1 Is de Bijbel betrouwbaar? - Gefundeerd Geloof

Ga naar de inhoud

Hoofdmenu:

Is de Bijbel waar?
1. Hoe weten we of de Bijbel betrouwbaar is?
‘Want voor alle dingen heb ik u overgegeven, hetgeen ik zelf ontvangen heb: Christus is gestorven voor onze zonden, naar de Schriften, en Hij is begraven en ten derden dage opgewekt, naar de Schriften.’
(1 Korintiërs 15:3-4)
Wat is de Bijbel?

Wanneer we geloven dat God, onze Schepper, inderdaad bestaat, dan is het alleen maar logisch om te verwachten dat Hij met zijn schepping wil communiceren. Daarom is het redelijk om aan te nemen dat God – óf in eigen persoon, óf door middel van openbaringen, óf beide – Zich aan de mensheid heeft geopenbaard. In deze sectie zullen we onderzoeken of de Bijbel deze openbaring is.
Het woord Bijbel is afgeleid van het Griekse βιβλίos of βιβλία (biblios of biblia) wat boek of boeken betekent. De Bijbel is niet één enkel boek, maar een collectie van diverse werken die gedurende een lange tijdsperiode zijn geschreven en allemaal worden beschouwd als Gods openbaring aan de mensheid.
De drie belangrijkste monotheïstische (ééngodendom) godsdiensten zijn het christendom, de islam en het jodendom. Verrassend genoeg accepteren deze drie godsdiensten allemaal geheel of gedeeltelijk de Bijbel als ware openbaring. Het jodendom wijst echter het Nieuwe Testament af en de islam beweert dat de Bijbel door zowel de christenen als de joden in de loop van de tijd is vervalst. De Koran heeft daarom aanvullende openbaringen (via de profeet Mohammed) toegevoegd om deze fouten te corrigeren. Toch accepteert de islam de meeste Bijbelverhalen (met sommige veranderingen) als het Woord van God.
De Bijbel is verreweg het meest gekopieerde, gepubliceerde en bestudeerde document dat ooit heeft bestaan. Volgens Barna Research Group heeft meer dan 90% van de Amerikaanse huishoudens op zijn minst één bijbel, alhoewel slechts 31% deze regelmatig leest. Wereldwijd gezien is de Bijbel vertaald in meer dan 2000 talen en men schat dat het aantal gedistribueerde exemplaren wel 2 miljard stuks bedraagt.
De Bijbel bestaat uit twee delen: het Oude Testament (OT) en het Nieuwe Testament (NT). Alle boeken in het Oude Testament zijn ver vóór de geboorte van Jezus van Nazaret geschreven en worden als gezaghebbend erkend door zowel het jodendom als het christendom. Het Nieuwe Testament, geschreven ná het leven van Christus, is slechts onderdeel van de christelijke Bijbel en wordt niet door het jodendom erkend.
De protestantse Bijbel heeft 66 afzonderlijke boeken: 39 boeken in het Oude Testament en 27 boeken in het Nieuwe Testament. Deze boeken zijn door 40 schrijvers (sommigen geven 44 aan) over een tijdsperiode van 1500 jaar, in 3 talen (Hebreeuws, Aramees en Grieks) en vanuit 3 verschillende continenten geschreven.
Elk Bijbelboek is onderverdeeld in hoofdstukken en verzen. De huidige protestantse Bijbel heeft een totaal van 1189 hoofdstukken en 31.102 verzen. De originele tekst had geen onderverdelingen; deze zijn later toegevoegd om het bestuderen te vereenvoudigen. Sommige keuzes lijken wat willekeurig en de hoofdstukken lijken niet altijd samen te vallen met een natuurlijke onderbreking in de Bijbelteksten. Het onderverdelen in hoofdstukken is in het jaar 1228 door de Engelse predikant Stephen Langton gedaan. Het Oude Testament is in 1448 in verzen onderverdeeld en het Nieuwe Testament in 1551. De volledige Bijbel zoals we die nu kennen (onderverdeeld in hoofdstukken en verzen) verscheen voor het eerst in de Geneefse Bijbel in het jaar 1560.
Het Oude Testament

