1 Wie was Jesus van Nazareth? - Gefundeerd Geloof

Ga naar de inhoud

Hoofdmenu:

Is Jezus God?
1 Wie was Jesus van Nazareth?
‘Jezus zeide tot hem: Ik ben de weg en de waarheid en het leven; niemand komt tot de Vader dan door Mij.’
(Johannes 14:6)
Wie was Jezus?

Wie was Jezus? Dit is waarschijnlijk een van de meest gestelde vragen uit de geschiedenis. Zijn naam is wereldberoemd. Een derde deel (ongeveer 2,2 miljard mensen) van de wereldbevolking noemt zichzelf christen. Islam (ongeveer 1,3 miljard mensen) kent Hem als de op een na grootste profeet (na Mohammed). Van de resterende 3,2 miljard mensen (ruwweg de helft van de wereldbevolking) hebben de meesten over Hem gehoord of weten van zijn bestaan.
Zijn cv zou waarschijnlijk niet erg indrukwekkend zijn geweest. Tenslotte is er niet zo veel over zijn aardse leven te zeggen. Hij had Joodse ouders en werd, terwijl het hele gebied onder Romeinse bezetting lag, in Betlehem, een klein plaatsje ten zuiden van Jeruzalem, geboren. Zijn ouders verhuisden naar Nazaret waar Hij opgroeide; vandaar dat Hij over het algemeen bekend was als Jezus van Nazaret. Zijn vader was een timmerman en hoogst waarschijnlijk leerde Jezus al op vroege leeftijd dit vak. Rond zijn vijfendertigste levensjaar (traditioneel wordt vaak aangenomen dat Hij rond de dertig was) begon Hij zijn openbare leven als rondreizende rabbi (leraar). Hij koos twaalf discipelen uit om op te leiden en werkte vanuit Kapernaüm (of Kafarnaüm) dat aan de oever van het Meer van Galilea (soms ook het Meer van Tiberias genoemd) lag. Hij reisde en onderwees overal in Galilea, soms bezocht Hij de aangrenzende niet-Joodse en Samaritaanse gebieden en reisde, als de gelegenheid zich voordeed, naar Jeruzalem in het zuiden. Veel mensen schrokken van zijn ongewone onderwijs. Hierdoor, én door de wonderen die Hij verrichtte, begon zich al snel een aanhang te vormen. De beweging rond Jezus werd zo omvangrijk, dat het de gevestigde leiders van het Joodse geloof begon op te vallen. Velen van hen voelden zich door Jezus beledigd en zelfs bedreigd. Al snel besloten ze dat ze van Hem af moesten zien te komen. Door middel van contacten met de Romeinse heersers lieten ze Hem arresteren en na een haastig opgezette rechtszaak werd Hij tot de kruisdood veroordeeld.
Dat is het dan. Hier zou normaal gesproken het verhaal van Jezus van Nazaret geëindigd zijn, eigenlijk niet belangrijk genoeg is om er zelfs maar een voetnoot in de geschiedenis aan te wijden.

In tegenstelling tot de dood van ieder ander was zijn dood niet het einde, het was juist het begin. We spreken nu niet over Hem vanwege het leven dat Hij heeft geleefd, maar vanwege zijn dood en wat daarna plaatsvond. Het christendom bestaat alleen maar door wat er na de dood van Jezus is gebeurd. Drie dagen na zijn sterven begonnen zijn discipelen en vele anderen te beweren dat Hij weer uit de dood was opgestaan. Zijn graf was leeg, zijn lichaam was weg en men getuigde van meerdere verschijningen aan verschillende groepen, op verschillende plaatsen en onder verschillende omstandigheden.

Als gevolg hiervan begonnen zijn volgelingen te proclameren dat Hij de Christus of de Messias was. Ze proclameerden dat zijn opstanding de vergeving van zonden door zijn offer bevestigde. Aanvankelijk verspreidden ze dit evangelie in Jeruzalem, de stad waar Hij ter dood werd gebracht. De beweging, ook wel bekend als ‘de Weg’ (Handelingen 9:1; 19:9), groeide snel. Al na korte tijd breidde het geloof zich uit naar de aangrenzende gebieden, waarna het spoedig Rome en de buitengebieden van dit immense rijk bereikte.
Voornamen en achternamen in de oudheid

