen geloven in een dubbele vervulling van de profetie; dat wil zeggen dat ze zowel de geboorte van het kind – zoals beschreven in Jesaja 8 – voorzegt, als de geboorte van Christus. Veel van de profetieën hadden twee vervullingen: één zeer spoedig en een andere veel later.
Aanvullende bevestiging voor de Messiaanse interpretatie van deze bekende profetie is de vroegchristelijke overlevering, de opbouw in de voorafgaande verzen en de parallellen tussen Jesaja 7 en 9. Verdere ondersteuning voor deze conclusie is de naam ‘Immanuël’, hetgeen ‘God met ons’ betekent. Omdat Jezus God is, is dat gedeelte van Jesaja’s profetie zeer letterlijk vervuld.
Ten slotte moet worden opgemerkt dat dit vers door vroege Joodse commentaren niet als Messiaans werd geïdentificeerd.
De geslachtslijn van Jezus

De afstamming van de Messias wordt door de elkaar opvolgende profetieën steeds specifieker. Doordat Abraham zijn voorvader is, is de Messias een Jood. Maar Hij is ook de zoon van Isaak, de zoon van Jakob, uit de stam van Juda (een van de twaalf zonen van Jakob), uit de lijn van Isaï (de vader van David) en uit het huis van David (de jongste van de acht zonen van Isaï).

Alle hierboven genoemde passages worden alom geaccepteerd als verwijzingen naar de voorvaders van de Messias. Zelfs de vroege Joodse rabbijnse teksten bevestigen dit. Zo vermelden de Joodse teksten bijvoorbeeld over Jeremia 23:5 – ‘het woord des Heren, dat Ik aan David een rechtvaardige Spruit zal verwekken’ – dat hiervan een van de namen van de Messias is afgeleid: ‘Jehovah onze Gerechtigheid.[i] Door de gehele Joodse Talmoed heen vinden we verwijzingen naar de ‘Zoon van David’ als de Messias.

Ten slotte lezen we in het Nieuwe Testament een reden waarom de Joden Jezus als de Messias afwijzen: ‘Anderen zeiden: Deze is de Christus; weer anderen zeiden: De Christus komt toch niet uit Galilea? Zegt de Schrift niet, dat de Christus komt uit het geslacht van David en van het dorp Betlehem, waar David was?’ (Johannes 7:41-42). Hun uitspraak bevestigt dat de Joden de profetieën over de afkomst van de Messias en zijn geboorteplaats (zie hieronder) kenden.

Profetie

Vervulling

Zaad van Abraham

Genesis 22:18: “En in uw zaad zullen gezegend worden alle volken der aarde, naardien gij Mijn stem gehoorzaam geweest zijt.”

Matthëus 1:1: “Het boek des geslachts van JEZUS CHRISTUS, den Zoon van David, den zoon van Abraham.”

Zoon van Isak

Genesis 21:12: “Maar God zeide tot Abraham: … want in Izak zal uw zaad genoemd worden.”

Lucas 3:23-34: “JEZUS,…. De zoon van Izak.”

Zie ook Matthëus 1:2

Zoon van Jakob

Numeri 24:17: “Ik zal hem zien, maar nu niet; ik aanschouw Hem, maar niet nabij. Er zal een ster voortkomen uit Jakob, en er zal een scepter uit Israël opkomen; die zal de palen der Moabieten verslaan, en zal al de kinderen van Seth verstoren.”

Lucas 3:23-34: “JEZUS,…. De zoon van Jakob.”

 

 

Zie ook Matthëus 1:2

Stam van Juda

Genesis 49:10: “De scepter zal van Juda niet wijken, noch de wetgever van tussen zijn voeten, totdat Silo komt, en Denzelven zullen de volken gehoorzaam zijn.”

Lucas 3:23-34: “JEZUS,…. De zoon van Juda.”

Zie ook Matthëus 1:2

Lijn van Isai

Jesaja 11:1: “Want er zal een Rijsje voortkomen uit den afgehouwen tronk van Isai, en een Scheut uit zijn wortelen zal Vrucht voortbrengen.”

Lucas 3:23-34: “JEZUS,…. De zoon van Jesse [Isai].”