Het protestantse Oude Testament en de Hebreeuwse Bijbel van het jodendom hebben dezelfde boeken en teksten, maar zijn verschillend geordend. De Joodse Bijbeltekst telt vierentwintig in plaats van negenendertig  boeken en deze worden in een andere volgorde gepresenteerd. De Hebreeuwse Bijbel wordt de Tenach genoemd. De eerste vijf boeken (Genesis, Exodus, Leviticus, Numeri en Deuteronomium) worden traditioneel met Mozes in verband gebracht en er wordt naar verwezen als de Wet of de Thora (jodendom) of de Pentateuch (afgeleid van het Griekse woord penta, dat vijf betekent).

De Rooms-Katholieke Kerk heeft aan het Oude Testament enkele boeken toegevoegd die onbekend zijn in het protestantse Oude Testament. Deze boeken, ook wel genoemd de apocriefe boeken of de apocriefen (letterlijk ‘verborgen’ of ‘verzwegen’) of deuterocanonieke boeken (wat wil zeggen: in tweede instantie aan de canon toegevoegd), worden niet door alle christenen als onderdeel van de Bijbeltekst gezien (we komen hier later op terug).

Wanneer de Bijbel verwijst naar de ‘Heilige Schrift’ is dat altijd alleen het Oude Testament; het Nieuwe Testament was toen nog niet compleet en beschikbaar.
Traditioneel worden de boeken van het Oude Testament onderverdeeld in vijf hoofdgroepen:

De Thora. De eerste vijf boeken, toegeschreven aan Mozes, beschrijven de schepping van de aarde, Adam en Eva, Noach en de zondvloed, Abraham en de stamvaders, Jozef en de verhuizing naar Egypte, Mozes en de uittocht uit Egypte en het veertig jaar ronddwalen door de woestijn. In Exodus ontvangt Mozes de Tien Geboden. Het boek Leviticus beschrijft (tot in detail) Gods instructies voor aanbidding, offergaven en hoe een heilig leven moet worden geleid. Orthodoxe joden zien nog steeds de Thora als de belangrijkste Bijbelteksten en pogen deze instructies tot op de letter nauwkeurig te volgen.
Geschiedenis. De volgende twaalf boeken, Jozua tot en met Ester, beschrijven duizend jaar geschiedenis (ruwweg van 1400 v.Chr. tot 400 v.Chr.): de veldtocht om het Beloofde Land te veroveren; de tijd van de Richteren; de koninkrijken van Saul, David en Salomo; de verdeelde koninkrijken van het Noorden (Israël) en het Zuiden (Juda), de overheersingen door de Syriërs en de Babyloniërs; de verbanning naar Babylon en ten slotte de terugkeer naar Judea/Jeruzalem.
Wijsheid en gedichten. De tijdloze principes uit de volgende vijf boeken, Job tot en met Hooglied, laten zien hoe we succes en zegeningen kunnen ervaren ongeacht de politieke en religieuze omstandigheden waar een persoon in wordt geboren. Deze boeken worden ook wel dichterlijke boeken (megilloth) genoemd, omdat ze grotendeels als gedichten zijn geschreven, vooral de boeken Psalmen en Spreuken.
De grote profeten. De vier profeten Jesaja, Jeremia (die ook het boek Klaagliederen schreef), Ezechiël en Daniël worden ‘groot’ genoemd vanwege de omvang van hun profetische boeken. Jesaja riep Juda op om tot inkeer te komen, waardoor het oordeel van God honderddertig jaar opgeschort werd. Daniël en Jesaja hebben veel profetieën over Jezus beschreven.
De kleine profeten. De laatste twaalf profeten, Hosea tot en met Maleachi, worden ‘klein’ genoemd omdat hun boeken kort zijn. Deze profeten werden, gedurende strategische tijden in de geschiedenis van Israël, door God geroepen om de mensen tot Hem te laten terugkeren. Hoewel de boodschap van deze boeken voornamelijk bestemd is voor de mensen aan wie ze zijn geschreven, zijn er ook voor ons veel zegeningen in te vinden.
Het Nieuwe Testament