In de tijd waarin Jezus leefde hadden mensen maar één naam. Achternamen werden pas geïntroduceerd in de tijd van Napoleon. Om onderscheid te kunnen maken tussen mensen met dezelfde naam werd een uniek kenmerk met de naam verbonden, zoals de plaats waar men vandaan kwam (Jezus van Nazaret of Maria van Magdalena), namen van familieleden (zoals Jezus, de zoon van Jozef of Maria de moeder van Jezus), beroepen (zoals Jozef de timmerman; of Cuza, de beheerder van Herodes’ huishouden) of een ander kenmerk (zoals Johannes de Doper of Simon die ook wel de Zeloot werd genoemd).
In het Hebreeuws werd Jezus Yeshua (Jeshua) of Joshua genoemd, dat letterlijk ‘Yahweh redt’ of ‘Yahweh is onze redder’ betekent. Het Griekse woord Christos en het Latijnse Christus zijn beide vertalingen van het Hebreeuwse Messiah (Messias), dat in het Nederlands ‘de Gezalfde’ betekent. Jezus Christus is dus letterlijk vertaald: ‘Jezus de Messias’ of ‘Jezus de Gezalfde’.
Kunnen we de geboorte en kruisiging van Jezus dateren?

Ons huidige Anno Domini-jaartelling (Latijn voor ‘in het jaar des Heren) gaat uit van het jaar van de geboorte van Jezus als het jaar 1. Gebeurtenissen na de geboorte van Jezus zijn gedateerd als AD (Anno Domini) of in het Nederlands ook wel met de afkorting n.Chr. – ‘na Christus’. De tijd vóór zijn geboorte wordt vanaf dit moment teruggeteld en wordt aangegeven als BC (van het Engelse Before Christ), of in het Nederlands ook wel met de afkorting v.Chr. – ‘voor Christus’. Er is geen jaar 0, na 1 v.Chr. volgt 1 n.Chr. Ongelukkigerwijs is er, toen in het begin van de zesde eeuw, het jaar 1 werd uitgerekend door Dionysius Exiguus, een monnik in Rome, een fout van minstens een paar jaar gemaakt en daarom wordt over het algemeen aangenomen dat Christus een paar jaar v.Chr. werd geboren.

Herodes stierf in 4 v.Chr. en Jezus werd vóór die tijd geboren, misschien in 6 of 5 v.Chr. zoals blijkt uit Matteüs’ verslag van het doden, in opdracht van Herodes, van alle jongetjes tot twee jaar oud (Matteüs 2:16). Lucas vermeldt de verordening door keizer Augustus om een volkstelling te houden terwijl ‘Quirinius het bewind over Syrië voerde’ (Lucas 2:1-2). Voor sceptici is dit een bron van  ernstige kritiek omdat historische gegevens laten zien dat Quirinius stadhouder/gouverneur van 6-9 n.Chr. was, en dat zou op zijn minst tien jaar te laat zijn. Maakte Lucas een fout? Sommigen beweren dat dit het geval was en wijzen daarom ook de rest van zijn evangelie af. Is het echter niet vreemd voor een tot in de details nauwkeurige en voorzichtige schrijver als Lucas om zo’n slordige fout te maken? Hij onthult immers ook dat Johannes de Doper zes maanden voor Jezus werd geboren, in de dagen van Herodus (Lucas 1:5; 1:26-38). Gegeven de integriteit en nauwkeurigheid van Lucas lijkt het logisch dat hiervoor een andere verklaring te vinden is. Quirinius was een gerespecteerde hoge ambtenaar die daarvóór in aangrenzende provincies van Syrië diende. De registratie van de Joden is wellicht begonnen terwijl Quirinius informeel toezicht hield vóór zijn formele benoeming in Syrië. Een andere uitleg is dat de tekst misschien vertaald had moeten worden als: ‘deze volkstelling vond plaats voordat Quirinius stadhouder werd.’ Of misschien is het mogelijk dat Quirinius gouverneur was gedurende twee verschillende perioden en dat de eerste daarvan rond het jaar 7 v.Chr. lag. Deze laatste theorie wordt ondersteund door de vondst van een Latijns opschrift in 1764 in Antiochië waarop deze positie aan Quirinius werd toegeschreven. Een vierde alternatief is, dat van het jaar 7 tot 4 v.Chr. Quirinius toezicht hield op de volkstelling in het politiek explosieve Palestina, door effectief de zwakkere Quitilius Varus te ontlasten, die alleen in naam gouverneur was. Wat ook de verklaring moge zijn, wanneer we Matteüs en Lucas serieus nemen, is de meest geloofwaardige datum voor de geboorte van Jezus het jaar 6 of 5 v.Chr.