See also Matthëus 1:6

Huis van David

Jeremia 23:5: “Ziet, de dagen komen, spreekt de HEERE, dat Ik aan David een rechtvaardige Spruit zal verwekken; Die zal Koning zijnde regeren, en voorspoedig zijn, en recht en gerechtigheid doen op de aarde.

Lucas 3:23-34: “JEZUS,…. De zoon van David.”

 

Zie ook Matthëus 1:1 en vele andere verwijzingen.

Profetie

Vervulling

Micha 5:1: “En gij, Bethlehem Efratha! zijt gij klein om te wezen onder de duizenden van Juda? Uit u zal Mij voortkomen, Die een Heerser zal zijn in Israel, en Wiens uitgangen zijn van ouds, van de dagen der eeuwigheid.

Matthëus 2:1: “Toen nu Jezus geboren was te Bethlehem, gelegen in Judea”

 

Zie ook Matthëus 2:4, Lucas 2:4-7, Johannes 7:42.

Geboren in Betlehem

Micha, een profeet uit de zevende eeuw v.Chr., voorzei dat de Messias in Betlehem geboren zou worden. Dit kleine dorp was op een unieke manier met David verbonden omdat het zowel zijn geboorteplaats als het huis van zijn vader Isaï was (1 Samuël 16:1: ‘De Here zeide tot Samuël: (…) Ik zend u naar de Betlehemiet Isaï, want onder zijn zonen heb Ik Mij een koning uitgezocht’). De geboorteplaats van de Messias zou een nederige plek zijn, een dorpje dat vergeten is door de rijken en de machtigen. Betlehem was, en is nog steeds, een onbelangrijk dorp, dat zelfs moeilijk te vinden is op de kaart.
Er kan echter geen twijfel over bestaan dat de rabbijnse autoriteiten in de tijd van Jezus begrepen hadden dat Betlehem de plaats was waar de Messias zou worden geboren. We zagen dit al in Johannes 7:41-42, en het wordt ook bevestigd in Matteüs 2:4-5, toen ‘de wijzen uit het Oosten’ koning Herodes bezochten terwijl ze op weg waren om Jezus op te zoeken: ‘En hij [Herodes] liet al de overpriesters en schriftgeleerden van het volk vergaderen en trachtte van hen te vernemen, waar de Christus geboren zou worden. Zij zeiden tot hem: Te Betlehem in Judea, want aldus staat geschreven door de profeet(…).’ De rabbijnse overleveringen, zowel mondeling als schriftelijk overgedragen, bevestigen het Messiaanse karakter van Micha’s profetie.
Voorafgegaan door een boodschapper

Alle vier evangeliën identificeren deze passage van Jesaja als een verwijzing naar Johannes de Doper als de boodschapper van Christus, en ook in rabbijnse Joodse bronnen wordt ze als Messiaans beschouwd.

Profetie

Vervulling

Jesaja 40:3: “Een stem des roependen in de woestijn: Bereidt den weg des HEEREN, maakt recht in de wildernis een baan voor onzen God!”

Maleachi 3:1: “Ziet, Ik zende Mijn engel, die voor Mijn aangezicht den weg bereiden zal; en snellijk zal tot Zijn tempel komen die Heere, Dien gijlieden zoekt, te weten de Engel des verbonds, aan Denwelken gij lust hebt; ziet, Hij komt, zegt de HEERE der heirscharen.”

Matthëus 3:1,2: “En in die dagen kwam Johannes de Doper, predikende in de woestijn van Judea, En zeggende: Bekeert u; want het Koninkrijk der hemelen is nabij gekomen.”

Zie ook Johannes 1:23 en Lucas 1:76-79 en Marcus 1:1-4.

Profetie

Vervulling

Zacharia 9:9: “Verheug u zeer, gij dochter Sions! juich, gij dochter Jeruzalems! Ziet, uw Koning zal u komen, rechtvaardig, en Hij is een Heiland; arm, en rijdende op een ezel, en op een veulen, een jong der ezelinnen.”

Lucas 19:29-37: “dat Hij[Jezus] twee van Zijn discipelen uitzond, Zeggende: Gaat henen in dat vlek, dat tegenover is; in hetwelk inkomende, zult gij een veulen gebonden vinden, waarop geen mens ooit heeft gezeten; ontbindt hetzelve, en brengt het….En zij brachten hetzelve tot Jezus. En hun klederen op het veulen geworpen hebbende, zetten zij Jezus daarop. En als Hij voort reisde, spreidden zij hun klederen onder Hem op den weg.”