De zevenentwintig boeken van het Nieuwe Testament zijn allemaal geschreven in alledaags Grieks (koine-Grieks). Drie van de acht schrijvers (Mattëus, Johannes en Petrus) hoorden bij de eerste discipelen en ooggetuigen van Jezus van Nazaret. Paulus, de schrijver van dertien (sommigen suggereren veertien) van de boeken van het Nieuwe Testament was geen persoonlijke discipel, maar had na Jezus’ opstanding een bijzondere ontmoeting met Hem. Ook had Paulus talrijke bijeenkomsten met de eerste discipelen.
De boeken van het Nieuwe Testament beslaan een periode van iets minder dan honderd jaar, vanaf de geboorte van Jezus Christus tot en met Johannes’ visioen over de wederkomst van Jezus in het boek Openbaring. De meeste nadruk – vanuit het oogpunt van geschiedenis – ligt op de driejarige evangeliebediening van Jezus, die zich uitstrekte van de jaren 30-33 n.Chr..
De boeken van het Nieuwe Testament kunnen worden verdeeld in vijf groepen:

De evangeliën. Het Nieuwe Testament begint met vier overzichten (boeken) over het leven en de lessen van Jezus, die de evangeliën worden genoemd. Het meeste van wat we over het leven van Jezus van Nazaret weten komt uit deze vier boeken. Dat is de reden dat we de achtergrond, de datering, het auteurschap en de betrouwbaarheid van deze boeken tot in detail zullen onderzoeken. Elk boek omschrijft het leven, de evangeliebediening, de dood en de opstanding van Jezus van Nazaret. Sommige gebeurtenissen staan in alle vier boeken vermeld, maar elke biografie belicht Jezus’ optreden vanuit een andere gezichtshoek. De verschillen worden bepaald door de bedoeling van de schrijver en de mensen voor wie hij schreef. De vier evangeliën geven ons een veelomvattend, rijkgeschakeerd beeld van Jezus van Nazaret ofwel Jezus Christus.
Kerkgeschiedenis. De achtentwintig hoofdstukken van het boek Handelingen beschrijven o.a. de geboorte van de kerk (na de opstanding van Jezus), het introduceren van het geloof aan de niet-Joodse gelovigen, en de verspreiding van het nieuwe geloof (door de inspanningen van Paulus) over het Romeinse Rijk. 
De brieven van Paulus. Bijna de helft van de boeken in het Nieuwe Testament zijn de dertien brieven van Paulus. Deze werden door hem geschreven in de periode tussen 49-62 n.Chr.; sommige aan gemeenten die hij stichtte, andere aan individuele personen, terwijl weer andere brieven een speciale boodschap bevatten voor de algemene lezer. Paulus, die in een van zijn brieven naar zichzelf verwijst als ‘een ontijdig geborene’ (1 Korintiërs 15:8), was de onverschrokken zendeling van de vroege kerk die meer heeft gedaan om het christendom te verspreiden dan welke andere man ook die in de Bijbel staat vermeld. Zijn spectaculaire bekering is een klassiek getuigenis van de kracht van Jezus Christus om levens te veranderen, want hij veranderde van een fanatieke christenvervolger in een dienstbare Christus-verdediger. Zijn brieven – die historisch geplaatst kunnen worden aan de hand van gebeurtenissen die in het boek van Handelingen zijn beschreven – geven fundamentele antwoorden op vragen en oplossingen voor problemen die men in de vroege christelijke gemeenten had. Bijna elke menselijke nood wordt besproken.
De algemene brieven. In deze verzameling brieven, geschreven vanwege een speciale nood of aan een groep die niet door Paulus kon worden bereikt, worden algemene waarheden behandeld, waaraan Gods volk in elk tijdperk behoefte heeft. De schrijvers zijn o.a. Jakobus en Judas (die beiden halfbroers van Jezus waren) en ook de apostelen Petrus en Johannes.
Profetie. In het laatste boek, Openbaring of ook wel Apocalyps genoemd, wordt het komende oordeel van Christus voorzegd.                       
Oorspronkelijke tekst tegenover vertalingen