Door het bestuderen van de historische verwijzingen in Lucas en Handelingen kunnen we het moment bepalen dat Johannes de Doper met prediken begon: ‘In het vijftiende jaar van de regering van keizer Tiberius’ (Lucas 3:1). Keizer Augustus overleed op 19 augustus 14 n.Chr. en Tiberius werd op 17 september van datzelfde jaar tot keizer uitgeroepen. Het vijftiende jaar van Tiberius zou derhalve het jaar 29 n.Chr. geweest moeten zijn, precies het jaar waarin Johannes met zijn openbare bediening begon. Omdat Jezus door Johannes werd gedoopt, is de vroegste datum voor zijn publieke optreden ergens in het jaar 29 n.Chr. Uit astronomische berekeningen (de datum voor het Joodse paasfeest) is vastgesteld dat de dood van Jezus in het jaar 30 n.Chr. of in het jaar 33 n.Chr. moet hebben plaatsgevonden. Dus – tenzij de bediening van Jezus slechts één jaar geduurd heeft – moet dit een paar jaar na 29 n.Chr. zijn geweest. Daarom is het Joodse Paasfeest in het jaar 33 n.Chr. de meest logische en waarschijnlijke datum voor de kruisiging.

Is het te bewijzen dat Jezus (de Zoon van) God is?

Geen serieus persoon betwist dat Jezus inderdaad tweeduizend jaar geleden in Palestina, onder Romeinse heerschappij, heeft geleefd. Weinig mensen twijfelen eraan dat Hij een wijze rabbi (leraar) was die een boodschap over Gods Koninkrijk verspreidde. Zelfs andere religies (islam) accepteren dit. Dit bewijst echter niet dat Hij de Zoon van God is. Het is één ding om te beweren God te zijn, maar het is iets anders om deze aanspraak waar te maken. In de volgende hoofdstukken zullen we de vier belangrijkste bewijzen bespreken voor de claim dat Jezus de Zoon van God (Heer) en de Zoon der Mensen (Redder) is:

Heer, leugenaar of krankzinnige? Wat zei Jezus zelf dat Hij was? Geloofde en onderwees Jezus zelf dat Hij de Zoon van God was of werd dit later door de christelijke kerk verzonnen? Als Jezus onderwees dat Hij de Zoon van God was – en dat dééd Hij – was Hij dan een leugenaar of een krankzinnige? Of is de enige logische conclusie dat Hij inderdaad de Zoon van God was?

De wonderen van Jezus. Alle evangeliën rapporteren over talrijke wonderbaarlijke daden van Jezus. Van het genezen van zieken tot het heersen over de krachten van de natuur. Zijn wonderen laten bewogenheid zien en geven een bevestiging dat Hij goddelijke krachten bezat. Hoe overtuigend zijn de door Jezus gedane wonderen?

Vervulling van Messiaanse profetieën. Jezus vervulde honderden profetieën uit het Oude Testament. Ruim voordat Jezus werd geboren, realiseerden de Joden zich dat het Oude Testament meerdere malen refereerde aan een Messias, ‘een gezalfde koning’, die de wereld zou redden. Deze verwijzingen bevatten talloze profetieën over de afkomst en geboorte, het leven en de dood van de Messias. Gewoon toeval? Zijn er andere verklaringen of is dit een bewijs van de goddelijke aard van Jezus?

Heeft de opstanding inderdaad plaatsgevonden? De hoeksteen voor het bewijs van Jezus’ aanspraak dat Hij God is, is zijn opstanding. Ondanks alle andere bewijzen zou het christendom in elkaar storten als de opstanding geen bewezen historische gebeurtenis zou blijken te zijn. Het feit dat zowel het Oude Testament als Jezus zelf van te voren voorspelde dat Hij uit de dood zou opstaan, maakt de opstanding nog vele malen indrukwekkender. Het bewijzen (of verwerpen) van de opstanding bewijst (of verwerpt) de waarheid van het christelijk geloof. Het opstaan van Jezus uit de dood is het meest overtuigende bewijs dat Hij inderdaad God is, en dat Hij daardoor de deur naar God de Vader opent. Grootse aanspraken vragen om grootse bewijzen. We zullen daarom veel tijd besteden aan het onderzoeken van de feiten en getuigenissen die het fundament vormen van ons geloof in de opstanding.

Windmill Ministries
Terug naar de inhoud | Terug naar het hoofdmenu