Ook Matthëus 21:1-11, Marcus 11:1-11, Johannes 12:12-19.

Jerusalem binnenrijdend op een ezel

Dit is de enige in de evangeliën vermelde Messiaanse profetie die opzettelijk door Jezus is vervuld. Deze vervulling is verbonden met de enige gebeurtenis waarbij Jezus Zichzelf opzettelijk in het middelpunt heeft geplaatst, op de dag die we nu kennen als palmzondag. Diverse Joodse bronnen bevestigen de erkenning van deze tekst als Messiaans in de tijd van Jezus.
Verraden voor dertig zilverstukken

Dertig zilverlingen of zilverstukken was de prijs die volgens de Wet van Mozes als compensatie betaald moest worden indien een slaaf door een os verwond werd (Exodus 21:32). Een Joods rabbijns geschrift erkent dit als Messiaans. Velen betwijfelen echter of dit inderdaad refereert aan Judas of dat het wellicht uit het verband is getrokken. Alle synoptische evangeliën vermelden dat Judas geld ontving, maar alleen Matteüs vertelt dat dit dertig zilverstukken was.

Profetie

Vervulling

Zacharia 11:12: “Want ik had tot henlieden gezegd: Indien het goed is in uw ogen, brengt mijn loon, en zo niet, laat het na. En zij hebben mijn loon gewogen, dertig zilverlingen.

Matthëus 26:15: “Wat wilt gij mij geven, en ik zal Hem u overleveren? En zij hebben hem toegelegd dertig zilveren penningen.”

Ook Marcus 14:10-11 en Lucas 22:3-6.

Profetie

Vervulling

Psalm 69:22: “zij hebben mij gal tot mijn spijs gegeven; en in mijn dorst hebben zij mij edik te drinken gegeven.”

Johannes 19:28: “Hierna Jezus… zeide: Mij dorst.”

Matthëus 27:34: “Gaven zij Hem te drinken edik met gal gemengd; en als Hij dien gesmaakt had, wilde Hij niet drinken.”

 Ook Johannes 19:28-29, Marcus 15:23, Lucas 23:36.

Dorst hebben, gal en azijn worden aangeboden

De details van de gal en de azijn (edik) die Jezus aan het kruis worden aangeboden worden in alle vier evangeliën vermeld. Dit is precies zo beschreven in de passage van de psalm. De vroege Joodse bronnen echter herkenden, begrijpelijkerwijze, niet dat dit vers over de Messias sprak.
Beenderen niet gebroken

Net als de voorgaande profetie werd deze passage niet als Messiaans herkend door de Joodse commentatoren in de generatie van Jezus. De exacte details zijn echter indrukwekkend. Jezus’ beenderen (benen), bijvoorbeeld, werden niet gebroken, hoewel de benen van de misdadigers die naast Hem gekruisigd werden, wel door de Romeinen gebroken werden (verbrijzeld met een stomp, zwaar voorwerp) om hun dood te versnellen. Jezus, als het perfecte Paaslam, moest voldoen aan alle voorwaarden voor een offerlam zoals omschreven in de Wet van Mozes. Daarom moest hij lichamelijk ongeschonden zijn, zonder enig gebrek.

Profetie

Vervulling

Psalm 34:20-21: “Vele zijn de tegenspoeden des rechtvaardigen; maar uit alle die redt hem de HEERE. Hij bewaart al zijn beenderen; niet een van die wordt gebroken.”

Johannes 19:33: “Maar komende tot Jezus, als zij zagen, dat Hij nu gestorven was, zo braken zij Zijn benen niet.”

 

Profetie

Vervulling

Zacharia 12:10: “…en zij zullen Mij aanschouwen, Dien zij doorstoken hebben...”

Johannes 19:34: “Maar een der krijgsknechten doorstak Zijn zijde met een speer.”

Zijn zijde doorstoken

De Romeinse soldaat stak een speer in Jezus’ zij om zich ervan te vergewissen dat Hij inderdaad dood was.
Windmill Ministries
Terug naar de inhoud | Terug naar het hoofdmenu