Later zullen we indrukwekkende bewijzen bespreken waarmee we het zorgvuldig bewaren van de originele Bijbelteksten kunnen aantonen, alsmede de historische betrouwbaarheid van de boeken en de integriteit van de getuigenis van de schrijvers, maar dat geldt alleen voor de oorspronkelijke tekst.
Er zijn de afgelopen jaren veel vertalingen gemaakt. In de begintijd van het christendom werd het Hebreeuwse Oude Testament gewoonlijk in een Griekse vertaling gelezen. Naarmate de kerk groeide, nam ook de noodzaak voor vertalingen toe, waardoor de gewijde tekst zowel in wijdverspreide talen alsook in lokale dialecten verscheen. Al snel werd de Bijbel vertaald in het Latijn (de taal van het Romeinse Rijk), Syrisch (een oosterse Aramese taal), Koptisch (Egyptische taal geschreven met Griekse lettertekens) en Arabisch. Helaas waren vertalingen niet altijd nauwkeurig en werden er fouten gemaakt. Om deze reden – en ook omdat men niet wilde dat ‘gewone’ mensen de Bijbel konden lezen – verbood de (Rooms) Katholieke Kerk alle verdere vertalingen en werd alleen een speciale Latijnse tekst gebruikt, de Vulgaat, die rond het jaar 400 n.Chr. was vertaald vanuit het Grieks. Rond het jaar 1380 werden de eerste Engelse vertalingen gemaakt door John Wycliffe. In het jaar 1455 werd de drukpers uitgevonden (Gutenburg) en de mogelijkheid voor massaproductie zorgde ervoor dat nog meer vertalingen in het Engels en ook in andere talen sneller beschikbaar kwamen.
De Delftse Bijbel wordt in het algemeen beschouwd als de eerste gedrukte Nederlandstalige Bijbel, hoewel hij uitsluitend het Oude Testament (zonder het boek Psalmen) omvat. De vertaling stamt uit omstreeks 1360. De Delftse Bijbel werd in 1477 gedrukt. De eerste volledige Nederlandstalige Bijbel is de vertaling van Jacob van Liesvelt uit 1526. Deze vertaling gebruikte de Latijnse Vulgaat als basis voor het Oude Testament en de Duitse tekst van Maarten Luther als basis voor het Nieuwe Testament.
De Statenvertaling van 1637 is nog steeds de meest gebruikte vertaling in de meer conservatieve reformatorische gemeenten. De naam Statenvertaling is ingeburgerd omdat de opdracht tot deze vertaling indertijd door de Staten-Generaal werd gegeven. De tekst werd rechtstreeks vertaald uit de brontalen: Hebreeuws voor het Oude Testament en Grieks voor het Nieuwe Testament. Veel protestantse groepen gebruiken de NBG-vertaling van 1951 (een vertaling van het Nederlands Bijbelgenootschap).
De Goed Nieuws Bijbel (1983, herzien in 1996) en Het Boek (1992, herzien in 2008) zijn nogal vrije weergaven van de Bijbel. In deze vertalingen staat de leesbaarheid voorop, waardoor de nauwkeurigheid van de vertaling soms in het gedrang komt.
De Nieuwe Bijbelvertaling (NBV, 2004) ten slotte is een oecumenische vertaling (van de Rooms-Katholieke Kerk en protestante groepen) vanuit de grondtalen.
Bijbelvertalingen worden meestal gegroepeerd in drie hoofdcategorieën:

Idolekte (ofwel letterlijke) vertalingen. Hierin wordt de oorspronkelijke tekst woord voor woord vertaald in zo veel mogelijk gelijkwaardige woorden. Naar een dergelijke vertaling wordt soms ook verwezen als de interlineaire vertaling waarin de vertaalde woorden naast het originele Hebreeuws en Grieks wordt gezet. Alhoewel deze zonder enige twijfel de meest accurate vertalingen zijn, zijn ze moeilijk te lezen omdat de volgorde van de woorden in de zinnen corresponderen met het originele Hebreeuws en Grieks, dat totaal anders is dan een moderne westerse taal. De engelstalige New American Standard Bible (NASB, 1971) en de English Standard Version (ESV, 2001) zijn goede voorbeelden van letterlijke vertalingen. Goede Nederlandstalige Bijbels in deze categorie zijn de Naardense Bijbel (2004) en de Studiebijbel van het Centrum voor Bijbelonderzoek.
Dynamisch equivalante vertalingen. Deze vertalingen doen een poging om zo letterlijk mogelijk te zijn, maar hervormen de zinnen en grammatica van de originele talen in de doeltaal. Ze doen een poging om de gedachte en de intentie van wat de schrijver wilde zeggen te bevatten en weer te geven. Met als gevolg dat ze gemakkelijker in de doeltaal te lezen zijn, maar ze hebben een hogere graad van subjectieve uitleg dan de letterlijke vertalingen. In deze groep zijn de King James (KJV, 1611), de New King James (KJV, 1982), en de New International Version (NIV, 1978) begrepen. De Nederlandse Statenvertaling en NBG-vertaling vallen ook in deze categorie.
Parafrasische (ofwel hedendaagse taal) vertalingen. Deze vertalingen verwoorden de gedachten en de intenties van de oorspronkelijke teksten naar een hedendaagse versie van de doeltaal. Het resultaat is gemakkelijk te lezen, maar de tekst is voor een groot deel een subjectieve interpretatie en verwoording van de vertaler. Deze versies, zoals de bekende The Message (1993) en de New Living Translation (1996), en de Nederlandse Goed Nieuws Bijbel en Het Boek, kunnen bijvoorbeeld als aanvullend leesmateriaal gebruikt worden, maar de lezer moet zich ervan bewust zijn dat deze teksten behoorlijk kunnen afwijken van de oorspronkelijke Bijbelteksten.

Elke vertaling is onderhevig aan subjectieve interpretatie. Waarom? Een taal vertalen gaat niet woord voor woord. Dat wil zeggen dat er niet voor elk woord een precies bijpassend woord in een andere taal is. Ook zijn sommige brontalen rijker in hun uitdrukking dan de doeltaal (zoals het Grieks) of kleiner in hun woordenschat (zoals het Hebreeuws). Een vertaler moet de originele opvatting begrijpen en een gelijkwaardige verwoording vinden en dit maakt het resultaat afhankelijk van het vooroordeel van de vertaler. Het komt uiteindelijk hierop neer: vertalingen kunnen onderling verschillen en er kunnen fouten ontstaan. Wanneer vertalingen grote verschillen vertonen, zal onderzoek in de oorspronkelijke talen noodzakelijk zijn om de juiste betekenis te kunnen vinden.
Om de dingen nog wat ingewikkelder te maken: een beperkt aantal verzen in het Nieuwe Testament wordt niet door alle oude, nog bestaande documenten ondersteund; dit dwingt vertalers ertoe om te besluiten welke verzen ze zullen opnemen. De meeste vertalers zijn voorzichtig opdat ze geen fouten begaan en zullen voor elk vers dat niet is ondersteund door de overgrote meerderheid van de manuscripten een opmerking voor de lezer toevoegen.
Bijbelgeleerden en de Schrift

Voordat we in de bewijsstukken duiken is dit een goed moment om even stil te staan bij de vraag hoe Bijbelgeleerden in de afgelopen paar eeuwen en ook vandaag de dag de Schrift benaderden en benaderen.
Een groot aantal van de erkende Bijbelgeleerden zijn geen (hoe verrassend dat ook mag zijn) gelovige christenen. Velen nemen aan dat de bovennatuurlijke gebeurtenissen die in de Bijbel worden genoemd niet waar kunnen zijn en dat daarom deze documenten niet betrouwbaar zijn. Dit heeft niet alleen betrekking op vastgelegde en later vervulde profetieën (voorzeggingen) maar ook op de wonderen en met name op de opstanding van Jezus. De algemene benadering van deze kritische Bijbelgeleerden is de verklaring dat wonderen slechts legenden zijn en dat het schrijven van een profetie pas na de gebeurtenis zelf kan worden gedateerd. De onderliggende gedachte is dat ‘elk Bijbelverhaal/Bijbelboek onwaar is, tenzij het tegenovergestelde steeds opnieuw kan worden bewezen’.
Net zoals evolutionaire wetenschappers het bewijs voor een intelligente Schepper afwijzen, zo wijzen ook ongelovige, vrijzinnige Bijbelgeleerden de bewijzen voor bovennatuurlijke gebeurtenissen en profetieën af. Dit is de voornaamste reden dat velen van deze Bijbelgeleerden het auteurschap en de datering van de samenstelling van de Pentateuch (de eerste vijf boeken van de Bijbel), alsmede van de boeken Jozua, Jesaja en Daniël uit het Oude Testament verwerpen. Deze boeken bevatten namelijk belangrijke openbaringen (Pentateuch en Jozua) en profetieën (Jesaja en Daniël) en daarom zullen we de bewijzen voor hun geschiedkundige betrouwbaarheid in de volgende hoofdstukken bespreken.
De niet-christelijke wereldbeschouwing drijft veel Bijbelgeleerden ertoe om over het Nieuwe Testament te beweren dat:
• geen van de evangeliën door een ooggetuige werd geschreven;
• alle evangeliën van 70 n.Chr. of zelfs van veel latere datum zijn;
• alle beschreven wonderen slechts legenden zijn;
• de opstanding nooit heeft plaatsgevonden.
De meeste moderne geleerden die zich op het Nieuwe Testament richten, volgen de zogenaamde ‘derde speurtocht naar de historische Jezus’ en benadrukken het plaatsen van Jezus tegen de achtergrond van zijn eigen tijd en vooral met betrekking tot de Joodse achtergrond en de betekenis daarvan voor zijn leven en leerstellingen. Deze derde speurtocht, die door met name niet-christelijke Bijbelgeleerden wordt gevoed, is eigenlijk een heel positieve ontwikkeling. Veel gedeelten van de evangeliën worden nu ‘historisch betrouwbaar’ verklaard doordat ze in overeenstemming zijn met wat we (via andere bronnen) weten over Palestina in de eerste eeuw. Maar toch worden de beschrijvingen van bovennatuurlijke gebeurtenissen (zoals het lopen op water en het bedaren van een storm), de aanspraken op de goddelijkheid van Jezus en zijn opstanding nog steeds afgedaan als ongelooflijk en dus onwaar.
Een andere extreme groep Bijbelgeleerden heeft zich verenigd in het Jesus Seminar onder leiding van ultraradicale Bijbelgeleerden als John Dominic Crossan en Marcus Borg. Ik noem deze personen omdat ze vaak verschijnen in documentaires die door o.a. Discovery Channel en History Channel worden uitgezonden, waarin ze hun opinie afschilderen als de ‘meerderheidsopinie’ over de Schrift. Weest u zich ervan bewust dat deze groep helemaal geen meerderheid van de wetenschap vertegenwoordigt. De enige reden waarom het Jesus Seminar genoemd moet worden, is omdat het serieuze media-aandacht krijgt en daardoor de indruk wordt gewekt dat het de meerderheid van de wetenschap representeert. Nog niet zo lang geleden publiceerde het Jesus Seminar The Five Gospels. Hierin worden de vier evangeliën uit het Nieuwe Testament besproken tezamen met het zogenaamde vijfde evangelie: het Evangelie van Thomas. Dit laatste ‘evangelie’ wordt door een meerderheid van de Bijbelwetenschappers als niet betrouwbaar afgewezen (we zullen later het Evangelie van Thomas uitgebreider behandelen). Het Jesus Seminar heeft – door een stemsysteem te gebruiken – alle uitspraken van Jezus in deze ‘vijf evangeliën’ met een kleur gemarkeerd die aangeeft of deze uitspraak inderdaad door Jezus is gedaan: rood is ‘met zekerheid’, roze ‘waarschijnlijk’, grijs ‘misschien’, en zwart ‘zeer zeker niet’. Het resultaat was dramatisch: slechts vijftien van Jezus’ uitspraken in de evangeliën waren rood gekleurd en 82% werd helemaal afgewezen. Nogmaals, dit is slechts de opinie van deze kleine groep liberale Bijbelgeleerden. Een groep van evangelische Bijbelgeleerden heeft naar aanleiding van The Five Gospels een weerwoord geschreven met als titel Jesus under Fire – een voortreffelijk repliek op de aantijgingen van het Jesus Seminar.   
De enkele jaren geleden uitgebrachte bestseller en film De Da Vinci Code heeft een nieuwe golf van aanvallen op de geloofwaardigheid van het Nieuwe Testament tot gevolg gehad. De boulevardbladachtige beweringen in het verhaal over Jezus en Maria Magdalena zijn gebaseerd op een extreme uitleg van twijfelachtige gnostische documenten die in 1945 gevonden zijn in Nag Hammadi in Egypte. De beweringen in De Da Vinci Code zijn door verscheidene christelijke Bijbelgeleerden ontzenuwd in diverse publicaties.
De Nag Hammadibibliotheek heeft geleid tot een beweging die sommigen ook wel De Nieuwe School noemen. Tot deze beweging behoren niet-christelijke schrijvers zoals Elaine Pagels en Bart Ehrman. Deze Nieuwe School behandelt de nieuw ontdekte ‘evangeliën’ met dezelfde autoriteit – of zelfs meer – als de nieuwtestamentische evangeliën en brieven, alhoewel men kan aantonen dat deze documenten veel later zijn geschreven en niet geloofwaardig zijn vanwege de gnostische, niet-christelijke invloeden. In een later hoofdstuk zal verder ingegaan worden op de Nag Hammadibibliotheek en sommige van de hierin ontdekte manuscripten.
 
Het analyseren van de bewijzen voor de Bijbel
Om de historische betrouwbaarheid en integriteit van de Bijbel te kunnen onderzoeken, zullen we de onderstaande onderwerpen en de daarbij verstrekte bewijsstukken in achtereenvolgende hoofdstukken bespreken:
De tekst van het Oude Testament: Hoe zijn de teksten overgedragen? Waarom zijn de Dode Zeerollen, de Septuagint en de lijst van canonieke boeken van het Oude Testament zo belangrijk?
Auteurschap en datering van het Oude Testament: Wie schreven de boeken van het Oude Testament en wanneer was dit voltooid?
De teksten van het Nieuwe Testament: Wat kunnen we leren van de oudst bewaard gebleven geschriften, de brieven van de vroege kerkvaders en de lijst van canonieke boeken van het Nieuwe Testament?
Auteurschap en datering van het Nieuwe Testament: Wie schreven de boeken van het Nieuwe Testament en wanneer was dit klaar?
De verloren boeken van het Nieuwe Testament: Welke zijn deze boeken? Waar werden ze gevonden en door wie? Waren ze echt verloren?
De historische betrouwbaarheid van de Bijbel: Bevestigen archeologische en geschiedkundige analyses de Bijbelse boeken, of spreken ze deze tegen?
De getuigenissen van niet-christelijke schrijvers: Zijn er in de eerste en tweede eeuw niet-christelijke bronnen die Jezus en het christendom noemen? En als dat zo is, bevestigen deze bronnen de boeken van het Nieuwe Testament?
De betrouwbaarheid van de getuigen: Wanneer we uitgaan van objectieve criteria voor geloofwaardigheid en eerlijkheid, geeft dan een gedetailleerde analyse van de vier evangeliën, het boek Handelingen en de brieven van Paulus ons meer inzicht over de waarheid van deze geschriften?

.
Windmill Ministries
Terug naar de inhoud | Terug naar het hoofdmenu